Opinie

De melk der menselijke goedheid

Tommy Wieringa

Toen de dominicaan en theoloog André Lascaris zijn 75ste verjaardag vierde, werd hij door heel wat mensen toegesproken. Ook uit Oxford en Berlijn waren vrienden en bewonderaars gekomen, zijn vriendelijke invloed reikte ver. Lascaris had met zijn inzichten over conflict en verzoening bijgedragen aan het vredesproces in Noord-Ierland en schreef een paar boeken over het werk van de Franse menswetenschapper René Girard, in het bijzonder over diens indringende theorieën aangaande begeerte, rivaliteit en het zondebokmechanisme.

Ik leerde Lascaris kennen in het klooster waar hij woonde en waar ik soms onderdak vond in het gastenverblijf. Naarmate ik er vaker kwam, groeide onze vriendschap. We dronken rode wijn op zijn kamer en spraken over de dingen waar we aan werkten, waarbij hij de verhalen die ik onderhanden had van christelijk-theologisch commentaar voorzag.

Op zijn verjaardag, drie jaar voordat hij zich in een stuk rundvlees verslikte en stierf, vertelde ik hoe hij niet alleen mijn werk maar ook de opvoeding van mijn dochters had beïnvloed. Zo diep was ik doordrongen geraakt van het rivaliteitsprincipe, dat ik mijn dochters geen afzonderlijke porties groente voorschotelde, maar alles in één schaal aanbood. Zo rivaliseerden ze om de beschikbare worteltjes en sperziebonen tot de schaal leeg was. Elke maaltijd, zei ik, was ik opnieuw ingenomen over het heilzame verbond tussen een dominicaan en mijn groentetuin.

Intussen concurreren mijn dochters om heel wat meer dan boontjes en worteltjes. Op vredige dagen weten ze wat delen en samen spelen is, op andere dagen zijn ze in een meedogenloze concurrentiestrijd verwikkeld. Het begint me te dagen dat het misschien een vergissing is geweest, mijn aandeel in de opvoeding: de pedagogische inzet van het concurrentiemodel. Waar ik ze aan de ene kant probeer op te voeden als altruïstische, compassionele burgers, heb ik ze door hun rivaliteit te versterken grootgebracht als geharde kapitalisten. Zero sum – mijn geluk is jouw ongeluk. Moreel gezien zijn het kinderen van Spinoza, praktisch lijken ze soms meer op die van Gordon Gekko.

Het kwam door het boek van Rutger Bregman dat ik mijn opvoedstrategie moet herzien. ‘De meeste mensen deugen’ is een aanstekelijk pleidooi voor menselijke goedheid, en een hoognodig antidotum tegen de breed gedragen, gemakzuchtige opvatting dat de mens eerst en vooral slecht, zelfzuchtig en wreed is. Auschwitz in saecula saeculorum, zeg maar. Allemaal waar, maar mij leken die negatieve stereotyperingen deel van een veel breder palet; het cynische oordeel over mens en samenleving simplificeert de complexiteit van de soort. Het is Bregmans verdienste dat hij zoveel goede argumenten heeft verzameld om die comfortabele aanname te weerleggen. Ik werd er vrolijk van, van zijn boek, maar moest mijn pedagogische vergissing (een van de vele ongetwijfeld) onder ogen zien. Het begon te knagen toen ik las over Jeffrey Skilling, de hoogste baas van energiereus Enron, wiens bedrijfsfilosofie, geïnspireerd door The selfish gene van Richard Dawkins, neerkwam op één woord: hebzucht. Het resultaat: ‘Werknemers moesten snoeihard met elkaar concurreren en begonnen elkaar de ene na de andere dolk in de rug te steken. Eind 2001 bleek dat Enron gigantische boekhoudfraude had gepleegd. En Skilling? Die ging de bak in.’ Een paar alinea’s verderop schrijft Bregman: ‘Ook bedrijven als Amazon en Uber zetten werknemers tegen elkaar op: „Uber is een ‘hobbesiaanse jungle”, vertelt een anonieme werknemer, een bedrijf waar je „nooit hogerop komt tenzij iemand anders sterft”. De wetenschap is inmiddels veel verder. In latere edities van The Selfish Gene nam Richard Dawkins zijn woorden over onze „natuurlijke” zelfzuchtigheid terug. En tegenwoordig gelooft vrijwel geen enkele bioloog er nog in. Strijd en concurrentie spelen een duidelijke rol in de evolutie van het leven, maar iedere eerstejaars biologie leert nu dat samenwerking veel belangrijker is.’

Dit gelezen hebbende, begreep ik opeens waarom het kapitalisme in zijn volheid een infantiel economisch systeem is, gesymboliseerd door kinderhanden die naar hetzelfde grijpen; de voormalige baas van Enron en ik baseerden ons op hetzelfde principe. Het restant van de opvoeding van mijn kinderen zal in het teken staan van samenwerking en compassie, en de melk der menselijke goedheid.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.