Opinie

U en ik, wij zijn migranten

Migratie Het CDA vraagt zich af of er een quotum voor migranten moet komen, maar pas op, schrijft . Want hij weet: geen enkele grond behoort één mens toe.
Illustratie Cyprian Koscielniak

Tot 21 december vorig jaar had de zestienjarige Gabriel Kam nog een woning in Balmoral, op twee uur rijden van Sydney. Zijn familie probeerde het vuur tegen te houden, tevergeefs. Gabriels geboortehuis, al twintig jaar in bezit van de familie, werd een van de ruim 1.200 huizen in New South Wales en Victoria die afbrandden als gevolg van de bosbranden in Australië. „Je denkt er niet aan dat je alles kan verliezen, tot het gebeurt”, zei hij tegen de BBC. Waar eens Gabriels geboortehuis stond, ligt nu as en glas. De ene tel ben je een trotse woningbezitter, de volgende een ontheemde op je eigen grond.

Gabriels lot helpt ons om een hardnekkige en gevaarlijke mythe van deze tijd te doorbreken: het idee dat mensen wortels hebben. Planten worden uit de grond geboren; zonder wortels vallen ze om. Mensen komen uit de baarmoeder; daarna kunnen ze overal opgroeien. Gabriel is nu gedwongen elders een nieuw bestaan op te bouwen, terwijl miljoenen bomen en planten geen kant op kunnen. Toch maken wij, homo sapiens, onszelf wijs dat wij net als deze planten diepgeworteld zijn in vaste grond.

Op het eerste gezicht lijkt ‘geworteldheid’ onschuldig. Mensen die een dna-test doen om hun roots te traceren. Of mensen die, zoals ik, naar de muziek luisteren en de gerechten eten uit hun geboorteland, uit nostalgie. Of mensen die hun hele leven in hun geboortestreek willen doorbrengen en daar een woning kopen omdat alles vertrouwd is. Maar hoe onschuldig het ook mag lijken, wij leven in een wereld waar het idee van de mens als diepgewortelde plant is doorgeslagen. Het land waar je toevallig bent geboren, bepaalt voor het overgrote deel wat voor mens je wordt. Het is een type denken dat een grote morele prijs met zich mee brengt. Het strookt ook niet met de vloeibare en elastische tijdgeest waarin we leven.

Lees ook: De Jonge verscherpt scheidslijn binnen coalitie over migratie

Zes jaar in de gevangenis

In 2013 moest de Koerdische journalist Behrouz Boochani zijn land ontvluchten. Bij zijn poging Australië per boot te bereiken om asiel aan te vragen, werd hij onderschept en naar het beruchte detentiecentrum op het eiland Manus gebracht. In een TEDx Talk noemde hij zichzelf „een man die op zoek was naar asiel, maar zes jaar in de gevangenis eindigde.” In de openluchtgevangenis van Manus schreef hij het poëtische No Friends but the Mountains dat hij via een gesmokkelde telefoon naar buiten wist te brengen.

In het boek doet hij verslag van wat hem en de duizenden andere gedetineerden overkomt. Mensen die gevangen werden gezet omdat ze hun land hadden verlaten, omdat ze op zoek naar vrijheid waren, bestaanszekerheid zochten.

Dichterbij huis heeft de Europese Unie deals met de Libische kustwacht gemaakt om Afrikaanse migranten die Europa proberen te bereiken, tot elke prijs tegen te houden of te onderscheppen. Deze migranten eindigen in schimmige detentiecentra waar ze erger dan Europese huisdieren worden behandeld. Andere migranten worden in landen als Mauritanië, Mali en Algerije al tegengehouden door militiegroepen, gefinancierd met Europese gelden.

Kortom, van Australië tot Israël, van de Dominicaanse Republiek tot Zuid-Afrika, in alle uithoeken van de wereld wordt vrijwillige en gedwongen migratie als een ernstig misdrijf beschouwd. Wie poogt elders een beter leven te zoeken, moet daarvoor boeten – soms met de dood als gevolg. Denk ook aan Óscar Alberto Martínez Ramírez, de 26-jarige man uit El Salvador die vorig jaar samen met zijn tweejarige dochter Valeria in de Rio Grande verdronk in een vergeefse poging om naar de Verenigde Staten te zwemmen.

Lees ook: Ons geweten mag niet stoppen bij de grens

Geboorteloterij

Deze hardvochtigheid jegens migranten kan worden goedgepraat omdat wij in een wereld leven die de ‘geboorteloterij’ verheerlijkt. De grootste factor voor een succesvol en welvarend leven is niet onze individuele intelligentie, karakter of inzet. Slechts het toevallige feit dat wij in een bepaalde politieke en juridische constellatie zijn geboren, bepaalt grotendeels wie wij worden. Hoewel inwoners van rijke en welvarende landen als Nederland en Australië er alles aan doen om migranten te weren, hebben zij zelf in wezen niets gedaan om het recht te krijgen op hun verworvenheden. Helemaal niets.

Illustratie Cyprian Koscielniak

Het idee dat onze menselijke waardigheid en identiteit geografisch zijn gebonden, wordt vertolkt door politici en denkers die het huidige model van natiestaten en nationale grenzen verdedigen. Zij vinden dat mensen hun heil moeten zoeken in het land waar ze door toeval zijn geboren.

