Achmea voorgetrokken bij proef met rechtsbijstand

Rechtshulp Het kabinet wil dat verzekeraars een deel van de sociale rechtsbijstand gaan uitvoeren. Verzekeraar Achmea is bij de eerste proef voorgetrokken.

De Raad voor Rechtsbijstand (RvR) heeft regels over het aanbesteden van overheidsprojecten ontweken bij een pilot met rechtsbijstand. Het gaat om een proef met consumentenzaken die werd toegewezen aan verzekeraar Achmea. Daarbij werd na inwinning van juridisch advies bewust het aantal zaken omlaag gebracht zodat het onder de grens van een verplichte aanbesteding kwam. Dat blijkt uit onderzoek van NRC en documenten verkregen met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Lees hier het achtergrondverhaal: Hoe Achmea werd voorgetrokken bij een omstreden proef met rechtshulp

De RvR wilde voorkomen dat de pilot openbaar aanbesteed kon worden en ook andere verzekeraars konden meedingen, omdat met Achmea al nauw werd samengewerkt aan het opzetten van de pilot. Voor juridische diensten geldt dat vanaf 750.000 euro aanbesteed moet worden en de pilot met Achmea dreigt duurder te worden.

Een juridisch bureau adviseerde de RvR eind 2018 daarom „om toch een aanbesteding te starten of het aantal zaken dat in de pilot wordt getest te beperken”. Dat laatste gebeurde, zodat de samenwerking met Achmea verder uitgebouwd kon worden.

De proef is onderdeel van de plannen van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) om het stelsel van rechtsbijstand op de schop te nemen. In dat nieuwe stelsel moeten rechtsbijstandsverzekeraars een grotere rol krijgen om juridische problemen van burgers op te lossen, ten koste van onder meer advocaten. Achmea is één van die verzekeraars. Aan de hand van pilots wil Dekker uitvinden wat wel en niet werkt.

Via rechtsbijstand hebben ruim zes miljoen Nederlanders met een lager inkomen recht op financiële ondersteuning bij een juridisch conflict. Wie een juridisch probleem heeft, kan via de RvR een advocaat aanvragen.

Uit het onderzoek blijkt hóé nauw de Raad, die onder het ministerie van Justitie en Veiligheid valt en de uitvoering van rechtsbijstand regelt, samenwerkte met Achmea. Zo leverde de verzekeraar na overleg met een topambtenaar van Justitie input voor de beantwoording van Kamervragen aan Dekker.

Ook deelde de RvR data over duizenden rechtsbijstandszaken van burgers – deels vertrouwelijke informatie – met Achmea, zodat die zich kon voorbereiden op de pilot. Daarnaast probeerde Achmea de RvR ervan te overtuigen dat een flink deel „van de consumentengeschillen zonder advocaat kunnen worden afgedaan”. Die zaken zouden dan door verzekeraars opgepakt kunnen worden.

In een reactie zegt de Raad voor Rechtsbijstand dat voor Achmea werd gekozen omdat met de grootste verzekeraar al eerder een vergelijkbare proef was uitgevoerd. Maar in die verklaring ontbreekt dat ook twee andere rechtsbijstandsverzekeraars aan die proef meewerkten.

Het moest en zou met Achema pagina E2-3