Clash coach en medische staf: bijnaam ‘Dokter van Bommel’ niet vleiend bedoeld

Slechte prestaties kostten Mark van Bommel zijn baan als coach bij PSV. Op de achtergrond speelde een andere kwestie: zijn strijd met de medische staf. „Hij ging er met gestrekt been in.”

Mark van Bommel (rechts) maakt zich druk tijdens de wedstrijd tegen Willem II, begin november in Tilburg.
Mark van Bommel (rechts) maakt zich druk tijdens de wedstrijd tegen Willem II, begin november in Tilburg. Foto Ronald Bonestroo/ANP

Bij de medische staf van PSV noemen ze hem ‘dokter Van Bommel’. Ligt er een voetballer op de massagetafel, dan kan het zomaar gebeuren dat hij een behandelplan verordonneert. Morgen pas een second opinion voor een knieblessure? Waarom niet vandaag?

In de tijd dat Mark van Bommel nog trainer van PSV is, houdt hij zich bezig met álle aspecten van het voetbalvak, merkt zijn medische staf. Leuker wordt hun werk er niet op. Eén staflid vertrekt. Anderen blijven, knarsetandend.

Het moet voor sommigen als een opluchting voelen als Van Bommel op maandag 16 december wordt ontslagen. De vierde plaats in de eredivisie is volgens de clubleiding „PSV-onwaardig”. Aankopen renderen amper en zowel Europees als nationaal heeft de club uit Eindhoven te vaak verloren.

Dat het behoorlijk heeft geknetterd tussen coach en medische staf, blijft onbelicht. Het is weliswaar geen directe reden voor zijn vertrek, maar het kostte Van Bommel wel veel energie, zeggen mensen om hem heen. NRC sprak meerdere ingewijden, die allen anoniem willen blijven. Ze schetsen twee werelden, die elkaar nooit echt naderden. Die van een ambitieuze, veeleisende coach die vindt dat zijn medische team kwaliteit ontbeert. En (para)medici die zich bedreigd voelen door een overijverige coach.

Nu is de relatie tussen clubarts en coach toch al geen gemakkelijke. Artsen in ziekenhuizen zijn gewend aan de top van de piramide te staan. Bij voetbalclubs is de coach eindverantwoordelijk. Met name oudere artsen hebben moeite met hun ondergeschikte positie. Zij komen nog uit de tijd dat dokters wil wet is. Een coach mag best vragen stellen, maar over het antwoord (mits goed onderbouwd) moet hij niet voortdurend in discussie gaan. Coaches hebben er niet voor doorgeleerd, zij wel.

Waarom liepen de spanningen zo hoog op tussen Van Bommel en zijn medische staf? Wie valt wat te verwijten?

Olifant in porseleinkast

Het is zomer 2018 als Van Bommel aan zijn eerste klus als hoofdtrainer begint. Via de jeugdopleiding van PSV maakt hij de sprong naar het eerste elftal. Een kind van de club, wordt hij genoemd. Hij kent de krachten én zwaktes van PSV. Het familiegevoel op het in de bossen gelegen sportcomplex De Herdgang creëert saamhorigheid, maar kan ook vernieuwing in de weg staan.

Niets ontgaat Van Bommel. Gewend als hij is om te lijden en leven voor zijn vak, verbaast hij zich over de negen-tot-vijf-mentaliteit van sommige medische stafleden. In hun contract staat weliswaar niet dat ze 24/7 beschikbaar moeten zijn, maar PSV is een topclub. Hij zegt ook geen ‘nee’ als een speler vraagt of hij ‘na werktijd’ nog even op vrije trappen wil oefenen. Dan verzet je die privé-afspraak toch?

Totale toewijding, dat is wat hij verlangt van de 21 stafleden en 25 spelers die hij aanstuurt. Het liefst heeft hij dat ze allemaal – materiaalmensen, assistenten, fysieke trainers, artsen en fysio’s – zo zelfstandig werken dat hij er geen omkijken naar heeft. Loopt alles op rolletjes, dan toont Van Bommel makkelijker zijn menselijke kant. Spelers die het privé moeilijk hebben, stuurt hij naar huis, óók als PSV een belangrijke wedstrijd speelt. Zij voelen dat hij zich als ex-topspeler in hen kan verplaatsen.

Lees ook:De coach die zijn kracht moet leren beteugelen

Maar het lijntje tussen totale toewijding en bemoeienis is dun. Als Van Bommel meedenkt bij een behandeling van een geblesseerde speler, getuigt dat in zijn ogen van betrokkenheid. Leden van de medische staf daarentegen kunnen het als een motie van wantrouwen opvatten. Zo veel vragen, zo veel argwaan, dat zijn ze niet gewend. Trainers als Guus Hiddink en Dick Advocaat waren ook persoonlijkheden, maar zij vertrouwden blindelings op de expertise van hun medische staf.

Van Bommel weet niet beter. Als ex-speler van clubs als Bayern München, FC Barcelona en AC Milan is hij gewend geraakt aan een snel en gedecideerd optreden van clubartsen. Hij heeft voldoende blessures gehad om te weten wat er bij een revalidatie komt kijken. In Eindhoven mist hij daadkracht en duidelijkheid. Een arts die meldt dat een speler ‘absoluut niet kan spelen’, moet even later niet zeggen dat een ‘kwartiertje wel moet lukken’.

