Wetenschapsjournalist Michael Blastland: We vergeten dat de eerste plicht van de wetenschap is om je bewust te zijn van beperkingen

Foto Justin Griffiths-Williams

Interview

‘Natuurlijk is er onzekerheid! Ontken dat niet’

Michael Blastland De behoefte aan stevige verhalen, maakt dat onderzoekers en politici vaak stelliger zijn dan eigenlijk mogelijk is, zegt wetenschapsjournalist Michael Blastland. We weten heel veel niet, of niet zeker.

Onze meningen – een aantal jaren geleden waagde de Britse wetenschapsjournalist Michael Blastland zich voor een radioprogramma aan een psychologisch experiment. Voorafgaand aan landelijke verkiezingen werd een aantal kiezers naar hun prioriteiten gevraagd. Zo moesten ze op een schaal van 1 tot 10 aangeven of hun voorkeur uitging naar lagere belastingen of naar meer geld voor de zorg. Tijdens een pauze draaide Blastland de vragen om; mensen die hadden aangegeven dat ze lagere belastingen wilden, zagen nu dat ze voor meer geld naar de zorg hadden gepleit – en dat deden veel van hen ineens ook. Tot verbazing van Blastland begonnen mensen standpunten te verdedigen die ze daarvoor niet hadden.

„We weten dat onze geestelijke vermogens onbetrouwbaar zijn. We zoeken naar feiten die onze overtuigingen bevestigen. We negeren tegenargumenten, proberen alles in ons voordeel uit te leggen. Maar tegelijk koesteren we de illusie dat, nu we van deze neigingen op de hoogte zijn, we er ook niet langer last van hebben. Haha. Dus is het altijd de ander die met een scheve blik naar de feiten kijkt. Wie geeft ooit toe dat hij zichzelf niet kan vertrouwen?”

Ik spreek Blastland in Londen, vanwege The Hidden Half, een opmerkelijk gedurfd boek voor een wetenschapsjournalist, omdat het gaat over wat we allemaal niet weten, en waarschijnlijk nooit zullen weten. En hoeveel moeite het kost dat toe te geven. „Veel populaire wetenschapsboeken zijn volgens hetzelfde stramien geschreven: je dacht dat het zo zat, maar het zal je verbazen, in werkelijkheid zit het heel anders! Maar zelden worden mensen op een fundamentele manier uitgedaagd. Ik wilde iets anders laten zien. Wie je ook bent, hoe groot je expertise ook is, er zijn dingen waar je nooit achter zult komen. Ik zet vraagtekens bij ons vermogen om te weten. Dat is een nogal bedreigende boodschap.”

Blastland, een hartelijke, enthousiaste man, die voor de BBC-radio tal van wetenschapsprogramma’s presenteerde en een aantal boeken over onze omgang met cijfers publiceerde, geeft toe dat hij knap nerveus was over het publiceren van The Hidden Half. „In de programma’s die ik presenteerde, ging het altijd om het geven van antwoorden. Maar in één van die programma’s namen we het gebruik van kwantitatieve bewijsvoering onder de loep. Cijfers en feiten waarvan geclaimd werd dat ze gezaghebbend waren, ons precies vertelden wat er om ons heen aan de hand was – hoe steekhoudend waren die nu echt? Langzaam drong tot me door dat veel mensen die een positie van autoriteit en expertise claimen, nog heel wat gaten in hun kennis hebben. Vaak rekken ze hun kennis te veel op om maar met een stevig verhaal voor de dag te kunnen komen.”

Lees ook: 'Alles wat je dierbaar is kan kapot gaan. Omarm daarom het leven'

Daar worden ze ook toe aangemoedigd. We willen grote wetenschappelijke ontdekkingen, spectaculaire inzichten. Er is een voortdurende strijd om aandacht.

