Opinie

Voornemen

Mijn social media staat er vol mee: goede voornemens. The usual suspects zitten er natuurlijk tussen: ik ga werken aan mijzelf, ik wil afvallen, etc. Allemaal heel mooi natuurlijk en ik wens iedereen veel succes toe bij het behalen van die doelen, maar mocht je nog op zoek zijn naar een goed voornemen voor 2020 dan doe ik er één cadeau. Laten we in 2020 stoppen met de volgende zin uit te spreken naar mensen met een migratieachtergrond: „Wat spreek je goed Nederlands”. Er is geen enkele andere micro-agressie die ik zo vaak heb gehoord in mijn leven als deze zin. En geloof me, hoe goed bedoeld het ook is, het is geen compliment.

Het effect van een simpel zinnetje is namelijk dat men vooral bevestigt dat er nog altijd het idee leeft dat ik eerder een uitzondering ben dan de regel en dat ik nog altijd word gezien als de ander in plaats van een medelander. Collega-Nederlanders Jan of Maaike horen ook niet een aantal keer per jaar: ‘wat spreek je goed Nederlands’, dus bespaar mij het compliment dan ook alsjeblieft.

Er is geen enkele andere micro-agressie die ik zo vaak heb gehoord als deze zin

Ik heb inmiddels verschillende varianten van reacties die ik geef, die niet altijd even goed worden ontvangen: „Goh, bedankt. Jij spreekt ook best goed Nederlands” of „Dank, zit in de familie, mijn vader spreekt ook goed Nederlands.” Na zo’n reactie voel ik een bepaald ongemak en frustratie, waarin de rol van dader en slachtoffer van een microagressie in een fractie van een seconde lijken omgedraaid – terwijl het blijkbaar ok is als ik dat ongemak alleen had ervaren en dankjewel had gezegd. Aangezien we het hebben over goede voornemens: mijn voornemen voor 2020 is om dat ongemak dus steeds vaker te delen in de hoop dat we daarna vooral een goed en kritisch gesprek kunnen hebben met elkaar.

Het klinkt als een simpel zinnetje en ik hoor sommige lezers al zeggen: stel je niet zo aan er zijn belangrijkere problemen in de wereld. Dat is ook zo, maar voor mij is dit er eentje, vooral omdat het onderdeel is van een onbewust denken dat wat mij betreft doorbroken moet worden. Het idee dat mensen zoals ik (Nederlander, Turk, Moslim, vader en nog heel veel meer) nog altijd geen echt onderdeel zijn van Nederland zoals de gemiddelde Nederlander dat is. Het tweede zinnetje dat ik immers bijna net zo vaak hoor per jaar is: „Nee maar waar kom je ‘echt’ vandaan”, als ik de vraag ervoor heb beantwoord met ‘Nederland’.

Mijn generatie is niet nieuw. Ik ben geboren en getogen in dit land, om specifiek te zijn in mijn prachtige stad Rotterdam, en als het aan mij ligt word ik hier ook begraven. Als het echter zo ver is dat ik mij mag samenvoegen met een mooi stuk grond in 010, hoop ik dat we als gemeenschap wat verder zijn in ons idee van wat de Nederlandse identiteit is. Hoezeer sommigen het ook onwenselijk vinden of weigeren het te accepteren: in het nieuwe decennium en de decennia daarop wordt Halil of Achmed een net zo Hollandse naam als Jan.

Halil Karaaslan is programma- manager diversiteit en inclusie in de sociale sector. Hij schrijft de komende periode een wisselcolumn met Mirjam de Winter in de Rotterdambijlage van NRC.