Overlast van de verslaafde buurman: ‘Ik ontvlucht mijn woning’

Wonen naast een verward persoon Els Lehr ervaart veel overlast van haar verslaafde buurman. Woningbouwcorporatie Volkshuisvesting Arnhem is inmiddels een uitzettingsprocedure begonnen. „Ik zou niet in deze positie moeten verkeren.”

Illustratie Roland Blokhuizen

Ze bracht haar buurman weleens een bordje eten. Ze leende hem geld voor kattenvoer, omdat ze wist dat hij erom zou bedelen bij het station. Ze hielp hem overeind als hij was gevallen, soms meerdere keren in de week. En toen hij in de binnentuin eens hardop in woede ontstak omdat de oudere buurtkatten het voer van zijn kitten opaten, waarna de overburen meenden dat hij niet voor zijn eigen beestje kon zorgen, nam zij het voor hem op.

Maar de laatste keer dat ze hem in de slaapkamer hoorde vallen, besluit Els Lehr, gepensioneerd en voormalig sociaal werker, dat het genoeg is. Ze zal hem niet meer toeschieten als hij om hulp roept. Ze kan het niet meer opbrengen. „Een extreme beslissing” schreef ze afgelopen oktober in het dossier over haar drankverslaafde buurman. „Maar ik zou niet in deze positie moeten verkeren.”

Het dossier houdt ze bij om „helderheid te krijgen in mijn eigen verwarring en angst na drie jaar overlast”. En op aanraden van haar advocaat gaf ze het door aan de woningbouwcorporatie – die inmiddels een uitzettingsprocedure is gestart. En aan de lokale politiek. Want in Arnhem, zeggen instanties, neemt de burenoverlast toe als gevolg van de beddenafbouw in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) – er is meer behandeling bij mensen thuis. Die overlast is er vooral in de kwetsbare wijken.

Klarendal, de eerste arbeidersbuurt gebouwd buiten de vestingwerken, is zo’n wijk. Er wonen relatief veel mensen met lage inkomens en de buurt is bekend om zijn opstand in 1989, toen bewoners de drugsoverlast zo zat waren, dat ze eigenhandig verslaafden de buurt uitsloegen.

Als ‘Vogelaarwijk’ – vernoemd naar toenmalig minister Ella Vogelaar (PvdA) die in 2007 opriep tot langdurige aanpak van veertig achterstandswijken – werd in Klarendal extra geïnvesteerd. Huizen werden gerenoveerd, en inmiddels kent de wijk ook hippe cafés en een eigen modekwartier.

Het deel waar Lehr woont, stamt uit 1901. Een wijkje met gewilde, monumentale huizen, vlakbij de binnenstad. Ze woont in laagbouw met aan elkaar grenzende tuintjes. Bescheiden huisjes waar vroeger hele gezinnen woonden en nu veel alleenstaanden. Iedereen kent elkaar, al beperkt het contact met de buren zich tot een kop koffie en een praatje over de schutting. „Er is respect voor elkaars privacy”, noteert ze in het dossier. „Juist omdat de huizen zo dicht op elkaar staan.”

Negen jaar lang woont Lehr naast een moeder met kind. Pas als ze in augustus 2016 een nieuwe buurman krijgt, beseft ze hoe dun de muren zijn. Een halfsteens gemetseld wandje, amper tien centimeter dik, scheidt haar woonkamer met die van hem. Ze leert de buurman, een vijftiger, kennen als luidruchtig, maar opgewekt en aanspreekbaar. Hij is drugsverslaafd geweest, wist ze, en wordt nu door een zorginstelling begeleid naar zelfstandig wonen. „Ik was in de veronderstelling dat als iemand overstapt, dat ook geestelijk en lichamelijk kán.”

In het voorjaar van 2017 neemt de buurman een kitten in huis en sindsdien horen buren hem geregeld de naam van zijn kat roepen, langdurig, tot schreeuwen toe, soms middenin de nacht. „Het werkte niet echt”, zegt een overbuurvrouw die er wel om kan gniffelen. Lokken met voer gaat beter, hebben buren hem meermaals getipt – tevergeefs.

Aanspreken op gedrag, merken ze, heeft weinig zin. Dat is hij volgens hen snel daarna alweer vergeten. Een buurvrouw verderop noemt hem „een lieve man” en „de vrolijkste verwarde die ik ooit heb ontmoet”. Maar hij lazert wel regelmatig om, „en dan kan hij niet opstaan”. „En dan hoor je blóf”, zegt een andere buur, „en ligt hij met z’n volle gewicht op de grond”. Of het zijn suikerziekte is, een evenwichtsprobleem, een lage bloeddruk, of drank, dat is niet duidelijk. Maar in periodes gebeurt het meermaals per week. Buren vinden hem kermend in de vrieskou, dwars door de schutting gevallen van de overbuurvrouw, op de grond in zijn huis terwijl het gas van zijn fornuis aan staat. En dan helpen ze hem overeind en vragen ze zich af: kan deze man zelfstandig wonen?