„Wanneer wij tegenover elkaar komen te staan in een debat, en er iets vanaf hangt voor onze status en reputatie, gaan we in de aanval of de verdediging. De ruimte voor onzekerheid, toegeven dat je sommige dingen niet weet, verdwijnt dan, want dat maakt je kwetsbaar. Autoriteit hangt af van een rotsvaste overtuiging, heet het, het uitsluiten van twijfel. Toch hoeft dat lang niet altijd het geval te zijn. Samen met wetenschappers aan de Universiteit van Cambridge heb ik onderzocht hoe mensen reageren op verschillende statements. Je kunt zeggen: er is een x-tal tijgers op de wereld. Of: er zijn ongeveer x tijgers op de wereld. Of: we denken dat het er x zijn, maar het kunnen er 150 meer of minder zijn.

„We keken naar twee dingen: wat zo’n uitspraak deed met het vertrouwen in de boodschap, en wat het deed met het vertrouwen in de boodschapper. Het blijkt dat de boodschap iets minder vertrouwd wordt wanneer er onzekerheid in doorklinkt. Dat is logisch, want we weten niet hoeveel tijgers er precies zijn. Maar het vertrouwen in de boodschapper nam niet af, zelfs iets toe. Wat telt is dat iemand je eerlijk de informatie geeft die hij tot zijn beschikking heeft. Je hebt geen kosmische zelfovertuiging nodig om vertrouwen bij mensen in te boezemen.”

Een antivaxxer weet tot in ieder vezel van zijn lichaam dat hij het bij het rechte eind heeft

Maar in een politiek gepolariseerd klimaat is het lastig voor een autoriteit om onzekerheid en twijfel te tonen. Omdat tegenstanders dan meteen ‘Zie je wel!’ zullen roepen.

„Sommige mensen zullen die twijfel gebruiken om het vertrouwen in de wetenschap verder uit te hollen. De anti-vaxxers en de klimaatontkenners. Mijn antwoord is dat de wetenschap alleen aanspraak op autoriteit kan maken als ze ook echt autoriteit heeft. Het ergste wat je kunt doen, is beweren dat iets absoluut zo en zo zit, terwijl er kanttekeningen bij te maken zijn. Dan ondermijn je het vertrouwen van mensen in de wetenschap alleen nog maar meer. Natuurlijk weten we niet alles over klimaatverandering, hoe kan het ook anders met iets dat zo ongelofelijk complex is? Natuurlijk is er onzekerheid! Maar er is meer dan genoeg bewijs dat het door mensen wordt veroorzaakt, zelfs al zijn we onzeker over de grootte van het effect en ook over de gevolgen ervan. Als je dat laatste gaat ontkennen, kom je in moeilijkheden. Kijk naar de klimaatsceptici en de antivaxxers, zij kennen zelf geen twijfel. Pseudowetenschap herken je aan ‘experts’ die geen twijfel kennen. Echte wetenschap twijfelt. Een antivaxxer weet tot in iedere vezel van zijn lichaam dat hij het bij het rechte eind heeft.”

Uw boek is een oproep tot het erkennen van onzekerheid. De wetenschap zelf gaat hierbij niet vrijuit, stelt u. Dat moet u pijn doen.

„Ik vroeg laatst aan een volle zaal wie er wel eens van de replication crisis gehoord hadden, het feit dat veel experimenten niet reproduceerbaar blijken, niet dezelfde uitkomsten geven. Drie handen gingen omhoog. Men weet niet dat binnen de wetenschappelijke wereld het besef is ontstaan dat men een buitengewone hoeveelheid misleidende informatie produceert, rotzooi, vooral in de medische en sociale wetenschappen. Het systeem stimuleert niet het zoeken naar de waarheid, het stimuleert publicaties. En hoe krijg je publicaties op je naam? Door met grote ontdekkingen en openbaringen te komen. De taal van voorstellen voor wetenschappelijke publicaties gaat ook steeds meer die kant op, dat is onderzocht. Maar als dertig procent van zo’n publicatie naderhand onzin blijkt, hoe sta je dan tegenover een volgende publicatie? Ik vind dat de universiteiten er nog altijd niet genoeg aan doen. De tijdschriften die het allemaal publiceren zijn zeker medeplichtig, net als de onderzoeksinstituten die er geld instoppen, ook al zie je nu hier en daar het begin van een cultuuromslag. Ik geloof heilig in de wetenschap. Maar wanneer ik zie hoe het er in de praktijk aan toegaat, schaam ik me.”

