Reportage

Migranten bij het Kanaal: ‘Ze geven je een boot en dan zoek je het maar uit’

Migratie Opgejaagd door de Franse politie kiezen migranten bij Calais tussen levensgevaarlijke opties. Je verstoppen in een vrachtwagen, of in een rubberboot het drukbevaren Kanaal op?

Een kampement bij Calais.
Een kampement bij Calais. Foto Wouter Van Vooren

De nacht valt, een bijtende wind giert over de krijtrotsen van Cap Gris-Nez, ten zuiden van Calais. De vuurtoren op de kaap heeft net zijn witgroene lamp ontstoken, de lange lichtbundel zwaait over de donkere heuvels, het smalle strand en ver over de ruige, zwarte zee. Hier is het Nauw van Calais het smalst: slechts 33 kilometer naar Engeland. Wie hier bij nacht en ontij in een bootje stapt, is vastberaden – of wanhopig.

Het is precies wat de bemanning van de vuurtoren, medewerkers van de Franse kustwacht CROSS, hier steeds vaker ziet. Een recordaantal van naar schatting 2500 migranten probeerde in 2019 per boot het Kanaal over te steken. Ter vergelijking: in 2018 waren dat er 586, al zijn er geen sluitende statistieken. In december was het voortdurend raak. De Franse en Britse kustwacht visten tientallen migranten van het water. Veelal jonge mannen, steeds vaker ook vrouwen en kinderen. Allemaal slecht gekleed en onderkoeld. Op 29 december redde een Urker vissersboot bij het noordelijker gelegen Duinkerken 21 migranten, onder wie een zwangere vrouw.

Lees ook ‘Toen ik die baby aanpakte dacht ik wel even ‘wow’

Ammar moet er niet aan denken. De kleine, praatgrage Jemeniet zit met blote voeten bij een walmend kampvuurtje. Bezwaar tegen publiciteit heeft hij niet. „Ik kan goed zwemmen, ik ben een keer het water ingegaan. Maar het is veel te koud, ik dacht dat ik doodging!” Ammar bewoont een van de ruim 150 groene tentjes, opgetrokken in de modderige berm van een stinkend industrieterrein aan de noordrand van Calais. Naast hem hurkt zijn Eritrese kameraad, die hij al zwervend in Parijs ontmoette. De twee beproeven al twee weken hun geluk bij de vrachtwagens, maar tot nog toe lukte het ze niet de zwaar beveiligde Kanaaltunnel door te komen.

„Ammar bewoont een van de ruim 150 groene tentjes, opgetrokken in de modderige berm van een stinkend industrieterrein aan de noordrand van Calais.”Foto Wouter Van Vooren

Op het hoogtepunt van de migratiecrisis bewoonden duizenden migranten de ‘jungle van Calais’. Sinds toenmalig president François Hollande het kamp in 2016 definitief ontruimde, zijn overal in de regio nog miserabeler mini-jungles ontstaan. Tussen de wrakke tentjes, het afval en etensresten hurken groepjes jongemannen met holle ogen en vochtige kleren. Terwijl politiebussen stapvoets rondjes rijden trappen een paar jongens een balletje. De gendarmerie voert een opjaagbeleid – om de dag worden de kampjes ontruimd en trekken de honderden migranten een stukje verder.

Metershoge hekken

Vijf maanden heeft Ammar er naar eigen zeggen over gedaan om deze puinhoop te bereiken. „Dat is snel, maar ik heb dan ook geld”, zegt hij vrolijk. Hij trok van het door oorlog verscheurde Jemen naar Saoedi-Arabië, waar hij studeerde maar geen toekomst zag. Gevraagd naar zijn plan wijst hij naar de metershoge witte hekken die verderop de route naar de Kanaaltunnel afsluiten. „Ken je de film Prison Break? Dat is hier de situatie.” Ammar en zijn vriend houden – soms met geweld – vrachtwagens aan. Na iedere mislukte poging zet de politie ze weer op straat.

De vuurtoren van de kustwacht in Cap-Gris-Nez, Calais
Foto Wouter Van Vooren
De kust bij Calais.
Foto Wouter Van Vooren
Foto Wouter Van Vooren

De mannen rond het vuurtje kijken wel uit om in een bootje te stappen. „Levensgevaarlijk en te duur”, zegt A., een Irakees uit Mosul met een vriendelijk gezicht en een zwart-wit geblokt houthakkershemd. Hij is net aangekomen en wil zijn naam wel geven, maar die mag niet in de krant. Op zijn mobiel toont hij zijn Linkedin-profiel: online reviewer van wetenschappelijke artikelen voor uitgeverij Elsevier in Amsterdam. Onbetaald, maar de ervaring komt straks in Engeland goed van pas.

Eigenlijk wilde hij in Turkije blijven, waar hij in 2015 aankwam. Maar toen hij een brief ontving van de UNHCR dat hij pas in 2022 een eerste asielgesprek zou krijgen, trok hij verder naar Slovenië. Onderweg naar Calais verdiepte hij zich in de bootjesroute, maar die optie heeft hij laten varen. „Ze vragen wel vijf- of achtduizend euro. Ze geven je een rubberboot en verder zoek je het maar uit. Lukt het niet, dan ben je je geld kwijt.”