Buren hebben de afgelopen jaren gezien dat zijn huis soms een bende is. Ze hebben gezien dat hij in dronken staat het sleutelgat van de gemeenschappelijke poort niet kan vinden. Ze hebben gezien dat zijn scootmobiel, waarmee hij eens het tuinhekje van de buurvrouw omver reed, maandenlang kapot in zijn achtertuin staat te verregenen tussen huisraad en flesjes bier. Maar de laatste keer dat hij buiten op de grond viel, zeggen ze ook, is alweer even geleden. En echt óverlast, nee, die ervaren ze niet, of nauwelijks.

Illustratie Roland Blokhuizen

De tv staat tot diep in de nacht hard aan

De overlast wordt vooral door Els Lehr ervaren. Zij is de enige met een woonkamer die grenst aan die van hem – bij de andere buur zit er een dubbel trapgat tussen. En precies tegen dat ene muurtje plaatst de buurman enkele maanden na zijn komst een tv die soms tot diep in de nacht aan staat. Vanaf dan staat ze wekelijks bij hem op de stoep om te vragen of het geluid zachter kan. Ze verzoekt hem de tv een stukje van de wand af te zetten – lang tevergeefs, tot de zorg ingrijpt – en noteert: „Om aan het dagelijkse geluid van zijn televisie te ontkomen, probeer ik meerdere soorten oordoppen uit. Ik ontvlucht mijn woning, trek me na het Zesuurjournaal terug op mijn slaapkamer.” En als ze besluit toch naar de uitzending van Zomergasten met oud-burgemeester Eberhard van der Laan te kijken, hoort ze haar buurman „met zo’n zware dreun tegen ons scheidingsmuurtje vallen, precies daar waar mijn hoofd zich bevindt, dat ik denk dat hij erdoorheen breekt”.

Ze maakt zich zorgen over hem. Tweemaal in de week ontvangt hij thuiszorg, driemaal in de week verslavingszorg. Maar op andere momenten hoort ze hem vallen, gillen, wauwelen. „Hij is als een ballon aan een touwtje”, noteert ze. „Als je hem loslaat vliegt hij weg.” Ze heeft het gevoel dat zíj verantwoordelijk voor hem is. Ze kan er slechter van slapen en ervaart hartklachten die ze relateert aan stress. En intussen is door haar geklaag over de tv de relatie met de buurman verslechterd.

Ze ervaart van hem woede-uitbarstingen en dreigementen. „Januari 2018: hij zet me nu weg als een bemoeizuchtig oud wijf.” Ze heeft het gevoel te wonen naast een „versplinterde persoonlijkheid”, die ze niet ontlopen kan.

Lees ook: Politie sluit nog vaak verwarde mensen op

Lehr trekt bij instanties aan de bel. De woningcorporatie, Volkshuisvesting Arnhem, belooft tegen haar muur geluidsisolatie te plaatsen. Het sociaal wijkteam, dat in Arnhem de zorgindicaties afgeeft, adviseert afstand te nemen van de buurman, „voor uw rust”. Zorginstelling 4 Your Care, die de woning voor haar buurman heeft geregeld, zegt niet meer verantwoordelijk te zijn. En IrisZorg, die de behandeling heeft overgenomen, zegt „in verband met de privacy” niet op vragen van buren te kunnen ingaan.

Waarom kan iemand als haar buurman hier wonen? Waarom worden buren daar niet in betrokken? Antwoorden krijgt ze niet.

Liesbeth van Asten, directeur van Volkshuisvesting, knikt. Ze herkent de problematiek. Op deze specifieke zaak wil Van Asten niet ingaan, maar ze constateert wel, samen met woonconsulent Mia Peters, die al 34 jaar overlastmeldingen behandelt, dat door de beddenafbouw in de ggz de laatste jaren de overlast in de wijken is toegenomen. „Tien jaar geleden was er vooral veel overlast van aso’s”, zegt Peters. „Die kon je aanspreken op hun gedrag. Maar bij psychiatrisch patiënten is dat veel moeilijker.”

Corporatie is ‘geen zorgverlener’

Het brengt de Arnhemse corporatie, verantwoordelijk voor het woongenot in veertienduizend huizen, in een lastig parket. Van Asten: „Wij willen iederéén de kans bieden om te wonen, dat is onze taak. En als iemand uit de ggz een eigen woning krijgt, gaat het soms juist onverwachts goed. Maar als het niet lukt moeten we ingrijpen. Alleen, waar ligt de grens?”

