Ze bracht het universiteitsmuseum tot bloei

Ze waren belangrijk voor de wetenschap, maar deze vrouwen stonden in de schaduw.

Truus Eymers deed geen Nobelprijswaardig onderzoek en belandde niet in de hoogste regionen van de universiteit. Maar ze stond wél aan de wieg van het wetenschapshistorisch genootschap en tijdschrift Gewina, verzorgde tentoonstellingen en boeken, én bracht met haar man het Utrechts Universiteitsmuseum tot bloei. Tegelijk illustreert haar leven hoeveel obstakels er in de ‘moderne’ twintigste eeuw op het pad van vrouwen werden gelegd.

In de jaren 20 en 30 van die eeuw studeerde en promoveerde Eymers, enig kind uit Velp, op het lab van Leonard Ornstein in Utrecht. Ornstein, in 1914 tot hoogleraar theoretische fysica benoemd, had zich steeds meer toegelegd op experimenten. Bovendien deed zijn lab geregeld onderzoek voor bedrijven en overheidsinstellingen, iets wat in die tijd voorzichtig in zwang raakte. Zo kwam het dat Eymers enerzijds publiceerde over fundamentele zaken als ‘multipletten in atoomspectra’ en anderzijds, cum laude, promoveerde op onderzoek naar de ‘fundamentele principes’ voor de ‘verlichting van het Gemeentemuseum in Den Haag’.

Het Ornsteinlab stond bekend als een prettige werkplek, waar medewerkers elke middag bij de thee samen hun voortgang bespraken. Eymers was niet de enige vrouw op het lab. Ook Lili Bleeker werkte er aan een promotieonderzoek. Maar terwijl Bleeker weigerde zich te schikken in de rol die vrouwen als vanzelf werd opgedrongen, was Eymers meegaander.

Lees over Lili Bleeker: Lenzenmaker en adviseur (maar niet voor de Duitsers)

Bleeker paste ervoor om haar verdere leven als stille mejuffrouw in een lab de dienende taken toegeschoven te krijgen. Want zo ging het meestal. Gehuwde vrouwen mochten niet werken en vrouwen die wél wilden werken, werden zo automatisch veroordeeld tot een bestaan als ‘mejuffrouw’. Het neerbuigende van die term straalde intussen af op hun functie. Bleeker trok dus haar conclusies en begon een eigen bedrijf.

Steun en vraagbaak

En Eymers? Die schikte zich. Tijdens haar promotie in 1935 had ze zich laten flankeren door twee vrouwelijke paranimfen, en sinds haar studietijd was ze opgeklommen tot hoofdassistente bij het natuurkundepracticum. Maar ze had ook als vanzelfsprekend thee geschonken, nieuwkomers wegwijs gemaakt en als ‘steun en vraagbaak voor velen’ gefungeerd. En na haar huwelijk met collega Pieter van Cittert in 1938 bleef ze thuis – zij het onder protest.

Pas in 1955 kreeg Eymers weer een baan. Ornstein was dood. Na zijn ontslag onder het nazibewind overleed hij in 1941 aan hartklachten. Eymers had intussen met haar man het Utrechts Universiteitsmuseum leven in geblazen. Aan de basis daarvan lag een collectie antieke instrumenten van het Utrechts Natuurkundig Gezelschap, die Van Cittert in 1928 op een zolder had gevonden. En toen Van Cittert in 1951 directeur van het museum werd, vulden ze die collectie samen aan.

Vier jaar later, het arbeidsverbod voor gehuwde vrouwen was nét afgeschaft, volgde Eymers haar ziek geworden man op. Ze kreeg een deeltijdaanstelling, maar bedong wél een werkster om het museum schoon te houden, een taak die ze tot dan toe zelf op zich had genomen. Hoe actief Eymers daarna was, blijkt uit de dertig tentoonstellingen die ze tot 1969 organiseerde. Daaronder was in 1959 Blauwkous!, over de geschiedenis van studerende vrouwen in Nederland. De kranten merkten er overigens vooral over op dat het spotten met studerende vrouwen, zoals via dat denigrerende ‘blauwkous’, passé was. Want: meisjesstudenten werden nu toch als gelijke behandeld?

Eymers zal er het hare van gedacht hebben. 85 werd ze, en tot haar dood bleef ze in de wetenschapsgeschiedenis een actieve – intussen met koninklijke onderscheidingen en erepenningen beloonde – verschijning. Toch, hoe ver was ze gekomen als een vaste baan of schoonmaakploeg er eerder waren geweest?

Correctie 13-1: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Leonard Ornstein zelfmoord pleegde. Zijn familie laat weten dat Ornstein een natuurlijke dood is gestorven ten gevolge van hartklachten. Dat is hierboven veranderd.