Opinie

Politiek 2020: wie is er bang voor visie?

Marike Stellinga

Januari mag voor veel mensen dry zijn, in de hoofden van politici moet het al gisten: wat zetten we in het verkiezingsprogramma? Wat willen wij veranderen aan Nederland? Ja ik weet het, de verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn pas over ruim een jaar (maart 2021), maar de lange aanloop is al ingezet, in de vorm van verkenningen van rekenmeesters als het Centraal Planbureau en adviezen van economen (over het belastingstelsel). Binnenkort volgt een belangrijk advies over de arbeidsmarkt van de commissie-Borstlap. Het denken is kortom begonnen.

Als ik mijn gevoel erover mag meegeven: het wordt anders, vrijer. Althans, dat hoop ik. Want hoezeer ik ook hou van de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s door het CPB (ze zijn een rijke bron aan informatie over welke keuzes partijen in schaarste maken), te vaak lieten politieke partijen zich in hun denken beperken door die grotendeels theoretische exercitie. Net zoals kabinetten zich te veel aantrekken van de koopkrachtramingen van het CPB. Dat leidt tot gemorrel aan belastingknopjes, niet tot nieuw beleid dat echt helpt.

Ik zou zeggen: eerst vrij bedenken wat je wilt, en pas daarna kijken of er aanpassingen nodig zijn mocht de doorrekening tegenvallen. En zelfs dan. Elke econoom weet dat investeren in onderwijs cruciaal is. In de sommen kan het CPB echter geen cijfer op die zegen plakken, en dus blijven van die investering alleen de kosten over. Niks van aantrekken, toch doen.

Het wordt ook anders omdat er op economisch gebied grote vragen voorliggen, maar de antwoorden zeldzaam onhelder zijn. Hoe kunnen westerse landen het kapitalisme weer laten werken voor iedereen? Lagen er vroeger allerhande economische recepten klaar, nu weten economen het ook even niet meer. Ze zijn het oneens over wat het probleem is, én over welke oplossingen er nodig zijn.

Als economen het wel grotendeels eens zijn, zoals bij het klimaatbeleid, dan is dat politiek dynamiet. Economen zeggen: belast de uitstoot van CO2, maak vies produceren duur. Maar veel partijen krijgen daar ademnood van want dan worden fossiel autorijden, kleding en vlees eten duurder.

En dan is er nog de lijst met Dossiers Die Om Een Oplossing Vragen. Het belastingstelsel moet eigenlijk grondig worden hervormd. De Nederlandse arbeidsmarkt met al haar flexwerkers schreeuwt om een nieuwe sociale zekerheid. Beide dossiers zijn technisch, taai, ingewikkeld en zeer gevoelig. De landbouw moet anders, het vervoer. En dan heb ik het nog niet eens over de huizenmarkt en de bankensector die onze economie kwetsbaar maken. Alles kost geld, doet pijn, of allebei.

Ik las laatst een interessante analyse in The New York Times over de jaren tien. Die waren in de VS eigenlijk relatief rustig betoogde columnist Ross Douthat, vergeleken bij de jaren nul. Maar het gevoel in de jaren tien was negatiever. Waarom? Omdat het afgelopen decennium er één van ontgoocheling was: burgers werd duidelijk wat er niet klopte aan de (politieke en economische) beloftes van de decennia ervoor. Over de financiële sector bijvoorbeeld, of de techrevolutie. Na een decennium van ontgoocheling is het tijd voor een nieuw plan. Je kunt vies kijken bij visie: wat heb je eraan in onze versplinterde coalitiepolitiek? Maar je kunt er ook een zee aan denkvrijheid in zien. Nu economen hun inzichten aan het herzien zijn, is er álle ruimte voor politieke partijen om zelf te bedenken waar het heen moet. Wie durft?

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.