Reportage

Krijgt de Spaanse premier Sánchez nu zijn daken vol met zonnepanelen?

Klimaat Door verkeerde politieke inschattingen, de crisis en jojo-beleid zijn Spanjaarden argwanend te investeren in duurzame energie.

Zonnepanelen in de provincie Albacete. Het Spaanse bedrijfsleven gelooft wel in akkers vol panelen, maar particulieren zijn nog huiverig ze op hun dak te leggen.
Zonnepanelen in de provincie Albacete. Het Spaanse bedrijfsleven gelooft wel in akkers vol panelen, maar particulieren zijn nog huiverig ze op hun dak te leggen. Foto Pablo Blazquez Dominguez/Getty Images

Het aantal huizen met zonnepanelen in de nieuwbouwwijken van Las Rozas is nagenoeg op de vingers van een hand te tellen. Zelfs hier, in een rijk dorp even buiten Madrid, durven velen de investering in duurzame energie niet aan. De progressieve regering van Pedro Sánchez wil Spanjaarden overtuigen van de noodzaak van investeringen in het klimaat. Het bedrijfsleven gelooft in de akkers vol ‘staande panelen’, maar de consument twijfelt over ‘de liggende panelen’ op het dak. „Spanjaarden willen er zeker van zijn dat zoiets als zonne-energie rendabel is”, stelt Frank Rodríguez. „En als de politiek die zekerheid niet geeft, beginnen ze er niet aan.”

Lees ook: Premier gaat over links – met steun separatisten

Rodríguez is één van de weinige bewoners van Las Rozas die wél over zonnepanelen beschikt. Als eigenaar van het bedrijf sí al sol (ja tegen de zon) heeft hij die laten installeren als voorbeeld voor zijn buren. De Spanjaard, die zijn bedrijf vijftien jaar geleden begon, weet als geen ander hoe onvoorspelbaar deze markt is. Én hoe politiek gevoelig.

„We hebben alles meegemaakt. Van een enorme boom tot talloze faillissementen”, vertelt Rodríguez in zijn woonkamer. „Nu komt het weer snel van de grond, al zal het nog wel even duren voordat Spanje echt inziet hoe groot het klimaatprobleem is. ”

Hoe anders was dat begin deze eeuw, toen de rechtse regering van José María Aznar een ambitieuze groene-energiepolitiek lanceerde. Eigenaren van zonneparken werd tot in 2033 een vaste terugleververgoeding gegarandeerd voor stroom die ze aan het nationale elektriciteitssysteem leverden. De linkse premier José Luís Zapatero had in 2007, twee jaar na zijn aantreden, geen antwoord op de ongekende investeringen. Er was gerekend op circa 400 megawatt productievermogen. Het werd 3.500. „De was niet goed afgebakend, waardoor het totaal onbeheersbaar werd”, legt econoom Javier Díaz-Giménez uit. „Dat is een hele dure les geweest.”

Nadat Spanje in 2010 in de greep kwam van een zware economische crisis, liepen de tekorten mede door de duurzame energiesubsidies op tot tientallen miljarden euro’s. De zogeheten terugleververgoeding die zonneboeren ontvingen voor geleverde stroom, werd onder Zapatero noodgedwongen versoberd. Eind 2011 maakte een nieuwe rechtse regering onder Mariano Rajoy zelfs korte metten met het hele beleid. Voor het produceren voor eigen gebruik van duurzame energie moest bovendien nu zelfs extra worden betaald. Zo werd Spanje het eerste land ter wereld dat ‘belasting op de zon’ ging heffen.

Binnen enkele maanden werd Spanje van koploper zonne-energie tot een land waar zonnepanelen als iets negatiefs werden gezien. Voor veel investeerders betekende het de nekslag. Talloze bedrijven en particulieren gingen failliet en bleven met enorme schulden achter. De traditionele energiebedrijven Endesa, Iberdrola, Gas Natural, HC en E.ON probeerden juist hun politieke invloed te vergroten door voormalige politici als adviseurs in dienst te nemen. „Spanje is een land van staande panelen. De grote bedrijven zijn van oudsher machtig en zullen er alles voor doen om hun positie in stand te houden”, stelt Díaz-Giménez van de IESE Business School. „Die zullen niet zomaar spelers op hun netwerk toelaten.” De vijf grote bedrijven hielden ook in de tweede regeringsperiode van Rajoy (2015-2018) de rijen gesloten, waardoor initiatieven op het gebied van duurzame energie nauwelijks een kans kregen.