En dan hebben we het nog niet eens over de politiek gehad. De omgang met wetenschappelijke feiten door politici losjes noemen, is een understatement.

„Er zijn goede redenen voor mensen om feitenvrije dingen te roepen. Je wilt mensen aan je kant krijgen voor een zaak waarin je gelooft, of je wilt je zelf motiveren voor iets. Als je tegen iemand zegt ‘ik zal altijd van je houden’, dan kun je zo’n verklaring maar beter niet in een statistisch kader plaatsen, toch? Maar is het idioot om het te zeggen? Nee. Veel uitspraken over Brexit moet je zo opvatten, niet als reële voorspellingen. Het zijn strijdkreten. Geloofsartikelen. Het heeft weinig zin om Boris Johnson aan te vallen op zulke beweringen, want ze zijn niet bedoeld als feitelijke voorspellingen. Ze zijn bedoeld om saamhorigheid te kweken.”

Maar wanneer het om aantoonbare leugens gaat, is het moeilijk om die schouderophalend te laten passeren.

„Politici zeggen altijd: wij weten hoe het zal gaan. Hoe weten ze dat? Nooit wordt het vermogen van politici om voorspellingen te doen langs de meetlat van de werkelijkheid gelegd. Dat is het probleem met veel beleid, er wordt vooraf bijna nooit hier en daar mee geëxperimenteerd, het wordt meteen algemeen ingevoerd. Als het mislukt, duurt het jaren voordat het wordt toegegeven. De mislukking wordt weggemoffeld in een rapport of er wordt weer nieuw beleid overheen gegooid, om de aandacht af te leiden.”

Als mensen hunkeren naar zekerheden, maakt de openlijk twijfelende politicus niet veel kans. Die voorspelling durf ik wel aan.

„Mensen hebben een verhaal nodig om houvast te vinden in een gecompliceerde wereld. Zonder dat zou onze wereld, zoals de negentiende-eeuwse filosoof William James het uitdrukt, een en al blooming buzzing confusion zijn. Mijn zoon Joe lijdt aan autisme. Hij kan de dingen in zijn omgeving goed observeren, maar de rol die ze spelen in menselijke relaties is voor hem heel moeilijk te begrijpen. Iedere menselijke handeling staat voor hem waarschijnlijk op zichzelf, hij kan ze niet opslaan zodat hij verbanden leert zien. Wij doen dat voortdurend. Het wordt problematisch wanneer we in ons verhaal gaan geloven. Wanneer we zeker weten wat de oplossing is voor politieke problemen, wanneer we weten welke kant het met de mensheid op zal gaan, of wat de uitkomst van welk wetenschappelijk project dan ook zal zijn.

„We weten heel goed dat de verhalen die we onszelf vertellen verraderlijk kunnen zijn. Daarvoor hebben we nou juist de wetenschappelijke methode uitgevonden. Maar voortdurend loert het gevaar dat we zo opgewonden raken van de mogelijke verhalen die we aan onze wetenschappelijke ontdekkingen kunnen ontlenen, dat we vergeten dat de eerste plicht van de wetenschap is om je bewust te zijn van grenzen, beperkingen.”

Juist omdat we onszelf gemakkelijk iets wijs maken, omarmen veel mensen een geloof in data. Exacte cijfers en statistieken kunnen immers niet liegen.

