Snot dat naar menthol ruikt

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: hoe geurstoffen in het neuspulksel terechtkomen.

‘Bewaardoosjes’ van de HEMA waarin bakvet óf gelatine (kleurloos) zijn samengebracht met sterk geurende producten.
‘Bewaardoosjes’ van de HEMA waarin bakvet óf gelatine (kleurloos) zijn samengebracht met sterk geurende producten. Foto AW

Het neuspeuteren heeft in Nederland nooit hoog in aanzien gestaan. We kennen de vader die bij Wolkers de zelf gedraaide bulletjes gedachteloos aan de onderkant van zijn crapaud smeerde, maar verder loopt de literatuur met een boog om het peuteren heen. En plein public pulken wordt afgeraden.

Jammer, want het vissen in de eigen neus heeft veel aardige kanten. Zie eens hoe lang na het vlakschuren nog stof van de vlakschuurmachine wordt nageleverd. De kruitwolken van een ouderwets avondje oudjaar vieren: op 2 januari vind je er nog de sporen van. Is het sowieso geen mirakel dat de enige diersoort die geregeld overvloedig neusslijm produceert met zijn vingers de bron kan bereiken? Wat had een kat gemoeten?

Vissen en spitten

Vandaag bespreken we forensisch onderzoek aan de eigen neus die we voor het gemak de AW-neus zullen noemen. De waarneming die tot het onderzoek leidde was dat daarin onder het vissen en spitten met vreemde regelmaat een volstrekt onbekende geur vrij kwam. Niet die van het neusslijm, het snot, als zodanig maar iets veel meer exotisch. Het deed denken aan de Vicks Vaporub-zalf die vroeger in blikjes verkocht werd: eucalyptus, menthol, misschien ook een vleugje kamfer. Na een week stond vast dat het geen verbeelding was. Waar het vandaan kwam was een raadsel.

Het leek een uitzichtloze kwestie tot dezelfde geur opdook bij een nieuw bezoek aan de bevriende mevrouw C.B. te A. Aan het eind van de avond bleken opeens ook de handen indringend naar eucalyptus te ruiken en mevrouw B. wist de geur onmiddellijk thuis te brengen. Het was de geur van het dubbeldoelpreparaat waarmee zij van tijd tot tijd de stoelen besproeit sinds haar oude kat ongelukjes heeft. Het preparaat maskeert de geur van kattenurine en weerhoudt het dier ervan om opnieuw op dezelfde plek te plassen.

Het eigenaardige is dat het bij mevrouw B. en haar minder zindelijke poes absoluut niet naar eucalyptus of menthol ruikt. Het ruikt er naar niks, of hoogstens naar oploskoffie, Samson-shag, betaalbare wijn en een enkele goede sigaar. De hypothese is, om kort te gaan, dat de geurstoffen uit het dubbeldoelpreparaat zich onmerkbaar in het neusslijm ophopen tot ze bij het vissen en spitten naar boven komen.

Varkens- of rundvet

Dat allerlei halfvloeibare substanties makkelijk geurstoffen opnemen is natuurlijk niets nieuws. Een aangesneden ui die teruggelegd is in de ijskast kan zijn geur overtuigend overdragen op de margarine verderop. Vooral vetten blijken geurstoffen goed te absorberen. De parfumindustrie heeft daarvan eeuwenlang gebruikgemaakt in het zogenoemde cold enfleurage-procédé voor het concentreren van bloemgeuren. Glazen platen werden bestreken met reukloos varkens- of rundvet en daarop kwamen de bloemen of bloemblaadjes te liggen om wier geur het te doen was: jasmijn, rozen, viooltjes. Een paar maanden lang werden de bloemen om de twee of drie dagen ververst tot het vet geurverzadigd was. Dan werd het geëxtraheerd met alcohol dat vervolgens bij lage temperatuur werd ingedampt. Het was een arbeidsintensieve ambachtelijkheid maar wel een die de fijnste bloemgeuren intact hield. Beweerd wordt dat zelfs de geur van jonge meisjes op deze wijze is vastgelegd.

Maar snot, of mucus zoals het in het Engels heet, is geen vettige substantie. Het is een waterige oplossing van zouten, eiwitten en eiwitachtige stoffen met een colloïdaal, gelei-achtig karakter. De vraag is of ook dit soort oplossingen goed geurstoffen opneemt.

Er schoot niets beters te binnen dan de gelatine van Dr. Oetker voor het onderzoek in te zetten. Oetkers gelatine is varkensgelatine, maar er valt kristalheldere, reukloze gelei van te maken. Het lag voor de hand om de eigenschappen van deze gelei te vergelijken met die van de harde vetten die voor de ‘cold enfleurage’ werden gebruikt, maar dat is niet gelukt. De harde vetten uit ossenwit, blanc de boeuf en noem maar op zijn niet meer courant. Er is teruggevallen op het bakvet ‘Vlees & Jus’ van Becel.

Gehakte ui en tandpasta

Het plaatje laat de uitvoering van het beslissende experiment zien. In tien zogenoemde ‘bewaardoosjes’ van de HEMA werd steeds óf bakvet óf varkensgelatine samengebracht met producten die merkbaar sterk geurden: gehakte ui, gehakte knoflook, tandpasta (Prodent Cool Mint), geraspte zeep (Palmolive Moisture Care with olive) en ten slotte Perla-koffie in snelfiltermaling. Elk van de geurverspreiders en geurontvangers was opgenomen in zo’n aluminium bakje dat voor waxinelichtjes wordt gebruikt. De bakjes kregen aan de onderzijde een nummer om ze later te kunnen herkennen. Vet, gelatine en de diverse geurverspreiders brachten 24 uur samen door in de luchtdicht afgesloten bewaardoosjes. Daarna werden de bakjes vet en gelatine uit de doosjes gehaald, door elkaar gehusseld en, na een pauze van een uur, aandachtig beroken.

De waxinelichthouders, gevuld met bakvet dan wel gelatine (kleurloos), nadat ze bij de geurende stoffen in een doosje hadden gezeten.

Foto AW

Het resultaat was verrassend. Zowel de gelatine als het bakvet had zoveel geur van de celgenoot opgeslagen dat die zonder enige moeite herkend werd. Over het verschil tussen ui en knoflook moest soms even worden nagedacht. Belangrijk: gelatine had de geuren zeker zo goed, misschien zelfs beter geabsorbeerd dan het bakvet. Nog belangrijker: ook 12 uur later waren de verschillende geuren nog goed van elkaar te onderscheiden: 100 procent foutloze score. Het lijkt er dus op dat het inderdaad de geur van het dubbeldoelpreparaat was die in de AW-neus opdook. Maar ook de lezer ziet in: een waterdicht bewijs is dit nog niet.