Reportage

‘Ze willen de universiteit verwoesten’

Hindoe-nationalisme Het geweld op een van India’s topuniversiteiten staat niet op zichzelf. „Mensen zijn doodsbang. En dat is precies wat zij wilden.”

Demonstratie donderdag tegen het geweld op de Jawaharlal Nehru University (JNU) in New Delhi (links). Twee dagen eerder was er een betoging in Kolkata uit solidariteit met de aangevallen JNU-studenten.
Demonstratie donderdag tegen het geweld op de Jawaharlal Nehru University (JNU) in New Delhi (links). Twee dagen eerder was er een betoging in Kolkata uit solidariteit met de aangevallen JNU-studenten. Foto’s Anushree Fadnavis/Reuters en Dibyangshu Sarkar/AFP

Met tranen die prikten achter ogen vol ongeloof, zat Romila Thapar, 88, zondagavond voor de televisie in haar huis in het zuiden van Delhi. Eigenlijk zou de gerenommeerde historica op dat moment vrienden treffen voor een etentje op de Jawaharlal Nehru Universiteit (JNU), al vijftig jaar haar tweede thuis. Maar toen Thapar op het punt stond de deur uit te gaan, ging haar telefoon. Een belletje vanaf de campus. Wacht nog even, klonk het aan de andere kant van de lijn. Er staat politie bij de hekken en we weten niet wat er gebeurt.

Wat zich die avond op de campus, haar campus, ontvouwde, kregen Thapar en de rest van het land in de daaropvolgende uren mee via schokkerige video’s op het nieuws en sociale media. Beelden van gemaskerde jongemannen en enkele vrouwen die gewapend met lange stokken, hamers en ijzeren staven losgingen op een van India’s meest prestigieuze universiteiten. Met hun actie verwondden zij ten minste dertig studenten en twee docenten.

Het is ze eindelijk gelukt, dacht Thapar. „Ze zijn vastbesloten om de JNU te verwoesten.”

Want hoewel het politieonderzoek nog loopt, twijfelen veel docenten en studenten niet aan wie achter de aanval zit. Ze wijzen naar de studententak van de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS), de hindoe-nationalistische organisatie waaruit ook de partij van premier Modi voortkomt. En naar de universiteitsvoorzitter, een Modi-getrouwe die in 2016 werd aangesteld en sindsdien lijnrecht tegenover hen kwam te staan.

Grip op de universiteit

Met hem aan het roer verstevigde de regering haar grip op een universiteit die faam maakte als vrijplaats voor kritisch denken, maar die hindoe-nationalisten verguisden als een links seculier bastion. De lommerrijke campus is sindsdien het hart van aanhoudende protesten, met studenten en docenten die de voorzitter ervan beschuldigen arbitraire veranderingen door te voeren en de regels te omzeilen om ‘zijn mensen’ aan te nemen. Dat wil zeggen: die door de RSS zijn goedgekeurd.

De universiteit staat daarin niet alleen. Onder de regering Modi vonden loyalisten van deze streng hindoeïstische beweging hun weg naar ’s lands meest invloedrijke instellingen. Van ministeries en culturele instituten als het Nehru Memorial Museum tot het bestuur van de Indiase centrale bank. Maar vooral ook op de universiteiten die direct onder het ministerie van Onderwijs vallen, zoals JNU.

Logisch, zegt emeritus hoogleraar Thapar: „We hebben een partij aan de macht wier ideologie is om van India een hindoestaat te maken. Daarvoor zijn twee dingen belangrijk: het herschrijven van de geschiedenis en ervoor zorgen dat mensen daar geen vragen over stellen. Ieder soort onderwijs dat nadruk legt op bevragen, debatteren en discussiëren is dan een bedreiging.”

Ze wil maar zeggen: alles waar JNU voor staat. Hebben hindoe-nationalisten een hekel aan de universiteit die zij hielp oprichten, ze háten Thapar. Als historica, gespecialiseerd in de Indiase oudheden, schroomt ze er ook op 88-jarige leeftijd niet voor hun lezing van de Indiase geschiedenis te corrigeren. Zoals afgelopen voorjaar in een opiniestuk voor The New York Times onder de kop ‘Ze verspreiden mythes en noemen het geschiedenis’.

