VS en China: een gewapende vrede aan het handelsfront

Handelsakkoord Woensdag tekenen de VS en China in het Witte Huis een zogenoemd Fase 1-akkoord in hun twee jaar durende handelsstrijd. Intussen drijven de wereldmachten verder uiteen.

De Chinese vicepremier Liu He (links) overlegt met de Amerikaanse president Trump in het Witte Huis, 2019.
De Chinese vicepremier Liu He (links) overlegt met de Amerikaanse president Trump in het Witte Huis, 2019. Foto Jim Watson/AFP

Woensdag tekenen de Verenigde Staten en China in het Witte Huis een nieuwe handelsovereenkomst. Onder de aanwezigen bij de ceremonie: de Amerikaanse president Trump en de Chinese vicepremier Liu He.

Is dit het begin van het einde van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog die de wereldeconomie en de financiële markten nu al twee jaar in zijn greep houdt? Grote multilaterale voorspellers als het Internationale Monetaire Fond en de OESO halen de handelsspanningen steevast aan als een van de grootste risico’s voor de internationale welvaartsgroei. Wall Street en zusterbeurzen over de hele wereld golfden op en neer al naargelang het nieuws van het handelsfront goed of slecht was. Afgelopen donderdag kreeg de beurs weer een zetje met het bericht dat de Chinese delegatie inderdaad komt. Het hielp beleggers om over de oorlogsdreiging tussen de VS en Iran heen te komen.

Dit is pas Fase 1

Op de betekenis van het woensdag te ondertekenen document, dat naar verluidt 86 pagina’s telt (in de Engelstalige versie), valt nogal wat af te dingen. Persbureau Reuters zette de veronderstelde inhoud van de deal vorige maand al op een rijtje: de Verenigde Staten schrappen een voorgenomen extra tarief van 15 procent op bijna 160 miljard dollar aan Chinese import, waaronder telefoons, computers, speelgoed en kleding. Een al ingevoerd tarief van 15 procent op 120 miljard aan import wordt gehalveerd. Maar het tarief van 25 procent op 250 miljard aan Chinese import, dat al langer gold, blijft van kracht. Tot en met november voerden de VS in 2019 voor 419 miljard dollar uit China in.

China schrapt op zijn beurt de tarieven die het als vergelding invoerde, waaronder een heffing van 25 procent op Amerikaanse auto’s. Het belooft voorts de invoer vanuit de Verenigde Staten op te voeren. Het is nog onduidelijk voor welk bedrag. 200 miljard dollar in twee jaar wordt als streefgetal genoemd voor de totale Chinese import uit de VS, waarvan jaarlijks 40 miljard aan landbouwproducten. In 2017 bedroeg de Chinese invoer uit de VS zo’n 185 miljard.

Verder zal China beloven Amerikaanse patenten beter te beschermen tegen binnenlandse namaak, meer financiële diensten af te nemen uit de VS en de koers van de eigen valuta, de renminbi, niet te manipuleren.

Critici wijzen erop dat de deal eigenlijk boterzacht is. China heeft wel vaker beloften voor bescherming van patenten gedaan, en die zijn moeilijk af te dwingen. Het devalueren van de renminbi is niet in Chinees belang, omdat dit de binnenlandse financiële en prijsstabiliteit ondergraaft. En een verhoogde invoer van Amerikaanse landbouwproducten is nu niet bepaald cutting edge – al bedient het wel Trumps achterban in het Amerikaanse Midden-Westen.

De tarieven blijven torenhoog

Met de ondertekening is de handelsoorlog zeker niet afgelopen. De Amerikaanse denktank Peterson Institute of International Economics (PIIE) houdt de handelsoorlog nauwgezet bij. Sinds de eerste schermutselingen zijn zowel de Amerikaanse als de Chinese gemiddelde tarieven steil opgelopen. In januari 2018 was het gemiddelde Chinese tarief op Amerikaanse goederen en diensten 8 procent. Het gemiddelde Amerikaanse tarief op Chinese goederen was 3,7 procent.

Het kan toeval zijn, maar in december vorig jaar, na rondes van tariefverhoging en vergelding, waren ze gemiddeld nagenoeg hetzelfde geworden: 21,1 procent in China en 21 procent in de VS. De calculaties van het PIIE laten ook de betrekkelijkheid zien van de Fase 1-deal die volgende week gesloten wordt. De Chinese heffingen dalen erdoor naar 20,9 procent, de Amerikaanse naar 19,3 procent.

Het onderstreept dat de ceremonie van volgende week slechts een tussenstap is. Een Fase 2-deal, zoals hij wordt genoemd, moet het geschil écht beslechten.

Volgens critici is de deal tussen VS en China boterzacht

Trump liet echter afgelopen donderdag nog doorschemeren dat deze overeenkomst wat hem betreft best kan wachten tot na de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november. Dat zal in zijn thuisland vermoedelijk op weinig weerstand stuiten. Want waar Republikeinen en Democraten het per definitie over vrijwel alles met elkaar oneens zijn, zijn ze op het gebied van handel opvallend eensgezind.