Dat de natiestaat door Europeanen is bedacht in een tijd dat mijn Afrikaanse voorouders niet als mensen werden beschouwd, doet er voor hen niet toe. Het feit dat velen door de geboorteloterij hun hele leven armoede en instabiliteit zullen kennen, ook niet. Voor deze politici en denkers zijn nationale grenzen heilig. Zij doen aan worteldenken.

Mensen als diepgewortelde en bewegingloze planten beschouwen is evenmin reëel omdat het indruist tegen de manier waarop de wereldorde functioneert. Via internet verspreiden gedachten zich binnen een paar seconden naar de andere kant van de wereld. Door de infrastructurele revolutie reizen we voor bijna niets.

Niet voor niets zijn begrippen als ‘deterritorialisering’, ‘glocalisering’ en ‘transnationalisering’ gemunt om onze wereld te karakteriseren – een wereld die wordt gekenmerkt door de grenzen van de natiestaat, maar die grenzen worden tegelijkertijd van alle kanten bevraagd. Niet alleen door de migrant die aan de deur klopt voor betere kansen of veiligheid, maar ook door multinationals en ngo’s die blind zijn voor nationale grenzen, omdat er iets groters bestaat dan de kleur van jouw paspoort.

Lees ook: De Turkijedeal is niet af

Migrant door de tijd

In zijn roman Exit West omschrijft Mohsin Hamid het leven van een oude dame die haar hele leven in hetzelfde huis heeft doorgebracht. Ze werd moeder, haar ouders overleden, haar kinderen gingen het huis uit, maar de oude vrouw bleef er wonen.

Hoewel de vrouw haar fysieke omgeving niet heeft veranderd, is alles om haar heen wel veranderd, schrijft Hamid: „We are all migrants through times”. De oude vrouw hoefde net als de Australische tiener haar geboorteland en geboorteplaats niet te verlaten om een migrant te worden. Zij werd een migrant door de tijd, de tiener werd een migrant door klimaatverandering.

Wij leven in vloeibare, elastische tijden. Vertrouwde sociale structuren en instituties (kerk, krant, verzorgingsstaat etc.) zijn aan permanente verandering onderhevig. Niets is permanent, behalve het gevoel van onzekerheid. Het is dan ook logisch dat wij proberen ons constant aan te passen, om nieuwe verbintenissen aan te gaan zodat we de boot niet missen. Wij moeten telkens weer een nieuw huis bouwen. Oorlogen, onzekerheid, bosbranden, klimaatverandering – er zijn genoeg superkrachten die ons kunnen dwingen om alles wat ons lief is in één klap te verliezen. Wij zijn dus per definitie migranten door de tijdgeest en de omstandigheden, en geen enkele grond behoort één mens toe.

Daarom moeten we op zoek naar alternatieve modellen van gemeenschap. Die zijn niet gebaseerd op het idee van ‘vaste grond’, maar op interpersoonlijke relaties.

Zelfliefde en compassie

In zijn verhandeling over de ongelijkheid tussen mensen (Discours sur l’origine et les fondements de l’inégalité parmi les hommes, 1755) schrijft Jean-Jacques Rousseau dat de mens van nature niet alleen aan zelfliefde doet, maar ook compassie jegens de medemens heeft. De liberale notie van eigendomsrecht heeft ervoor gezorgd dat de mens een instrumentele relatie, gericht op eigen behoeften, met zijn medemens en de wereld om zich heen heeft. Maar dit ging ten koste van onderlinge solidariteit.

„De eerste man die een stuk grond omheinde en zei: ‘Dit is van mij’, en mensen vond die naïef genoeg waren om hem te geloven, deze man was de ware oprichter van de burgermaatschappij”, schrijft Rousseau. „Van hoeveel misdaden, oorlogen, moorden, ellende en verschrikkingen zou de mens bespaard kunnen zijn gebleven als iemand toen was opgestaan en naar zijn medemensen had geroepen: ‘Luister niet naar deze bedrieger. Je dagen zijn verloren als je vergeet dat alle vruchten der aarde van ons allen zijn en de aarde van niemand’.”

Het is een passage die nu meer dan ooit relevant is. Want in de naam van nationale grenzen en van onze verzorgingsstaat worden mensen in detentiecentra gestopt. In naam van de verzorgingsstaat mogen mensen verdrinken. In naam van de nationale verzorgingsstaat hebben wij compassie en intermenselijke solidariteit in de prullenbak gegooid.

Hartverwarmende steun

Na het verlies van zijn ouderlijk huis is de Australische Gabriel Kam een fondsenwerving begonnen. Het feit dat hij uit alle hoeken van de wereld steun kreeg, noemde hij hartverwarmend. „People who don’t necessarily need to care are still helping as much as they can because we are all human”, zei hij, als een mini-Rousseau. Laat zijn verhaal een inspiratiebron zijn om een nieuw model van gemeenschap en een nieuw sociaal contract te vinden – niet op basis van vaste grond maar op basis van ervaringen en relaties.

Migranten en hun kinderen weten als geen ander wat permanente verandering betekent. Wij kunnen veel van hen leren. Maar dan moeten we ze eerst verwelkomen, of tenminste een relatie met ze aangaan.

En ze niet laten verdrinken, omdat ze weigerden zich als een diepgewortelde plant te gedragen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.