Rundvlees eten

In het verleden deed ze niet anders. Zo maakte ze eerder bezwaar toen passages in een door haar geschreven schoolboek werden geschrapt. Daarin schreef Thapar onder meer dat het Arische volk, volgens hindoe-nationalisten juist een inheems volk van het Indiase subcontinent, uit Centraal-Azië komt. En dat zij in de oudheid rundvlees aten. Ook toen, we praten rond het jaar 2002, regeerde de Bhartiya Janata Partij (BJP) van Modi.

„Ik werd voor van alles uitgemaakt”, zegt Thapar, gezeten in haar woonkamer waar iedere wand van onder tot boven is gevuld met boeken waarvan de pagina’s zijn vergeeld en de kaften gescheurd. „Ik was anti-hindoe, anti-India, anti-alles. De minister van onderwijs noemde mij een academische terrorist.” Het zijn termen die nu weer volop klinken – en lang niet alleen om Thapar te omschrijven.

Het is inherent aan de politiek van de BJP, zegt Gilles Verniers, politiek wetenschapper aan de Ashoka Universiteit. „Hun ideologie vereist dat ze continu wijzen naar vijanden, zowel intern als extern. Extern is dat Pakistan, intern kan dat iedereen zijn, van moslims en intellectuelen tot activisten.”

Met als doel, zegt ook Verniers, het smoren van kritische stemmen. Tekenend is de reactie van de regering op de massale protesten die de afgelopen weken uitbraken tegen een nieuwe burgerschapswet. Volgens tegenstanders druist de wet in tegen India’s seculiere karakter, omdat zij onderscheid maakt op basis van religie en alleen moslims uitsluit. BJP-leden op hun beurt hebben hen weggezet als ‘anti-India’.

JNU, de universiteit die werd vernoemd naar ’s lands eerste premier Jawaharlal Nehru, geldt als een epicentrum van het verzet tegen premier Modi’s hindoe-nationalistische agenda. Niet zelden zijn het JNU-studenten die vooropgaan in protestbewegingen tegen besluiten van zijn regering. Zo ook tegen deze wet.

Dat leidde op de campus eerder tot felle botsingen met de rechtse studentenorganisatie ABVP. Want hoewel linkse partijen lang dominant waren, is het aantal rechtse studenten en docenten op JNU flink toegenomen – vooral na de komst van de huidige voorzitter. Verniers: „In zekere zin is zij een afspiegeling van de sociale transformatie die in India heeft plaatsgevonden. Veel mensen omarmen het etno-nationalisme van de regering.”

Verhoging collegegeld

Maar zo gewelddadig als afgelopen zondag werd het niet eerder. Directe aanleiding waren aanhoudende protesten tegen een plotselinge forse verhoging van de collegegelden. Al twee maanden ligt het onderwijs stil door een boycot van linkse studentenorganisaties die eisen dat de ‘voor arme studenten onbetaalbare’ verhoging wordt geschrapt. Maar de voorzitter van de universiteit weigert, zoals hij vanaf het begin deed, met hen in gesprek te gaan.

Volgens de studentenraad, wiens voorzitter bij de aanval zo hard op haar hoofd werd geslagen dat ze 16 hechtingen nodig had, horen de daders bij de ABVP en handelden zij met medeweten van de voorzitter en de politie en beveiliging die niet ingrepen. Een claim die deels door gelekte whatsappberichten, foto’s en video’s lijkt te worden ondersteund. De ABVP ontkent, en wijst op haar beurt naar ‘het links gespuis’ op de campus.

Ook de universiteitsvoorzitter doet dat. Op het moment dat de studentenraadvoorzitter naar het ziekenhuis werd afgevoerd, werden bij de politie twee klachten tegen haar geregistreerd voor vernielingen die daags ervoor mede door haar zouden zijn aangericht. Van de daders achter de aanval is nog altijd niemand gearresteerd.

Rechtop in haar leunstoel schudt historica Thapar haar hoofd. De afgelopen dagen leefde ze via haar telefoon en de televisie mee met de protesten die tot ver buiten Delhi uit solidariteit worden georganiseerd. Naar de demonstraties op haar eigen campus, waar collega’s het vertrek van de voorzitter eisen, is ze nog niet geweest. Het werd haar afgeraden. „Ik ben een te herkenbare verschijning.”

Het is tragisch, zegt de historica. „Het heeft ons jaren gekost van JNU de topuniversiteit te maken die het was. En nu is het een puinhoop. Mensen zijn doodsbang. En dat is precies wat zij wilden. Dat studenten en docenten wegblijven. Want dan is hun doel bereikt.”