Ook Democraten vinden dat het hoog tijd wordt dat China harder wordt aangepakt. Sterker: Chuck Schumer, de leider van de Democraten in de Amerikaanse Senaat, zei vorige maand nog dat Trump „uitverkoop” heeft gehouden met zijn Fase 1-deal, en veel harder had moeten zijn.

Die Democratische steun was er eveneens voor het zogenoemde USMCA-verdrag dat in december overeengekomen werd tussen de Verenigde Staten, Mexico en Canada. Het oude Nafta-verdrag tussen de drie landen werd door Trump opengebroken om betere Amerikaanse voorwaarden te bedingen. Het kan rekenen op warme Democratische woorden en steun van een grote vakbond als AFL-CIO, die traditioneel in het Democratische kamp zit.

Een duistere toekomst

Dat belooft niet veel goeds voor Europa. De wapenstilstand tussen de VS en China, USMCA én de eveneens in december gesloten nieuwe handelsdeal tussen de Verenigde Staten en Japan maken energie vrij voor een Amerikaans handelsoffensief tegen de EU. Trump dreigt nog steeds de Duits auto-industrie te treffen met tarieven, en nog vorige maand ging hij los op Frankrijk, dat een belasting op Amerikaanse techbedrijven wil invoeren op basis van hun omzet in Frankrijk. De gebruikelijke lijst van tarieven op kenmerkende producten (kaas bijvoorbeeld) ging alweer rond.

Het telt allemaal op tot een zwartgallig beeld van de handelsbetrekkingen in de wereld. Want ook de gesloten deals bevatten meer protectionisme of mercantilisme (staatsbemoeienis met de aard en omvang van de handel) dan voorheen.

De economensite vox.eu heeft berekend hoeveel handelsverstorende maatregelen er zijn doorgevoerd sinds begin 2017. Het blijken er 2.723, die optellen tot een verstoring van 40 procent van de wereldhandel. Hiervan komt 23 procentpunt voor rekening van China en de VS. Ook andere landen en blokken hebben dus maatregelen doorgevoerd die de wereldhandel en de globalisering belemmeren.

Dat laatste is in zekere zin logisch. De VS gaven na de Tweede Wereldoorlog het moderne vrijhandelssysteem vorm en bewaakten het daarna. Maar nu Washington zich onder Trump terugtrekt uit die rol, is er geen internationale macht meer die vrijhandel afdwingt. Daardoor erodeert het handelssysteem vanzelf en vervalt het langzaam in chaos.

Daarmee wordt een trend voortgezet die al langer aan de gang is. In de jaren tachtig, zo valt op basis van de IMF-databank te becijferen, groeide de wereldhandel 60 procent sneller dan de wereldeconomie zelf: globalisering. In de jaren negentig ging het nog harder, met een groei van de wereldhandel die ruim 160 procent harder ging van de groei van de wereldeconomie. In de jaren nul liep dat groeiverschil al terug naar 35 procent, maar globaliseerde de wereld nog steeds. In het afgelopen decennium ging het momentum echter verloren: de wereldhandel groeide even snel als de wereldeconomie, de globalisering stagneerde.

Nu is de vraag in hoeverre Trumps handelsstrategie in eigen land als een triomf wordt gevierd. Deze week bleek dat het Amerikaanse handelstekort (het verschil tussen import en export) in de maand november van vorig jaar met maar liefst 8,2 procent is gedaald, tot 43,1 miljard dollar. Dat is het laagste handelstekort sinds oktober 2016 – overigens de maand voor de presidentsverkiezingen die Trump won. Het handelstekort met China kromp zelfs met meer dan 15 procent.

Zo’n teruglopend handelstekort komt ten goede aan de economische groei. De verwachting is dan ook dat de groei van de Amerikaanse economie hoger uitvalt in het vierde kwartaal van 2019 dan de 2,1 procent in het derde kwartaal. Daar kan Trump mee thuiskomen.

Confrontatie wordt makkelijker

Op het maandcijfer van de handel in november is wel het nodige af te dingen. Zo is het mogelijk dat Amerikaanse bedrijven invoer uit China hebben uitgesteld in afwachting van de handelsdeal, omdat ze later mogelijk goedkoper kunnen importeren.

Intussen levert dit de Amerikaanse aanhangers van een meer nationalistische benadering van de handel wel munitie op. Er is al geopperd dat Trump het internationale karakter van de Amerikaanse economie bewust aan het terugdraaien is. De twee machtsblokken Amerika en China worden zo uit elkaar getrokken, en minder onderling afhankelijk gemaakt.

Dat beperkt de economische schade bij toekomstige confrontaties. Maar het verlaagt ook de drempel voor de uiteindelijke confrontatie tussen de twee reuzen.