Hij verlangde anders te leven

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Biograaf Rob Molin (1947-2019) vereenzelvigde zich met de gebiografeerden.

Rob Molin in 2015.
Rob Molin in 2015. Foto Pieter Jakobs

„Ik ben hun levens gaan leiden”, bekende de Limburgse biograaf, schrijver en criticus Rob Molin aan Lex Jansen, voormalig directeur van uitgeverij De Arbeiderspers en redacteur van Molins laatste roman, Najaarshof (2016). Molin verdiepte zich op gepassioneerde, uitputtende wijze in twee Nederlandse schrijvers en dichters, Adriaan Morriën en Bertus Aafjes. Vooral bij Morriën ging zijn identificatie met zijn onderwerp ver: hij sprak nachtenlang met de gebiografeerde en nodigde Morriën zelfs uit bij hem te komen logeren. Ook deed hij openbare interviews met Morriën. „Ik ben voor Morriën geworden wat Köchel voor Mozart was.”

Rob Molin is op 8 december 2019 in M’Bour, in zijn geliefde nieuwe vaderland Senegal, op 72-jarige leeftijd overleden. Dat maakte zijn zus bekend in een enige en algemene kennisgeving. Hij was gehuwd, maar had geen kinderen.

Molin werd geboren in Maastricht. Na zijn studie Nederlandse taal- en letterkunde in Amsterdam werd hij leraar aan het Sancta Maria College in Kerkrade. In 1995 promoveerde hij op een proefschrift over de poëticale opvattingen van Morriën. Tien jaar later publiceerde hij Lieve rebel, de biografie over deze dichter. In 2014 kwam In de schaduw van de hemel uit, het levensverhaal van Bertus Aafjes.

Al tijdens zijn jaren als docent recenseerde Molin romans en poëziebundels voor het Limburgs Dagblad en schreef hij essays en kritieken voor literaire tijdschriften. „Eigenlijk was hij niet zo geschikt voor het leraarschap”, zegt de Limburgse schrijfster Rosalie Sprooten, die meer dan veertig jaar met Molin bevriend was. „Hij was uiteindelijk blij dat hij zich kon wijden aan zijn grootste passie: de literatuur. Hij was een bevlogen lezer en heeft me in mijn schrijven gestimuleerd. Rob was een literator die zich bediende van archaïsch, soms wijdlopig taalgebruik. Hij was een bedeesde man, die sprak met zachte stem, ook dat had hij gemeen met Morriën.”

Rob Molin in 1994 tijdens een literair diner met schrijver Adriaan Morriën (links).

Volgens Neerlandicus Ben van Melick is Molin „van onschatbare waarde geweest voor de Limburgse literatuur”. Molin „besprak alle boeken die in Limburg uitkwamen en plaatste die in de nationale en internationale context. Hij praatte graag over literatuur, maar was verlegen als het om hemzelf ging. Hij was een zoeker. Dat herkende hij in Bertus Aafjes die in zijn ogen een ‘gekwelde, zoekende jongeman was’. Dat is ook op Molin zelf van toepassing.”

Hans Renders, hoogleraar geschiedenis en theorie van de biografie aan de Rijksuniversiteit Groningen, beschouwt Molin als een „klassieke, gedegen literatuurinterpreet die op zoek is naar de mens achter het werk van de schrijver. Dat kun je goed zien aan zijn Morriën-biografie, waarin nauwelijks sprake is van distantie tot het onderwerp. Hij ontkomt er zelfs niet aan om tot psychologische verklaringen te komen, zoals verlatingsangst, baarmoederverlangen enzovoort. Het tekent hem dat hij na Morriëns dood op 7 juni 2002 elk jaar een kleine herdenkingsborrel organiseerde in een Amsterdams café vlakbij Morriëns huis.”

Dat vermogen tot bewonderen bevestigt ook Van Melick: „Molin had niet de moed zo vrijgevochten te leven als Morriën, maar hij verlangde er wel naar.” Behalve beide genoemde biografieën publiceerde Molin essays, interviews en portretten. Volgens Renders voelde hij zich aangetrokken tot „vergeten, miskende schrijvers”. In een uiterst persoonlijk artikel in De Parelduiker (2008/5) over Huug Kaleis citeert hij met instemming Kaleis als deze stelt dat „een essayist een voorbeeldig meelever (is), de medeplichtige van de schrijvers, die tegelijk zichzelf en de schrijver weerspiegelt”.

Literatuurhistoricus en filosoof Niels Bokhove, oprichter van het digitale tijdschrift De Utrechtse Boekhouder, was recent bij Molin op bezoek: „Dat was vlak voordat hij naar Senegal vertrok. Molin was iemand die plots kon verdwijnen, om de Nederlandse winter te ontvluchten. Dan vertrok hij naar Thailand, Sri Lanka of Senegal. Daar kocht hij aan het strand een appartement. Hij zei het nooit met zoveel woorden, maar hij had de echtelijke woning verlaten en ging in Senegal een jonge, Afrikaanse liefde achterna.”

In Senegal wilde hij werken aan de biografie over Roel Houwink, de inspirator die onmisbaar was voor Slauerhoff en Marsman. Bokhove: „Hij had zijn laptop volgestopt met materiaal van deze verguisde figuur, zoals hij Houwink noemde. Maar aan dit voornemen en aan zijn nieuwe leven in Senegal maakte zijn plotse dood een einde.”

Voor Lex Jansen was Molin een „man met een geheim”. „Als je je zowel identificeert met de katholieke Aafjes als de seksueel vrijgevochten Morriën, die van streng protestantse origine was, dan is dat op zijn minst bijzonder. Hij noemde een biografie ook altijd een autobiografie.” Volgens Rosalie Sprooten had Molin al geruime tijd last van hartritmestoornissen en is hij daaraan overleden. Dezer dagen werd bekend dat Molin niet in Senegal is begraven, zoals eerder bericht, maar op verzoek van de familie in stilte is gecremeerd in Nederland.