Opinie

Een totaal ontremde oudejaarsviering is geen keuze meer

Jaarwisseling

Commentaar

Het plan van het kabinet om vuurwerk verder aan banden te leggen is verstandig, onontkoombaar en tegelijk een teken des tijds. De jaarwisseling 2019-2020 gaf menigeen al de overtuiging dat het zó niet langer meer kon.

In de Kamer kreeg de vuurwerkoppositie al de wind in de zeilen, met ten slotte een krappe meerderheid voor een deelverbod, op de weg naar een mogelijk totaalverbod. Partijen als CDA en VVD die, zoals Klaas Dijkhoff terecht opkwamen voor de ‘burger met zijn brave sierpotten’, versus ‘het tuig dat alles verpest’, legden het al snel af tegen een oploop van burgemeesters die vaststelden dat het tij was gekeerd. Niet alleen bij politie en brandweer die weigeren nog langer doelwit van vuurwerk te zijn. Maar ook onder de bevolking die de barrage van knallen, zware luchtvervuiling, ernstige verwondingen en gepanikeerde huisdieren niet meer zó wensen mee te maken. Toen ten slotte ook de vuurwerkbranche, onder het alibi van ‘voortschrijdend inzicht’ een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen bepleitte, was het pleit beslecht.

Daarmee heeft het gezond verstand het gewonnen van nostalgie naar overzichtelijker tijden toen er overigens óók te veel vuurwerk werd afgestoken en er eveneens doden vielen, amputaties nodig waren, het zicht uit onschuldige ogen verdween en er naar hartelust werd vernield en in brand gestoken. Maar ooit nam iedereen dat nog voor lief, althans nam genoegen met de communis opinio dat oudejaarsvieringen nu eenmaal ‘onrustig verlopen’. Vuurwerk betekende anarchie, de jaarlijkse uitlaatklep, volksoproer-met-buskruit, waarna de koude nevel der ontnuchtering op 1 januari vanzelf de orde herstelde. Agenten en geblesseerde omstanders hadden gewoon pech.

Was het dit jaar de verbijsterende gebeurtenis in de Arnhemse flat waar twee kinderen ongelukkig een vuurwerkbrand veroorzaakten die een vader en zijn zoon het leven kostten en moeder en dochter zwaar verwondden? In één keer zes levens verwoest. Met vuurwerk. En waartoe? Niemand weet het.

In die zin is zo’n omslag in de publieke opinie ook een teken dat veel burgers beseffen dat niet meer alles kan in een land waarin de druk toeneemt, dat dichter bevolkt raakt, waar het klimaat verandert door mensenhanden, vervuiling toeneemt en natuur verandert. Waar veiligheid en gezondheidszorg zo kostbaar zijn en onder zóveel druk staan dat een totaal ontremde oudejaarsviering geen verantwoorde keuze meer is. In de snelkookpan Nederland zijn de grenzen in zicht, niet alleen bij het vuurwerk. Dat het kabinet verantwoordelijkheid toont en verdere beperking in het vooruitzicht stelt, is dan ook goed.

Tegelijk hoeft de beloofde beperking van het vuurwerkaanbod Oudjaar nog niet van zijn gekoesterde traditie te beroven. Siervuurwerk is immers ook vuurwerk waarmee een nieuw jaar spectaculair én individueel kan worden ingeluid. Knallen en pijlen kunnen eventueel ook collectief worden afgestoken – onder voorwaarden, met vergunning, beveiligd, gematigd, door overheden of bedrijven, voor een algemeen publiek. Vuurwerk is inderdaad erfgoed – en dat zoiets behouden kan blijven is in Nederland niet iets bijzonders.