Opinie

Kunst

Marcel van Roosmalen

Onbekenden spoten in de nacht van zaterdag op zondag een op station Wormerveer geparkeerde trein met spuitbussen zilver. Ik werd daarover gebeld door een hijgende redacteur van RTV Noord-Holland, die de zaak uiterst serieus nam. Ik hoorde het nieuws van hem, dus ik vond het moeilijk om commentaar te geven. Mocht ik er even over nadenken? Mijn gezin riep vanuit de keuken, mocht ik daar ondanks het verschrikkelijke nieuws even naar toe?

Ik werd niet meer teruggebeld.

Later bleek dat ik het onderschat had.

Zelfs de NOS besteedde er aandacht aan: ‘Vandalen spuiten hele trein zilver in Wormerveer.

Ik voelde opeens druk.

Je kon niet als van buiten gezonden waarnemer consequent constateren dat er in dit gebied nooit wat gebeurt en dan je neus ophalen voor landelijk nieuws. Die verslaggever had gelijk: station Wormerveer is ook mijn station. Het is dan wel een verschrikkelijk station, een architectonisch wangedrocht met een tunnel met knipperend Tl-licht, een lift die altijd is ondergepist, met een bewaakte fietsenstalling waar de snoertjes los aan de bewakingscamera’s hangen, waar je zonder beschutting bent overgeleverd aan die eeuwige wind, maar toch… mijn station. Als ik er ben erger ik me hardop aan de manier waarop NS er met mensen omgaat. Bij de minste vertraging wordt de trein uit de dienstregeling getrokken en dan ben je overgeleverd aan Taxi Groot, een sympathieke man met Mercedes die uit principe niet verder rijdt dan Zaandam.

Ik ben gaan kijken.

De trein was aan een kant inderdaad helemaal zilver gespoten, heel precies, dit ontsteeg normaal vandalisme. Dit was bedoeld als kunst, een statement, in het beste geval een opgestoken middelvinger naar het grote niets.

Ik voelde opluchting.

Er zijn er dus meer als ik. Ze communiceren alleen anders. De spuitbus ligt ze beter dan de pen. Ze maakten heel duidelijk hoe ze zich voelen: in hun hoofden is het een grote zilveren wolk.

De creatieve voorhoede had gesproken, in Wormer was het het gesprek van de dag.

Of gesprek…

Er wordt geconstateerd.

„Ja”, zei een dorpeling me bij de kassa van Big Bazar in het gezicht.

‘Trein ondergespoten.’

En daarna kijkt zo iemand me met een scheef hoofd onderzoekend aan, alsof ik meteen een mening paraat heb.

„Ik denk maar een ding”, zei die man uiteindelijk maar zelf. „Wie maakt dit schoon?”

Ik denk dat ze dat ook na een bombardement, of een grote ramp zeggen.

Bedankt voor jullie inzet, kunstenaars. Het is gezien en het was zinloos.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.