Interview

Thomas Krol: ‘Ik dacht altijd dat ik helemaal niet kón winnen’

Thomas Krol | Schaatser Het duurde even voordat het kwartje viel bij Thomas Krol. Na zijn overstap naar de ploeg van Jac Orie, leerde hij ineens hoe hij moest winnen. Vrijdagavond won hij goud in Heerenveen.

Het is 23 februari 2018 als schaatser Kai Verbij de 1.000 meter rijdt op de Olympische Spelen van Pyeongchang, Zuid-Korea. Thomas Krol staat tegelijkertijd op bijna 9.000 kilometer afstand bij een sponsorevenement van schaatsploeg Plantina. Hij moet commentaar geven bij de race waar eigenlijk hij aan de start had moeten staan.

Het liep allemaal anders. Niet hij, maar zijn beste vriend en ploeggenoot Verbij ging naar de Spelen. Niet hij, maar concurrent Hein Otterspeer kreeg de reserveplek toegewezen. Terwijl Krol het hele seizoen sneller was geweest. De sponsor en daardoor ook de coaches van de Nederlandse selectie dachten er anders over. Verbij zou een grotere kans maken op goud, zo was de verwachting. Maar hij werd zesde.

Het is het pijnlijkste moment uit de schaatscarrière van de 27-jarige Thomas Krol. „Ik stond daar bij de sponsor en beet op mijn tanden. Maar moest er zijn, anders kreeg ik daar problemen mee”, zegt hij. „Dat niemand er even over had nagedacht hoe pijnlijk dat voor mij was, dat ik daar leuk moest staan doen. Het was bijna alsof ze mijn afwezigheid op de Spelen er nog even lekker in wilden wrijven. En toen werd Kai, mijn beste vriend, ook nog zesde. Dat had ik ook minstens kunnen presteren.”

Het leed van toen leidde tot een nieuw hoofdstuk. Hij vertrok na dat seizoen bij coach Gerard van Velde, toenmalig coach, en vond een plek bij de ploeg van Jac Orie. Sindsdien is hij gaan winnen. Eerst goud op de 1.500 meter bij de wereldbeker in Heerenveen, eind 2018. Een kleine twee maanden later werd hij wereldkampioen op dezelfde afstand in Inzell, Duitsland. „Ik droomde van de wereldtitel, maar had niet verwacht dat het toen al mogelijk was. Ik vond het spannend om de overstap naar Jac te maken, je weet nooit of zoiets goed uitpakt. Dat heeft het wel gedaan.”

Dit seizoen voelt hij zich nog beter dan toen. Waar hij vorig seizoen degelijk presteerde en soms piekte, rijdt hij dit jaar structureel mee om de winst. „Ik heb dit seizoen al bijna meer gewonnen dan vorig jaar bij elkaar, supergaaf.”

De EK afstanden in Heerenveen begonnen vrijdagavond goed: Krol won goud op de 1.500 meter. Een paar dagen eerder was hij daar al optimistisch over: „Op de 1.000 en 1.500 meter maak ik allebei kans op goud. Kjeld [Nuis] is natuurlijk afwezig, mijn grote concurrent. Eerlijk is eerlijk, daar wordt het niet moeilijker van.”

Bij de ochtendtraining heeft hij zijn trainingspak van schaatsploeg Jumbo-Visma nog aan. Zijn appartement in Heerenveen ligt op zeven minuten rijden van ijsstadion Thialf. Op een boekenplank boven de bank in zijn woonkamer staat een houten schaalmodel van een vliegtuig, de neus gericht naar het raam. In zijn slaapkamer staat op zijn computer een vliegsimulator aan. De vlucht van Amsterdam naar New York heeft hij even gepauzeerd voor dit interview. Na afloopt zet hij de Airbus A330 van KLM aan de grond.

Als je met hem over vliegen praat, is hij net zo enthousiast als wanneer hij het over schaatsen heeft. Naast zijn sport studeert hij Aviation aan de Hogeschool van Amsterdam, een luchtvaartopleiding. Eind dit jaar hoopt hij klaar te zijn, „want ik ben al dik acht jaar bezig”. „Ik weet ook wel dat ik niet tot mijn 35ste kan blijven schaatsen. Dan moet ik iets anders hebben. Ik zou heel graag piloot worden.” Dat noemt hij dan ook in bijna elk interview, in de hoop dat KLM het een keer opvalt, zegt hij.

Na de gemiste Spelen van Pyeongchang nam hij contact op met de KLM Flight Academy. Om te starten met een opleiding tot piloot mocht je niet ouder zijn dan 27 jaar. „Dat ben ik nu al. Maar ze vertelden dat die grens inmiddels is losgelaten. Dus ik kan piloot worden, als ik door de tests heen kom natuurlijk. Het zou wel lastiger kunnen worden om een lening rond te krijgen. Daarom probeer ik het geld nu bij elkaar te schaatsen, dan kan ik het zelf neerleggen.” Met die geruststelling bleef schaatsen de hoogste prioriteit.

Wat zegt je passie voor vliegen over je leven als topschaatser?

„Ik ben heel precies. Urenlang kan ik weggooien met het lezen van Wikipedia-pagina’s over vliegroutes. Of lezen en leren over nieuwe vliegtuigen. Ik ben ook heel gedisciplineerd. Als op het trainingsschema staat dat ik twee uur moet fietsen, dan fiets ik ook twee uur en niet 1 uur en 59 minuten.”

