Recensie

Recensie Muziek

De taal van Beckett en de muziek van Feldman komen samen

Minifestival Dit weekend waren vijf zelden uitgevoerde stukken te horen tijdens de eerste editie van Words & Music, een nieuw tweejaarlijks minifestival van Asko|Schönberg, waarin telkens een componist en een schrijver centraal zullen staan.

Het Asko|Schönberg ensemble en Cappella Amsterdam o.l.v. dirigent Manoj Kamps Foto Eduardus Lee
Het Asko|Schönberg ensemble en Cappella Amsterdam o.l.v. dirigent Manoj Kamps Foto Eduardus Lee

Anderhalve tel voor het einde van Morton Feldmans For Stefan Wolpe verliet één bezoeker de zaal. Kon hij de verstilling na drie kwartier niet meer aan? Zijn luid krakende afgang maakte een kras op de betovering, maar verbrak die niet. Dat was te danken aan de sterke uitvoering van het woordeloos gonzende Cappella Amsterdam en vibrafonisten Joey Marijs en Jonathan Bonny.

For Stefan Wolpe was een van vijf zelden uitgevoerde Feldman-stukken die dit weekend te horen waren tijdens de eerste editie van Words & Music, een nieuw tweejaarlijks minifestival van Asko|Schönberg, waarin telkens een componist en een schrijver centraal zullen staan. Ditmaal was dat naast Feldman Samuel Beckett, van wie actrice Jacobien Elffers met verve de ratelende mondsolo Not I uitvoerde. Verder was Becketts geest vooral aanwezig in enkele opdrachtcomposities.

Steampunk-collage

Het verrassendst pakte dat uit in … nothing but the larks … van Bart de Vrees. Met megafoons, bandrecorder, klein ensemble en mannenkoortje creëerde hij een eigenzinnige steampunk-collage. De suggestie van zwoegende samplers en overslaande platen deed ongrijpbaar beckettiaans aan.

Beckett weigerde zijn teksten bloot te stellen aan componisten, maar voor Feldman maakte hij een uitzondering. Voor het radiohoorspel Words & Music schreef Feldman muziek die ironisch genoeg Becketts gelijk bevestigt: in de regie van Romy Roelofsen vormde het een geestig muziektheaterstuk, maar het behoort niet tot hun beste werk. Dat komt zeker ook door de afgezwakte radicaliteit van de samenwerking.

Achtbaanrit

Reinbert de Leeuw stelde het blok ‘What is the word’ samen. Daarin bracht hij het gelijknamige werk van György Kurtág (op tekst van Beckett) onder één spanningsboog met zijn eigen Schubert-bewerking Der Doppelgänger en twee wereldpremières van Klaas de Vries en Jan van de Putte.

Klaas de Vries schiep een kale, bijna lege klankruimte, die op de beste momenten de tijd wist stil te zetten – meer pseudostasis à la Feldman dan Becketts uitzichtloosheid. Van de Putte bewerkte een scène uit Kafka’s Das Schloss tot een monomane achtbaanrit, waarvoor hij behalve twee accordeonisten ook een disklavier (MIDI-vleugel) liet aanrukken, die hoog in de lucht hing en onvermoeibaar trillers voortbracht. De Leeuw, met zijn rug naar het publiek, haalde fel uit naar de uiterste registers van zijn staande piano, en eindigde wanhopig kloppend op de houten kast – meer Beckett dan Feldman.