„Maar onze omgang met die cijfers is heel subjectief. Wanneer jij geopereerd moet worden, en ik geef je de cijfers van hoeveel mensen zo’n operatie overleven, dan ben jij geneigd te zeggen; oké, vooruit dan maar. Vertel ik je het percentage van patiënten die het loodje leggen, denk je: misschien toch maar liever niet. Ik ben fan van een vereniging die zich Surfers Against Sewage noemt. Dat zijn surfers die echt wel gewend zijn in het nemen van risico’s, maar zij zelf zijn geobsedeerd door de risico’s van vervuild water. Ze houden elkaar op de hoogte van waar het veilig surfen is, qua vervuiling. Hoe moet je zulke mensen kwalificeren, als risicomijdend of niet? Risico is een psychologisch fenomeen. Je begrijpt niets van nucleaire energie, dus zie je dat als een grote dreiging, maar je weet wel hoe je een auto moet besturen, dus om de gevaren daarvan maak je je niet druk. Er zijn zoveel verschillende psychologische elementen die een rol spelen in onze perceptie van wat gevaarlijk is. Als je die samenvoegt in een algemene statistiek raak je slechts aan de oppervlakte. Cijfers zijn belangrijk, maar met cijfers alleen kom je er niet.

„Stel dat je op basis van data constateert dat een bepaalde groep achterblijft in schoolprestaties. Dat ga je dan onderzoeken en er blijkt een genetische gemene deler te zijn. Dan ben je geneigd te denken dat het aan die genen ligt. Maar dan blijkt dat het om genen gaat die roodharigen produceren en dat roodharigen in onze samenleving voortdurend te maken krijgen met haat en uitsluiting. Er is dus geen direct verband tussen genen en slechte schoolprestaties. Ik wil maar zeggen, met big data loop je net zo goed het risico verkeerde verbanden te leggen als met kleine hoeveelheden informatie.”

Lees ook: ‘Het is een grote misvatting dat je jezelf gelukkig kunt maken

In The Hidden Half legt u voortdurend de nadruk op de rol van het toeval,onbeduidende factoren die onverwacht een bepalende rol kunnen spelen en korte metten maken met een voorspelling, theorie of systeem.

„In ons eigen leven zijn we ons heel bewust van de rol van toevalligheden, willekeurigheid. Alles kan zo maar ineens anders zijn, vanwege een sterfgeval, een ontmoeting, succes, een ongeluk. We zijn ons bewust van zaken die ons leven beïnvloeden, maar we weten ook dat er tal van invloeden zijn die we niet in de hand hebben. Voor de grote wereld is er voortdurend de verleiding van de grote, alomvattende theorie. Zo is jarenlang wereldwijde handel als een zegening voorgesteld, omdat die zoveel welvaart brengt, kijk naar China. Maar het was ook de import van Chinese goederen die in bepaalde staten in de VS, of alleen in bepaalde counties binnen die staten, industrieën kapot heeft gemaakt. Met als gevolg werkloosheid, ziekte, depressie, gebroken huwelijken, verslavingen. En juist die kleine gebieden speelden een cruciale rol in de verkiezing van Trump. Je kunt een verkiezingsuitslag op ontelbare manieren uitleggen, dat weet ik ook wel, maar waar het om gaat is, dat juist de uitzondering, de ruis, uiteindelijk een bepalende rol kan spelen. Het zijn lang niet altijd de grootste machten die triomferen.”

Onzekerheid, het niet-weten, de rol van het toeval, moeten we dat alles juist erkennen en koesteren?

„Omdat dat je vrijheid groter maakt! Waarom zou je willen dat heel je leven gedetermineerd is? In mijn boek geef ik het voorbeeld van jongeren die opgroeiden in een onzekere, gewelddadige omgeving. Alle indicatoren wezen op een leven in de criminaliteit. En toch bleek dat niet te kloppen – heel wat van hen slaagden er wel degelijk in iets van hun leven te maken. Wat is er mooier dan dat? De beroemde natuurkundige Richard Feynman heeft eens gezegd dat hij niet bang was om dingen niet te weten, niet vreesde verloren te zijn in een mysterieus universum dat geen enkel doel heeft, wat volgens hem ook werkelijk het geval is. ‘Mij jaagt dat geen angst aan’, zei-ie. Die uitspraak koester ik.”

Michael Blastland: The Hidden Half. How the World Conceals its Secrets. Atlantic Books, 295 blz, €14,99