Reportage

Zachte winter dodelijk voor winterslapers

Heemtuin in Bloemendaal De winters worden door klimaatopwarming geleidelijk zachter. Planten kunnen tegen een stootje. Het gevaar is dat dieren te vroeg ontwaken.

Foto Simon Lenskens

In de vijver van heemtuin Thijsse’s Hof zwemmen twee meerkoeten. „Een paar weken geleden zat het hier nog vol eenden en ganzen”, zegt beheerder Johan Görtemöller. „De meerkoeten hebben die andere vogels nu allemaal weggejaagd, zodat ze hier straks in alle rust een nest kunnen bouwen.” Geen ongewoon gedrag, benadrukt hij. „Wel ongewoon vroeg voor de tijd van het jaar.”

In 1925 opende natuurbeschermer Jac. P. Thijsse deze heemtuin, vertelt Görtemöller. „Hij hield nauwgezet bij welke plant wanneer begon te groeien en te bloeien. Ook toen waren er warmere winters, maar die werden dan altijd wel weer opgevolgd door winters met strenge vorst. Nu is die balans zoek.”

Hazelaar in bloei in heemtuin Thijsse’s Hof in Bloemendaal Foto Simon Lenskens

Januari verloopt dit jaar tot nu toe zacht. Afgelopen donderdag werd door het KNMI een gemiddelde temperatuur van 11,5 graden Celsius gemeten, met uitschieters tot 13 graden Celsius: flink boven het normale maandgemiddelde van 3,1. Dit weekend worden temperaturen rond de 8 graden Celsius verwacht.

Zingende koolmezen

Her en der in Nederland bloeien al narcissen, en de koolmezen zingen volop. Welke gevolgen heeft zo’n milde winter voor de natuur?

„Over de planten maak ik me niet zoveel zorgen”, zegt Görtemöller. „Die kunnen wel tegen een stootje. Tenzij de hoge temperaturen wekenlang aanhouden, en er dan toch een vorstperiode overheen komt…” Hij pakt de tak van een wilde lijsterbes vast. „Als deze bloemknoppen dan al te ver open staan, vriezen ze kapot. Maar over het algemeen is een milde winter vooral nadelig voor dieren.”

Hij wijst op een bijenkast. „Als de bijen door aanhoudende warmte te vroeg uit hun winterrust komen, dan is er veel te weinig voedsel beschikbaar. Dus dan zullen ze sterven. Hetzelfde geldt voor egels die te vroeg uit hun winterslaap ontwaken, en voor jonge vogels die te vroeg geboren worden. Op een waterplas hier in de buurt zag ik al blauwe reigers met jongen. En ook de lepelaars zijn al nesten aan het bouwen, maanden eerder dan normaal.”

Een paar dat blootsvoets danst in in het zand van Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Foto Simon Lenskens

Of de warmte de komende weken aanhoudt, is nog niet te zeggen. „Maar we koersen nu af op een maandgemiddelde van 5,4 graden Celsius”, vertelt Arnold van Vliet, bioloog van Wageningen University en coördinator van de website Nature Today. „Bijna 1,5 graad warmer dan het normale maandgemiddelde, en bovendien zo’n 3 graden warmer dan een januarimaand vijftig jaar geleden. Een maandgemiddelde bereken je over de afgelopen dertig jaar, en doordat het steeds warmer wordt raken we geleidelijk gewend aan steeds hogere gemiddeldes en steeds vroeger bloeiende planten. Vijftig jaar geleden begon de hazelaar half februari pas met bloeien. Deze winter hadden we al in december al hazelaars en kaukasische elzen in bloei. Dat leidde zelfs tot hooikoortsklachten bij mensen, midden in de winter.”

Lees ook: Hoe ik leerde omgaan met somberheid over het klimaat

Het gevaar is dat we dat langetermijnperspectief vergeten, die winters van vijftig, honderd jaar geleden, zegt Van Vliet. „Dan worden steeds hogere temperaturen zonder dat we het doorhebben het nieuwe normaal. Het is maar de vraag wat dat zal betekenen voor de natuur.”

De milde winter roept bij veel mensen ook de vraag op wat de gevolgen zijn voor de eikenprocessierups, zegt hij. „Maar voor zover we nu weten maakt het voor de overlevingskansen van een populatie niet uit of een winter warm of koud is.”

Sneeuwklokjes in bloei in heemtuin Thijsse’s Hof in Bloemendaal. Foto Simon Lenskens

Groengele katjes

Ook in Thijsse’s Hof staan de hazelaars in bloei. Görtemöller laat de lange, groengele katjes zien. „Dit zijn de mannelijke bloemen, waar straks stuifmeel uitkomt om de vrouwelijke bloemen te bevruchten. De katjes zijn nog net niet rijp genoeg om te stuiven. En dat is maar goed ook, want de vrouwelijke bloemen – kleine, rode knopjes – zijn er nog niet. De katjes reageren blijkbaar sneller op temperatuur dan de knopjes.”

Niet ver van de bijenkast staat een struik met gele bloemen vol in bloei. „Dat is de gaspeldoorn, een typische winterbloeier. Door het zachte weer bloeit hij uitbundiger dan normaal.” Ook de sneeuwklokjes doen het goed. „Die schieten altijd al wel in januari uit de grond. Maar pas als de temperatuur dan tot boven de 10 graden oploopt, zoals nu, dan gaan de bloemetjes open.”

Opvallend vroeg zijn de lenteklokjes, en de eerste groene krokussprietjes die uit de grond schieten. Her en der is het geel van een ontluikende paardenbloem te zien, en zelfs een enkele bosanemoon. Görtemöller wijst naar een pol gras. „Gras groeit bij temperaturen boven de vier graden constant door, net als de zegge langs de oever van de vijver. Dat betekent voor ons als beheerders extra maaiwerk – anders gaat al dat opschietend groen ten koste van soorten als sleutelbloem.”

Toch lijkt de milde winter vooralsnog niet overal vat te hebben op de natuur. In de Kennemerduinen, een kwartiertje fietsen vanaf Thijsse’s Hof, heeft boswachter Coen van Oosterom nog niets afwijkends opgemerkt. „Ja, de bosuil laat zijn baltsroep al horen, maar die is wel vaker vroeg.”

Vergeleken met Thijsse’s Hof, dat in de beschutting ligt van het Bloemendaalse Bos, is het duingebied veel opener, en daardoor kunnen de temperaturen sneller schommelen. „Hier aan de westkust is het sowieso vaak iets guurder dan in de rest van Nederland, vanwege de westenwind.”

Van Oosterom blijft even staan bij duinmeer ’t Wed. „Hier neemt elke week een groepje zwemmers een duik. Jaarrond, weer of geen weer – die trekken zich al helemaal niets aan van de temperatuur.”