Een wietplantage, een huurachterstand, dat zijn duidelijke grenzen. Zoiets speelde bij de meeste van de 33 huisuitzettingsprocedures die de corporatie afgelopen jaar bij de rechter voerde. Geluidsoverlast, waarover afgelopen jaar 680 meldingen binnenkwamen, is minder vaak aanleiding. Peters: „Daar heb je een heel dossier voor nodig. En soms gaat het om leefgeluiden, die heb je nu eenmaal in oudere woningen. De één is daar gevoeliger voor dan de ander.”

Bij overlast door ggz-patiënten zijn ook andere partijen betrokken. Vrijwel dagelijks schuift Mia Peters namens de corporatie aan bij een overlastoverleg waar soms wel twaalf partijen aan meedoen. Politie, zorginstellingen, het sociaal wijkteam. Korte lijnen, dat werkt goed, zegt Peters. Al merkt ze ook dat knopen soms niet worden doorgehakt omdat bijvoorbeeld psychiatrie en verslaving geen overeenstemming bereiken over de verantwoordelijkheid, en dat sommige zorginstellingen door een beroep op de privacy van hun cliënt het overleg bemoeilijken.

Wij willen iederéén de kans bieden om te wonen, dat is onze taak

Liesbeth van Asten Volkshuisvesting Arnhem

„Maar wij bemoeien ons niet met de zorgvraag, we zijn geen zorgverleners”, zegt Van Asten. „En we gaan huurders ook niet vooraf screenen. Dat willen we niet. We zijn voorstander van een inclusieve samenleving. Een uithuisplaatsing is het laatste wat je wilt, al is het soms niet te vermijden.”

„Waar moet zo iemand dán heen?” zegt Bert van Nieuwenhuizen, regiomanager Arnhem van IrisZorg. Ook hij ziet de overlast in de wijken toenemen als gevolg van de beddenafbouw. „Maar je kunt niet iedereen terugsturen naar beschermd wonen. Neem je cliënten hun zelfstandigheid af, dan is de weg terug veel moeilijker. Dan duurt het herstel langer.”

Van Nieuwenhuizen erkent dat cliënten door hun verslaving soms overlast veroorzaken. En in overleg met de buren gaan kán, maar alleen als de cliënt toestemming geeft. „Wij zijn gebonden aan privacyregels.” Eerder zal IrisZorg „opschalen”. Dan behandelt de instelling naast de verslaving ook „andere problematiek mee” en probeert ze de cliënt „via begeleiding te motiveren tot minder overlast”. Dat is ook in dit geval gebeurd, zegt hij. „Van de behandelaar hoor ik dat hij nu beter is gaan functioneren.”

Maar Lehr gelooft niet in functieherstel. Ze hoort haar buurman nog steeds vallen, brullen, roepen. Buren zien telkens nieuwe mensen bij hem binnenlopen die zo kort blijven dat ze vermoeden dat er drugs wordt gedeald. En in augustus 2019 vindt de wijkagent hem onwel op straat. Hij brengt hem naar het ziekenhuis en als Lehr bij de agent informeert hoe het gaat, is zijn reactie: „Het zou voor iedereen beter zijn als hij niet terugkomt”. Nog dezelfde dag is haar buurman terug.

Illustratie Roland Blokhuizen

De buurman ontkent de overlast

Na een eerste waarschuwing is de woningbouwvereniging afgelopen zomer een uitzettingsprocedure gestart. Maar of die zal slagen is de vraag. Via zijn advocaat heeft de buurman bij de rechtbank al laten weten de overlast te ontkennen. En volgens advocaat Timon Boer, die Els Lehr bijstaat, is de kans op uitzetting volledig afhankelijk van hoe goed een corporatie bereid is de zaak te voeren. „Een uitzettingsprocedure is een geschil tussen huurder en verhuurder, een buurvrouw is daarin geen partij.” Lehr kan zich alleen melden als ‘informant’ en zo de rechtbank voeden met informatie. Maar geregeld ziet Boer dat de rechter alsnog besluit om een overlastgevende huurder een laatste waarschuwing te geven, en dat een corporatie daarmee genoegen moet nemen. „Buren schieten daar niet altijd iets mee op.”

„September 2019”, noteert Els Lehr. „De afgelopen weken ben ik een vijftal keer met familie en vrienden uitgeweken naar een restaurant in de buurt om de geluidoverlast in eigen tuin te ontlopen.” In het bijzijn van de zorginstelling volgen op haar verzoek bemiddelingsgesprekken met de buurman, die leveren in haar ogen weinig op. Ze hoort dat bij onverwachte alcoholcontroles haar buurman altijd ‘nul’ scoort. Deze krant vroeg de buurman om een reactie op de overlast, maar trof hem niet thuis.

Van de woningbouwvereniging heeft ze inmiddels een kijkgat in de deur gekregen. Maar sinds kort heeft ze telkens dezelfde nachtmerrie: een grote groep verslaafde daklozen ramt haar voordeur in en installeert zich in haar tuin. „Is dit tekenend voor hoe ik me voel?”