Herbert Prins: „In Durban is er weleens een mes tussen mijn schouderbladen geplaatst.”

Foto Lars van den Brink

Interview

‘Een neushoorn doden, is dat zo slecht?’

Herbert Prins, ecoloog Oordeel niet te snel over goed en kwaad bij natuurbescherming, zegt Herbert Prins. Bouw een band op met stropers en soldaten.

Zijn broer had hem nog gewaarschuwd. „Die zei: zorg dat je praatje niet té inhoudelijk wordt, naar zo’n afscheidsrede komen mensen om een dutje te doen en wijn te drinken.” Herbert Prins lacht. „Ook de universiteit reageerde geschrokken toen ik vertelde dat ik geen powerpointplaatjes in mijn verhaal had verwerkt. Maar ik wilde mijn afscheidsrede graag houden als openbare les, zoals ze dat vroeger deden. Ik geloof in de kracht van verhalen.”

En dus trakteerde hij zijn toehoorders aan de Wageningen University eind oktober op zijn visie over de rol van goed en kwaad in natuurbescherming. „Als je een grootvader zijn levenloze kleindochter op schoot ziet wiegen nadat ze is vertrapt door een plunderende olifant, dan zullen je ideeën over wie ‘goed’ en wie ‘slecht’ is niet meer zo zwart-wit zijn”, zegt hij in die rede. Prins zag zulke scènes met eigen ogen, in de ruim drie decennia dat hij als bioloog onderzoek deed naar grote grazers in Afrika.

Stropers zijn lang niet altijd criminelen

 

„Zo simpel als het vaak wordt voorgesteld, is het niet”, zegt hij twee maanden later in zijn vrijstaande villa in de wijk Wageningen Hoog. „Stropers zijn lang niet altijd criminelen, vaak zijn het mensen die geen andere manier zien om in hun levensonderhoud te voorzien. En tegelijk kunnen natuurbeschermers ook geweld gebruiken.”

Prins vertelt welbespraakt, doordacht, bevlogen. Hij werd als bioloog internationaal bekend door zijn onderzoek naar grote grazers – zo ontdekte hij in Tanzania dat Afrikaanse buffels stemmingen houden over de plek waar ze ’s nachts gaan grazen. Ook is hij betrokken geweest bij de oprichting van diverse nationale parken, in Gabon, Kameroen en Indonesië. Zijn studeerkamer ligt vol boeken over de Afrikaanse savanne: verzameld in de 27 jaar dat hij hoogleraar resource ecology was. Elders in huis staan artefacten die hij meebracht uit Afrika: een houten neushoorn, een olifantbeeldje, een luchtfoto van een wegstuivende kudde buffels.

In de koelkast liggen flesjes alcoholvrij bier, achtergelaten door PhD-studenten die in zijn huis mochten bivakkeren toen hij onlangs in Nepal was voor sneeuwluipaardonderzoek. „Toch leuker dan zo’n studentenflatje.” Die nauwe banden met studenten, promovendi en veldassistenten zijn belangrijk, zegt hij. „De dragers in Nepal heb ik bij het veldwerk betrokken, net als vroeger de Tanzaniaanse soldaten die me tijdens mijn promotieonderzoek naar het gedrag van Afrikaanse buffels begeleidden. Die soldaten waren getraumatiseerd door de oorlog, en eerst was ik bang dat ze gekke streken zouden uithalen als ze niets omhanden hadden in de bush. Dus begon ik ze sprookjes voor te lezen. We kregen een goede band met elkaar.”

En zo komen we weer uit bij de kracht van verhalen.

„Ja, niet voor niets vertelden mensen 80.000 jaar geleden al verhalen rond het kampvuur: daardoor ontstond verbinding. En die verbinding is essentieel in natuurbescherming. Als de Nepalese dragers begrijpen waaróm sneeuwluipaarden interessant zijn, zullen ze betrokken raken bij de dieren. Door onze visies met elkaar te delen, kunnen we ons in de ander verplaatsen. Wat ‘slecht’ is, is niet universeel bepaald. Misschien ben jij vegetariër en vind je slagers en jagers slecht. Die jagers voelen zich dan miskend, en dan wil niemand nog met elkaar praten. Als je het gesprek aangaat met een stroper, dan heb je meer kans om hem op andere gedachten te brengen dan wanneer je de wapens oppakt.”