Hij doelt op de smokkelaars die in de regio actief zijn. Professionele mensenhandelbendes in Parijs, Lyon en Brussel die hun klanten rekruteren via een netwerk van tussenpersonen in de kampen en via sociale media. „Zeg maar wat je wilt, en er staat iemand voor je neus”, zegt A. Maar als je er rijk uitziet, moet je sowieso meer betalen”.

Een kampement bij Calais.
Foto Wouter Van Vooren
Een kampement bij Calais.
Foto Wouter Van Vooren

Parkeerplaatsen

François Guennoc, mede-oprichter van vrijwilligersorganisatie Auberge des Migrants, bevestigt het verhaal. Hij werkt al jaren in de geïmproviseerde kampen rond Calais. Duizenden migranten zag hij langstrekken. Vanuit een grote, oude loods in het havengebied verstrekt zijn organisatie voedsel, kleding en informatie. Er heerst flinke bedrijvigheid in de loods waar meerdere organisaties huizen. Aan een grote tafel pellen vrijwilligers van het Britse Refugee Kitchen honderden eieren en bereiden in dampende potten de maaltijden die ze dagelijks onder de migranten uitdelen.

Francois Guennoc, mede-oprichter van Auberge des Migrants. Foto Wouter Van Vooren

De aantallen zijn sinds 2016 weliswaar flink gedaald, Guennoc zag de smokkelaars steeds harder en professioneler worden. „In Calais zitten Afghaanse smokkelaars, Soedanezen en Iraniërs. In Grand-Synthe [bij Duinkerken, red.] zitten de Koerden.” Ze deinzen er niet voor terug hun territorium met grof geweld en wapens te verdedigen. De inzet is dan ook hoog. Veel migranten, soms gesteund door familie, arriveren met flinke bedragen op zak. „Een plaats in een geprepareerde, vaak Oost-Europese vracht- of koelwagen kost zo’n 2.500 euro”, zegt Guennoc. Maar de slagingskans is minimaal en de sterftekans aanzienlijk. In oktober trof de Britse politie nabij Londen een container met 39 gestikte Vietnamezen.

Zonder geld zijn migranten op zichzelf aangewezen. ‘s Nachts schuimen ze parkeerplaatsen af op zoek naar een vrachtwagen om zich in of onder te verstoppen. „Maar sinds de parkeerplaatsen in handen zijn gekomen van Afghaanse, Soedanese en Eritrese smokkelbendes, is die optie is ook lastiger geworden”, vertelt Guennoc.

Lees ook Geld om hun dode kind naar huis te halen is er niet

De bootjesroute werd twee jaar geleden populair, naar verluidt dankzij Iraanse migranten. Die reisden vanaf eind 2017 massaal naar Servië, toen daar kortstondig het visumregime werd opgeschort. Maar algauw grepen smokkelaars de controle over de zestig kilometer lange kuststrook. Een lucratieve business met hoog rendement, rekent Guennoc voor. „Je koopt voor twee- of drieduizend euro een rubberboot, zet er acht, tien of twaalf mensen in die je ieder een paar duizend euro laat betalen”. De afgelopen weken schreven media dat de nakende Brexit een rol zou spelen bij de toename in het aantal bootmigranten op het Kanaal. Guennoc denkt dat het slechts een argument is waarmee smokkelaars hun klanten onder druk zetten.

Het Britse Refugee Kitchen deelt dagelijks maaltijden uit aan migranten in Calais. Foto Wouter Van Vooren

Tocht van twee, drie uur

Eenmaal in de gammele en instabiele boten moeten de passagiers zelf maar zien hoe ze de Britse wateren bereiken. In ideale omstandigheden is dat een tocht van twee tot drie uur. Verder hoeft niet, want daarna kunnen ze zich overgeven aan de Britse kustwacht en hopen op een asielaanvraag in het Verenigd Koninkrijk. Daarna moeten ze op zoek naar werk, vaak illegaal, om schulden af te betalen. Hoewel met ongeveer zestig procent de slagingskans aanzienlijk hoger ligt dan bij de clandestiene tocht door de tunnel, gaat het vaak mis. In december veroordeelde een Franse rechter de Nederlandse smokkelaar Ibrahima K. en zijn Afghaanse bondgenoot wegens mensenhandel. Ook werden zij verantwoordelijk gehouden voor de dood van de Iraanse Mitra Mehrad, wier lichaam in augustus aanspoelde bij IJmuiden. De vrouw was de eerste van waarschijnlijk vier migranten die tot nog toe verdronken. Het werkelijke cijfer is niet te achterhalen: evenmin als de Middellandse Zee geeft het Kanaal alle lichamen prijs.

Een paar honderd meter van het kampje van Ammar zitten vier mannen voor de tentjeszee aan de rand van een treurige woonwijk. De jongste draagt een groene jas onder een hippe kuif. De jongen toont zijn vingers, achtereenvolgend versierd met een tatoeage van kappersschaar-, kwast, en -kam. „Ik was kapper in Iran. Het is daar niet goed, ik ben gevlucht”, zegt hij in gebroken Engels. De Iraniër zoekt een vrachtwagen, geld voor de boot heeft hij niet. Hij kijkt verlegen, wil nog iets zeggen, maar zijn kameraden leggen hem met een waarschuwende snauw het zwijgen op.