‘Ik denk nu voor het eerst: het komt wel goed’

Spitsuur Naomi Veldwijk (30) stelde het telkens uit om van haar hobby – schrijven en optreden – haar werk te maken. Nu kan ze er net van rondkomen. „Ik dacht: al het andere lukt niet, blijkbaar is dit wat ik moet doen.”

Foto’s David Galjaard

Naomi: „Ik ben een spoken word artist. Veel mensen weten niet wat het betekent. Spoken word is de combinatie van een tekst, vaak in dichtvorm, en voordracht. Hóé je optreedt, hoort er ook echt bij. Ik heb gemerkt dat mijn theateropleiding daarbij een voordeel is, ik kan spelen met mijn lichaam en het publiek. Waar houd ik een pauze? En hoe sta ik dan? Dat kan voor het publiek al zóveel uitmaken.

„Ik geef een spoken word-cursus bij een cursusinstelling in Amsterdam. Daarnaast treed ik op met mijn eigen teksten. Ik zit nu bijna twee jaar bij een spoken word-agentschap voor commerciële opdrachten. Ik sneldicht of draag voor bij evenementen, bij vergaderingen of bedrijfsuitjes – waar ze het eigenlijk maar vragen.”

Creatievelingen staan laat op

Naomi: „Ik ben geen ochtendmens. Totaal niet. Als ik niet ergens hoef te zijn, sta ik het liefst pas rond tien of elf uur op. Creatievelingen staan laat op en gaan laat naar bed, zeggen ze. Zo ben ik echt.

„Elke dag is anders, een gemiddelde dag omschrijven gaat bijna niet. Als ik bijvoorbeeld naar een bedrijf moet, probeer ik ’s ochtends altijd genoeg tijd te nemen om me voor te bereiden. Ik wil niet gehaast zijn. Wanneer ik een nieuwe tekst moet schrijven, wil ik daar zeker een week van tevoren mee beginnen zodat ik de tijd heb om het te verbeteren. Ik kan een tekst in een dag af hebben, maar ben ook heel goed in uitstelgedrag. Dan zeg ik tegen mezelf: je bent toch snel met schrijven, ik kan het ook morgen doen. En dan kijk ik een serie af of zo.

„Het optreden voelt als werk, maar het is hobbywerk. Naar bedrijven gaan en mensen daar kennis laten maken met poëzie is ook leuk. Hun laten zien dat een jong iemand dat kan doen, en dat een zwart iemand dat kan doen. Sommige mensen reageren verbaasd als ik kom, soms is dat wel ongemakkelijk. Maar er zijn altijd mensen die achteraf naar me toe komen. Ze zijn geraakt, of zeggen dat ze het leuk vinden dat er een dichter langskomt – even iets anders dan ze gewend zijn. Daar kijk ik naar uit.”

Op safe spelen

Naomi: „Ik schreef altijd al. Maar ik heb telkens uitgesteld er mijn werk van te maken. Dat was ook angst, denk ik. Want ja, ik verdien niet elke maand hetzelfde, en heb niet de zekerheid dat ik volgende maand mijn huur kan betalen. Dat vond ik heel moeilijk. Dan dacht ik: misschien moet ik toch maar voor safe gaan en studeren. En daar werd ik weer niet gelukkig van.

„Ik heb de theaterschool afgemaakt, en ben naar de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht gegaan. Daar had ik na een jaar genoeg van, toen heb ik twee jaar bij een supermarkt gewerkt. Ik ben ook twee keer begonnen met de opleiding sociaalpedagogische hulpverlening en weer gestopt. Her en der trad ik wat op, als ik werd gevraagd. Mijn moeder en broer verhuisden naar Suriname, ik heb daar ook een half jaar gewoond om aan een project te werken. Dat project ging uiteindelijk ook niet door. Toen ik terugkwam, ben ik als zzp’er begonnen. Ik dacht: al het andere lukt niet, blijkbaar is dit wat ik moet doen. Schrijven, optreden. Toen is het langzaam gaan lopen.

„Eigenlijk dacht ik pas vorig jaar voor het eerst: weet je wat, het komt wel goed. Het was het eerste jaar dat ik maar een maandje een baan ernaast heb gehad, achter de balie bij een entertainmentcentrum. Voor die tijd heb ik echt van alles gedaan naast het schrijven. Schoonmaken in een hotel. Werken bij de Rotterdamse schouwburg in de publieksservice. Ik weet het niet eens meer.

„Toen ik de tweede keer stopte met mijn opleiding, kampte ik een tijdje met een depressie. Dat heeft er bij mij altijd in gezeten. Een jaar geleden dacht ik: nu moet er iets gebeuren. Ik ben helemaal klaar met somber zijn, met geen zin hebben in dingen. Ik wil vooruit in mijn leven. Binnenkort ga ik beginnen met therapie. Ik denk dat het somber zijn ook wel een reden was voor het uitstelgedrag. Ik heb mezelf lange tijd niet goed genoeg gevonden. Maar reacties in mijn omgeving en de feedback na optredens zijn altijd goed.

„Ik ben veel vrij. Als ik vier opdrachten in de maand heb, kan ik al mijn huur en verzekeringen betalen. Dat is heel fijn. Het is niet dat ik dan in het geld zwem en uit eten kan, maar ik hoef me geen zorgen te maken. Daarom heb ik ook besloten dat ik nu wel weer een thuisstudie kan doen.

Tienduizend uur

Naomi: „Mensen zeggen wel eens dat je tienduizend uur aan iets moet besteden om er heel goed in te worden. Misschien wel. Maar ik ben echt niet zo gedisciplineerd. Ik zit niet elke dag om dezelfde tijd te schrijven.

„Mijn vriendin woont in Den Haag, daar ben ik vaak van donderdag tot maandag. Ik teken graag. En ik houd ervan om naar buiten te gaan, de wereld in mij op te nemen. Soms ga ik ook gewoon ergens op een bankje zitten, om me heen kijken en naar gesprekken van mensen luisteren. Ik heb me lang schuldig gevoeld als ik een dag niks doe. Nu niet meer. Dan kom je nooit verder, zou je kunnen zeggen. Maar als ik kijk naar de afgelopen jaren, ben ik nu toch echt wel een stuk verder. Ik geloof er ook wel in dat alles op zijn tijd gebeurt.”