Ik bang dat de soldaten gekke streken zouden uithalen als ze niets omhanden hadden in de bush

 

Wat als de stroper schiet voordat je kans hebt om te praten?

„Dat is het probleem met vuurwapens: die doden op afstand, zodat niemand elkaar in de ogen hoeft te kijken. De kunst is om dat vóór te zijn. Bijvoorbeeld door getrainde informanten in te zetten, die potentiële stropers in de gaten houden. Of door ‘waakimpala’s’ te gebruiken: impala’s die we voorzien van een sensor. Stropers zijn niet geïnteresseerd in zo’n simpele impala, maar wel in de soorten die vaak in de buurt van impala’s voorkomen: olifanten en neushoorns. Als er iemand nadert, zullen de impala’s onrustig, afwijkend gedrag vertonen. Dan kunnen de rangers bijtijds in actie komen, en de potentiële stropers tegenhouden voordat ze daadwerkelijk een misdaad hebben begaan.

„Natuurlijk, stroperij is big business – de hoge bazen gaan gerust over lijken. Maar als je kijkt naar de uitvoerende krachten… Die zien vaak geen andere uitweg. In Durban [in Zuid-Afrika] is er weleens een mes tussen mijn schouderbladen geplaatst, en toen ik me omdraaide en mijn overvaller in de ogen keek voelde ik meer compassie dan angst. Och arme, wat een vak, denk ik dan.”

Toch is compassie voelen soms lastig. Bij trofeejacht bijvoorbeeld…

„Natuurlijk mag je zeggen: blijf met je tengels van die neushoorn af, vanuit mijn standpunt mag je niet schieten. Maar je kunt de ander wel als gelijkwaardig beschouwen en het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken benaderen. Eén invalshoek is bijvoorbeeld: bedreigde diersoorten mag je niet opofferen voor een tijdverdrijf van rijke westerlingen. Maar een ándere invalshoek is: ’s lands wijs, ’s lands eer, dus als buitenlander houd je je mond. Wie zijn wij om te zeggen dat Zimbabwe de trofeejacht moet verbieden?

Trofeejacht zorgt ook voor extra inkomsten

 

„En is het nou werkelijk zo slecht om een neushoorn te doden? Trofeejacht zorgt immers ook voor extra inkomsten: in een bepaald natuurpark schieten ze per jaar acht buffels en drie olifanten, en daaruit betalen ze een aidskliniek en scholen en onderhoud van het reservaat. In hun ogen offert het beest zich op voor het nut van het algemeen. Al met al is er moreel gezien geen sluitend antwoord te geven op de vraag of trofeejacht mag bestaan. Zeker niet als je rekening houdt met de lokale bevolking.”

U klinkt haast meer als antropoloog dan als ecoloog.

Lachend: „Mijn broer is hoogleraar antropologie, en mijn vader was het ook. Dus allicht heb ik daar iets van meegekregen. En ecologie heeft ook raakvlakken met antropologie, en met geschiedenis. Darwin en zijn tijdgenoten hadden gelijk toen ze het over ‘natuurlijke historie’ hadden. Dat is accurater dan de hedendaagse term ‘natuurwetenschap’. Ecologie is geen natuurwetenschap, want daarin ben je altijd op zoek naar wetmatigheden. Terwijl je op basis van een groep planten en dieren in een gebied geen universele waarheden kunt verkondigen.

„Aan de hand van de Franse Revolutie kon je ook niet voorspellen hoe de Russische Revolutie zou verlopen. Een zwarte neushoorn is geen olifant, en het Zuid-Afrikaanse Krugerpark is niet de Serengeti. Een heleboel gebieden hebben weliswaar dezelfde soorten, maar de aantallen zijn in elk gebied anders. Met formules kun je natuur niet vangen. Daardoor word je als ecoloog heel nederig.”