Recensie

Recensie

Ongevraagd over je borsten beginnen bij de koffieautomaat

Welkom bij de club is het ontroerende, grappige en goed geschreven verhaal over hoe de buitenwereld opdringerig intiem reageert op Thomas, een transseksueel in transitie.
Foto via uitgeverij

Na drie maanden van injecties met testosteron wordt Thomas, de hoofdpersoon van de novelle Welkom bij de club van Thomas van der Meer (1986), voor het eerst met meneer aangesproken. Het is heerlijk en tegelijkertijd doodnormaal dat hij voor een man wordt aangezien. Hij is immers bezig de man te worden die hij altijd al was, vanbinnen, alleen was het volgens de rest van de wereld tot dan toe ‘mijn lichaam dat waar was, meer waar dan ik.’

Op laconieke toon vertelt Thomas van der Meer het verhaal van een transseksueel in transitie. De hoofdpersoon zelf heeft met de veranderingen weinig moeite, hij ervaart opluchting en bekijkt tevreden in de spiegel zijn behaarde kont. Welkom bij de club gaat vooral over de reacties van de buitenwereld, die er wel mee worstelt: ‘Van geslacht veranderen was na doodgaan het ergste wat je je ouders kon aandoen.’ Sommige collega’s op het kantoor waar hij werkt, beschouwen hem als een bezienswaardigheid, of zijn, net als een aantal familieleden, opdringerig intiem in al hun begrip. De manager, met de veelzeggende naam ‘mevrouw Krabbenborg’, begint uit het niets ongevraagd bij de koffieautomaat over waar borsten blijven. Hoe worden die bij de operatie verwijderd? Met een incisie langs de tepel? ‘“Dat kun je bij jouw borsten het beste doen”, zei ze. Bij “jouw borsten” huiverde ik. Het was [...] zoals wanneer je je inbeeldt dat iemand een punaise in je oogbol uitdrukt.’

Youp van ’t Hek

Uiteindelijk, na alle medische ingrepen, zoekt Thomas een nieuwe baan en een nieuw appartement, in een stad waar hij niemand kent, opdat hij voortaan gewoon de meneer kan zijn die hij is. Ironisch genoeg meldt hij zich daar na verloop van tijd wel bij een praatgroep ‘voor mensen zoals ik’. ‘Ben jij al klaar of moet je nog van man naar vrouw? [...] Ik zie niets aan je’, zegt de begeleider, die later een klier van een vent blijkt te zijn. Ook de nieuwe collega’s vallen tegen, wanneer ze een transseksuele vrouw ‘het’ noemen in plaats van ‘zij’ en een afschuwelijke grap van Youp van ’t Hek over ‘aangenaaide lullen’ schaterend herhalen. Maar Thomas is intussen sterker, zo blijkt.

Lees ook de column van Maxim Februari: Luchtig doen over transseksualiteit, maar niet te

Van der Meer schrijft opvallend goed, hij blinkt uit in dialogen en in suggestie. Haast onderkoeld vertelt hij in weinig woorden heel veel. Welkom bij de club is vaak om te lachen, maar ontroert ook. Zodra de wet erdoor is dat je je naam en geslacht kunt wijzigen bij de burgerlijke stand, gaat Thomas bij zijn ouders logeren. Zo kan hij direct de eerste dag aan het loket staan: ‘“Zal ik meegaan?” vroeg mijn moeder. “Nee hoor”, zei ik, “dat hoeft niet.” Ik deed de koelkast open en zag een doos gebak staan. Mijn moeder had vrij genomen van haar werk en een taart gekocht. “Het lijkt me eigenlijk toch wel prettig als je meegaat”, zei ik. Even later, in het gemeentehuis, gaf mijn moeder me mijn naam. “Thomas”, zei ze. “Hij heet Thomas.”’