Recensie

Recensie Vormgeving

Zwolle en Amsterdam hebben een dakdier

bespreekt ontwerpen die op elkaar lijken. Vandaag: dakdieren op oude gebouwen in Zwolle en Amsterdam.
Museum de Fundatie in Zwolle.
Museum de Fundatie in Zwolle. Foto’s ANP/Ferdy Damman, Zwarts & Jansma architects

De uitbreiding van Museum De Fundatie in Zwolle was in 2013 een dubbele verrassing. Niet alleen was de kolossale blob die bovenop het neoclassicistische museumgebouw uit 1840 was gezet een late oprisping van een architectuurmode die allang voorbij leek, maar ook stond de ontwerper ervan, Hubert Jan Henket (1940), niet bekend als een liefhebber van ‘parametrische’ architectuur, zoals blobarchitecten zelf hun kromlijnige scheppingen plechtig noemen. Integendeel, in de voorgaande decennia had Henket zich met rechtlijnige gebouwen als het Fries Museum in Leeuwarden laten kennen als een architect in de modernistische traditie. Als groot bewonderaar van het vooroorlogse Nieuwe Bouwen trad hij bewust in de voetsporen van vroege modernisten als Jan Duiker en Ludwig Mies van der Rohe. Hun zakelijke, less is more-benadering van architectuur was in het digitale tijdperk nog altijd actueel, vond – en vindt – Henket.

De voormalige Diamantbeurs in Amsterdam Foto’s ANP/Ferdy Damman, Zwarts & Jansma architects

Maar als voor de enorme zee-egel bovenop op Museum de Fundatie iets niet geldt, dan is het less is more. De met blinkende blauwe en witte tegeltjes beklede blob is juist een voorbeeld van more is better- en waarom-makkelijk-als-het-moeilijk-kan-architectuur die even spectaculair als onfunctioneel is. Zo biedt de blob, die opvallend vloekt met de klassieke oudbouw, binnen verrassend weinig bruikbare tentoonstellingsruimte en is die bovendien alleen bereikbaar via onaangenaam smalle trappen. Het lijkt erop dat Henket de museumuitbreiding heeft aangegrepen om één keer in zijn carrière eens iets raars te maken en een gebouw in een van de 19de-eeuwse neostijlen, die vroege modernisten als Le Corbusier hartgrondig verfoeiden, eens lekker te grazen te nemen.

Toch heeft Henket met zijn dakopbouw zijn zakelijke beginselen niet helemaal verraden. Want terwijl overtuigde blobarchitecten hun gebouwen het liefst zo veel mogelijk malle bulten geven, is Henkels blob, net als echte zee-egels, keurig symmetrisch. Dat zijn museumuitbreiding eigenlijk meer een curieuze koepel is dan een echte blob, blijkt ook uit de glazen dakopbouw die onlangs op de voormalige Diamantbeurs in de Weesperstraat in Amsterdam is gebouwd. Net als Henkets koepel lijkt dit glazen ding bovenop een bakstenen gebouw uit 1910 op een dier, in dit geval een gordeldier. Maar nog minder dan de Zwolse zeeëgel is het Amsterdamse gordeldier een blob. In hun toelichting op hun ontwerp nemen de architecten Rein Jansma en de onlangs overleden Moshé Zwarts het woord blob dan ook niet in hun mond. ‘Een langwerpige koepel’, noemen ze het gordeldier eenvoudigweg op de site van Zwarts & Jansma Architects.