Heel precies en gedisciplineerd zijn kan je ook in de weg zitten.

„Dat zit het soms ook wel. Daarom probeer ik steeds losser te worden. Ik ben een schema-neuroot en zo sta ik ook bekend. Maar wel in de zin dat ik tot op het bot gemotiveerd ben. Toen ik nog bij Plantina zat moest ik bepaalde handelingen doen voor de wedstrijd. Twee dagen voor de wedstrijd dit, drie dagen ervoor dat, vierde dag dat. Anders dacht ik dat het bij de wedstrijd niet goed zou gaan.”

Als een soort dwangmatig bijgeloof?

„Bijna wel. Toen ik de overstap maakte naar de ploeg van Jac was er bijvoorbeeld opeens een rustdag gepland, terwijl ik die handelingen moest doen. Opeens moest ik het loslaten, een heleboel principes heb ik overboord moeten gooien.”

Noem eens een voorbeeld.

„De dag voor de wedstrijd zat ik bijvoorbeeld aan de rondingen van mijn ijzers. Dat heb ik toen een keer niet gedaan en toen won ik plots mijn eerste wereldbeker in Heerenveen. Ik moest van mezelf bijvoorbeeld voor een wedstrijd ook elke dag van de week op het ijs staan, omdat ik anders mijn ijsgevoel zou verliezen. Ik luisterde een keer naar Jac en nam een dag rust. Prompt reed ik goed dat weekend. Het maakte dus helemaal niets uit. Tenminste, het maakt wel uit, maar het hoeft niet te betekenen dat je slechter presteert. Door een paar keer van dat soort toevalstreffers heb ik geleerd het wat meer los te laten.”

Het is allemaal minder belangrijk dan je dacht?

„Mijn materiaal is ongelooflijk belangrijk, begrijp me niet verkeerd. Ik mocht er niets aan veranderen, want het was veilig. Alles moest blijven zoals het was. Dat is ook een beetje de filosofie van Gerard [van Velde, zijn vorige coach]. Niet te veel veranderen, want je rijdt nu goed en dat houden we zo. Maar als je niets probeert, blijft je ook hangen. Bij Jac ben ik dus meteen op andere schaatsen gaan rijden.”

Zodat je bij Jumbo-Visma helemaal opnieuw kon beginnen?

„De overstap naar Jumbo was eng. Van nature ben ik behoudend. Maar om het maximale uit mezelf te halen moest ik naar een andere ploeg, het op een andere manier proberen. Ik was altijd te lief, te bescheiden. Op de vorige EK liet ik bijvoorbeeld Denis Joeskov [Russiche schaatser] voorgaan op de wissel, terwijl ik voorrang had. Hij werd daardoor Europees kampioen, ik tweede.”

Ben je minder lief geworden?

„Het is minder geworden. Maar ik wil mezelf ook niet verliezen. Ik wil niet bekendstaan als klootzak. Voordat ik wisselde van ploeg miste ik die winnaarsmentaliteit. Maar Jac pakt mij gewoon aan. ‘Je moet godverdomme een keer willen, écht willen’, zegt hij dan. Dat zet je wel aan het denken. Plus dat mijn huidige ploeg heel anders is, ik moet mijn mannetje staan. Als je geen grote bek teruggeeft, sneeuw je onder bij Jumbo.”

Is dat niet heel lastig voor iemand als jij?

„Dat is niet altijd leuk. Zeker niet als je niet zo bent. Het heeft me ook een aantal maanden gekost. Toen pas durfde ik de jongens een beetje op hun nummer te zetten. Dan plaagde ik Sven [Kramer] met of hij niet een keer moest stoppen. Of met zijn rug, dat hij weer aan het piepen was. Geintjes, niet serieus natuurlijk. Je moet wel, anders wordt je het pispaaltje van de ploeg. Inmiddels gaat het me goed af. Door mijn prestaties heb ik ook respect afgedwongen. Maar er moest iets veranderen in mijn hoofd om uiteindelijk verder te groeien.”

Wat was dat dan?

„Zelfvertrouwen.”

Dat had je niet?

„Ik dacht altijd dat ik helemaal niet kón winnen. Tweede is ook mooi, dacht ik dan. Dan werd ik verslagen door Kjeld, die is heel goed. Ik had gedaan wat ik kon, dus tweede was ik heel blij mee.”

Nu niet meer?

„Nu denk ik, waarom heb ik niet gewonnen. Ik weet dat ik van iedereen kan winnen. Dat kwartje is gevallen bij de wereldbeker in Heerenveen. Dat was de eerste keer dat ik een wereldbeker won. Ik werd dat seizoen de hele tijd derde. Maar ik won nooit. Tot alles in Heerenveen opeens op zijn plek viel. Ik reed ontspannen in plaats van verkrampt.”

Heb je vaker last van die verkramping?

„Ik heb wedstrijdspanning nodig om te presteren, maar leuk vind ik het niet. Ik voel me onzeker, twijfel of ik het wel kan. Door positief op mezelf in te praten probeer ik daar overheen te komen, trucs die ik met een sportpsycholoog heb besproken. Als ik stop met schaatsen zal ik het ook nooit missen. Gelukkig raak ik de spanning vaak kwijt als ik eenmaal aan het inrijden ben. Dan ga ik over op de automatische piloot. Kom nou maar op.”