Recensie

Recensie Muziek

De wederopstanding op blote voeten van Sinéad O’ Connor

Na haar monsterhit ‘Nothing Compares 2 U’ volgden vele controverses en diepe dalen. Maar gelukkig: in een uitverkocht Doornroosje bewijst de Ierse zangeres Sinéad O’Connor dat ze nog steeds iedereen kippenvel op de armen kan zingen.

Sinnéad O’Connor is het best zonder band, in een bloedstollende a capella-uitvoering.
Sinnéad O’Connor is het best zonder band, in een bloedstollende a capella-uitvoering. Foto Andreas Terlaak

Je voelt de opluchting, vrijdagavond in een uitverkocht Doornroosje in Nijmegen. Want daar staat ze gewoon: Sinéad O’Connor. Oké, eigenlijk heet ze tegenwoordig Magda Davitt (of sinds haar bekering tot de islam Shuhada’ Sadaqat of was het nou toch Shuhada’ Davitt?), maar daar hoor je verder niks van. Of eigenlijk juist wel: je hoort hoe het leven de 53-jarige Ierse zangeres keer op keer genadeloos te grazen heeft genomen en hoe ze telkens op een of andere manier weer wist op te krabbelen.

Los van het wonder dat O’Connor überhaupt op het podium staat – blootsvoets op een Perzisch tapijt, in een lang, zwart gewaad met rode en grijze bloemen – is er nog meer opluchting: ze blijkt nog gewoon te kunnen zingen. Sommige hoge noten klinken weliswaar ietwat wankel en een tikje doorleefd, maar dat geeft haar stem extra karakter.

Wat buiten kijf staat, is dat ze het nog kan. Het weifelende gefluister, de met valse lucht aangelengde galmende klaagzang en de wanhopige tot woedende uithalen die uiteindelijk sterven in een droevige snik – het klinkt allemaal als vanouds.

Dat is allemaal lang niet vanzelfsprekend. De naam O’Connor was de afgelopen decennia namelijk synoniem voor Code Rood. Dat begon kort na het succes van die ene monsterhit uit 1990, het door Prince geschreven ‘Nothing Compares 2 U’, toen ze live op de Amerikaanse televisie de felle strijdkreet „Fight the real enemy!” slaakte en een foto van paus Johannes Paulus II aan stukken scheurde. Dat de actie was bedoeld als protest tegen kindermisbruik door de katholieke kerk, werd door weinigen begrepen.

Sindsdien struikelde ze van de ene rel naar de volgende controverse en ging ze door diepe dalen. In 2007 vertelde ze aan Oprah waarom ze toch telkens haar eigen glazen ingooide: ze had een bipolaire stoornis.

Vijf jaar geleden bereikte ze het ultieme dieptepunt toen ze op Facebook losging in een videoboodschap én een open brief aan een van haar exen. „You all abandoned me for being suicidal… You left me to die.” Toen ze vervolgens spoorloos van de aardbodem leek te zijn verdwenen, vreesde iedereen het ergste: waren dit haar famous last words?

De ellende is voorbij, zo stelde ze de wereld gerust, afgelopen september in de Ierse Late Show. Als moslima had ze het ware geloof gevonden. Daar hoorde een nieuwe naam bij én een hoofddoek.

Dat leek een hele geruststelling. Alleen: het was wel haar zoveelste bekering. Vijftien jaar geleden zei ze exact hetzelfde nadat ze rastafari was geworden (overigens zonder dreadlocks) en de reggaeplaat (Throw Down Your Arms) uitbracht. En dat was dan weer nadat ze zich – door een afsplitsing van de katholiek kerk – in Lourdes had laten benoemen tot priester: Mother Mary Bernadette.

Wat het ware geloof dan ook moge zijn: in Nijmegen is de hoofddoek verdwenen en toont O’Connor als vanouds haar gemillimeterde coupe. Het is niet de enige kale schedel in de zaal, waar verder vooral grijze haren te vinden zijn (en waar behalve bekers bier ook de nodige kopjes koffie worden genuttigd). De jeugdigste mensen staan opvallend genoeg op het podium, ze spelen in O’Connors vijfkoppige en piepjonge begeleidingsband.

Als aanmoediging steekt de zangeres hen telkens opgestoken duimpjes toe. Ze lacht, springt en danst. Maar als de zaal haar eerste harde en hoge uithaal beloont met applaus en gejuich, kijkt ze schuchter op en schuifelt onwennig heen en weer. Afgezien van wat zachte bedankjes, een voorstelrondje en een compliment na een bombastische gitaarsolo in het tot rocksong opgepompte ‘Harbour’ („That was fucking amazing Eddie”) zegt ze niets. Alleen als Doornroosje na ‘Thank You For Hearing Me’ begint te bulderen, stamelt ze: „Altijd als ik dit nummer zing, moet ik aan Pinkpop denken.”

Toch is ze op haar best zonder band, in de bloedstollende a capella-uitvoering van ‘I Am Stretched On Your Grave’. In die kraakheldere hoogmis zingt ze iedereen kippenvel op de armen.