‘Zonnebelasting’ afgeschaft

Het aantreden van de sociaal-democraat Pedro Sánchez, in juni 2018, bracht opnieuw een omslag. De ‘zonnebelasting’ werd afgeschaft, en er wordt weer dusdanig in zonne-energie geïnvesteerd dat er sprake lijkt van een nieuwe boom. In Madrid werd begin december de klimaattop COP25 gehouden – een teken van de hernieuwde duurzame ambities van Spanje. De deze week aantredende progressieve coalitieregering van PSOE en Unidas Podemos wil een ‘groen gezicht’ tonen. Met het streven om in 2050 alleen nog maar duurzame energie te gebruiken, loopt Spanje in de pas met de EU.

Toch zijn volgens critici de klimaatplannen voor de korte termijn nog vaag. De verantwoordelijke minister, vicepremier en aanblijvend minister van Ecologische Transitie Teresa Rivera die van 2008 tot 2011 staatssecretaris Klimaatverandering was onder Zapatero, weet dat het snel sluiten van een waterdicht klimaatakkoord van belang is. De juriste, die ook de ontvolking van het platteland moet zien tegen te gaan, moet een balans zoeken tussen mens en natuur. Zo verdween de kolenindustrie al vrijwel in zijn geheel, maar daar wil ze in de nieuwe regering wel werkgelegenheid in de duurzame energie voor in de plaats.

De Nederlander Steven van den Heuvel ziet hier kansen. Hij hoopt de Spaanse energiemarkt met zijn bedrijf Vesqa open te breken. Een half jaar geleden heeft hij met twee partners een vestiging in Madrid geopend. „De kolossale energiebedrijven zijn weinig innovatief. Ze hebben ook weinig baat bij vernieuwingen want het geld komt toch wel binnen”, zegt Van den Heuvel. „Maar de markt verandert onder druk van de klimaatproblemen nu heel snel. Ook Spanje zal aan de eisen moeten voldoen. Burgers zullen dat steeds vaker van bedrijven eisen.”

Vesqa wil zelf bij bedrijven en instellingen duurzame energie opwekken. En wil met moderne software monitoren dat dit niet alleen voor besparingen zorgt, maar ook voldoende oplevert om de groene energie op lokaal niveau te kunnen distribueren.

Van den Heuvel probeert onder andere in te spelen op een plan aangekondigde maatregel dat particulieren zelf opgewekte energie mogen doorverkopen aan anderen. „Je moet ons zien als een soort Booking, Uber of Airbnb die met een nieuwe werkwijze doorbreekt in een conservatieve markt”, legt Van den Heuvel uit. „Dat willen we op twee manieren doen. We gaan zelf bij grote bedrijven en instellingen duurzame energie opwekken. En die gaan we met moderne software dusdanig monitoren dat dit niet alleen besparingen oplevert, maar dat we straks ook zelf energie op lokaal niveau kunnen distribueren.”

Komend jaar hoopt Van den Heuvel de eerste echte stappen in Spanje te kunnen zetten na het sluiten van een deal met een ziekenhuis in het noorden van het land. „Dat ziekenhuis voorziet via zonnepanelen en verschillende andere bronnen al in de eigen duurzame energie. Wij gaan dat voor hen op dusdanige wijze optimaliseren dat ze in tien jaar tijd een miljoen euro besparen.Met behulp van allerlei codes en data kunnen we alles bijhouden. Temperatuur, wind, regen, maar ook de prijs van de energie van het moment. Als je dat allemaal op elkaar afstemt is er veel winst te behalen.”

Frank Rodríguez glimlacht als hem wordt gevraagd of Vesqa kans van slagen heeft. „In theorie kan het op de langere termijn heel interessant zijn”, zegt de zonnepanelenhandelaar uit Las Rozas diplomatiek. „Hun berekeningen kloppen. Maar het verschil tussen Spanje en Nederland is groot. Hier zijn burgers bang geworden initiatief te nemen, omdat ze op langere termijn geen zekerheid hebben. Kijk naar elektrische auto’s. Daarin loopt Spanje ook achter.”

Toch is vrijwel iedereen ervan overtuigd dat er voor kolen, kernenergie en gas geen grote toekomst meer is in het land. Sterker nog; duurzame energie is in Spanje nu al veruit de goedkoopste bron van elektriciteit. Maar om het vertrouwen van de particulier te winnen, zijn garanties nodig. Rodríguez loopt naar buiten en wijst op zijn dak. „Ik kan mijn buren wel uitleggen dat ze met een investering van zo’n zesduizend euro achthonderd euro per jaar besparen en dat zonne-energie dus na een jaar of zeven winst oplevert. Maar de absolute zekerheid dat dit ook echt zo uit gaat pakken, kan ik nooit geven.”