Artsen en fysiotherapeuten zien het anders. Wat Van Bommel als geweifel beschouwt, is voor hen een zorgvuldige afweging. Ze moeten voor hun gevoel al zoveel op het randje balanceren in het profvoetbal, daar kunnen ze geen kritische souffleur bij gebruiken. „Hij ging overal met gestrekt been in”, zegt een ingewijde. „Hij gedroeg zich als een olifant in een porseleinkast”, zegt een ander. De vraag ‘hebben jullie daar ook al aan gedacht’ begint de medische staf steeds meer te storen.

De hoofdtrainer stond als voetballer al bekend als controlfreak. Maar nu, merken sommige artsen en fysiotherapeuten, slaat zijn bemoeienis door. Hij had – zeker toen de sportieve resultaten achterbleven – overal kritiek op, vaak in de verwijtende sfeer. Dat maakte het onmogelijk een vertrouwensband met hem te smeden.

Mark van Bommel vindt het logisch dat hij er kort op zit. Hij wil als coach het maximale uit zijn spelers halen. Niet ‘later’ een MRI, maar vandaag. Heeft een speler spierklachten maar geen spierblessure, dan eist hij grondiger onderzoek. Moet er geen bloed worden geprikt? Is er al naar de tanden van de speler gekeken? Het zijn voor hem vanzelfsprekende vragen. Iets ‘een dagje aanzien’ is geen optie. Als het moet, gaat hij zelf met een geblesseerde speler op pad, in zijn zoektocht naar antwoorden.

Ook van zijn staf verwacht hij dat ze externe specialisten inschakelen als ze er niet uitkomen. Zelf doet hij een beroep op de Limburgse osteopaat Hub Westhovens, die hem behandelde in zijn tijd bij Bayern München. Hij realiseert zich dat dit irritatie kan opwekken, maar zet toch door. Sterker nog, zijn komst gaat ten koste van twee specialisten die al jaren voor de club werken: osteopaat Jacques Sanders en manueel therapeut Paul Cuppen.

Net als de Portugese toptrainer José Mourinho beseft Van Bommel dat er twee soorten artsen zijn in het profvoetbal: dokters en voetbaldokters. Een dokter neemt de mores van het ziekenhuis mee naar het voetbalveld. Een voetbaldokter kent de dilemma’s van trainers, plooit zich en denkt mee. Voetbaldokters schetsen risico’s, waarna de coach wikt en weegt.

Mark van Bommel in november 2019, een maand voor zijn ontslag bij PSV.

Foto Olaf Kraak/ANP

Door zijn opmerkzaamheid weet Van Bommel hoe zijn medische collega’s over hem denken. Dat ‘dokter Van Bommel’ geen vleiende bijnaam is, begrijpt hij heus wel. Maar maalt hij erom? Nee. Hij is er de man niet naar om zich met de oordelen van anderen bezig te houden.

Intimi waarschuwen dat die negatieve energie ten koste kan gaan van zijn werk op het veld. Maar ‘loslaten’ is nu eenmaal niet zijn ding. Van Bommel laat alleen los als hij voor honderd procent op iemand kan bouwen. Zoals zijn clubarts bij Bayern München, Hans-Wilhelm Müller-Wohlfahrt, die hem vaak heeft opgelapt. Had die tegen hem gezegd dat hij van het dak moest springen, dan had hij dat gedaan.

Zulk vertrouwen in elkaar, vindt Van Bommel, moet bij elke topclub de basis zijn in de relatie tussen een trainer en zijn medische staf. Net als de wil om samen tot het uiterste te gaan en de bereidheid om zeven dagen per week 24 uur per dag paraat te staan. Dat gevoel heeft de medische staf van PSV hem niet kunnen geven.

Oude ergernissen

Omdat hij zelf het gevoel heeft dat het niet lekker loopt, gaat Van Bommel na zijn eerste seizoen bij PSV met de medische staf in gesprek. Hij is misschien te hard geweest. Topsport mag dan keihard zijn, het is niet de bedoeling dat mensen wakker liggen van zijn woorden.

Toch steken oude ergernissen al snel de kop op. De blessures van zijn twee topscorers, Steven Bergwijn en Donyell Malen, helpen niet mee. Het kost PSV doelpunten – en dus punten. „Alsof je bij Barcelona Messi en Suárez weghaalt”, zegt Van Bommel op 10 november. Zijn positie komt onder druk te staan.

Naar buiten toe, in zijn persconferenties, valt Van Bommel niemand af. Hij vangt de klappen op – dat hoort bij de job. Maar binnenskamers loopt het hoog op. Sommige behandelingen van zijn medische team kwalificeert hij als ‘slecht’. Hij zegt wat hij denkt, alleen zo word je beter, is zijn overtuiging.

In discussies kaatsen stafleden terug dat zij ‘er alles voor doen’. Ze werken al jaren aan de top. Hen valt niets te verwijten. ‘Jij hebt een andere beleving’, zeggen zij tegen Van Bommel. Directeur Toon Gerbrands bemoeit zich ermee. Er volgen stevige gesprekken.

Een maand na zijn ontslag probeert Van Bommel lessen te trekken uit de anderhalf jaar dat hij PSV heeft geleid. Natuurlijk heeft hij fouten gemaakt in zijn contact met collega’s. Er zijn dagen geweest dat hij spelers sneller op het veld terug zag dan zijn medische staf had gewenst – omdat hij op zijn strepen ging staan. Dat kwam hun relatie niet ten goede. Maar managen is nu eenmaal een leerproces.

Bij zijn volgende klus wil hij zich alleen maar met voetbal bezighouden, mits het niveau van de mensen om hem heen dat toelaat. Wrok koestert hij niet. Hij heeft nu eenmaal een andere definitie van leven en lijden voor de club.

Reactie PSV: „Wij reageren niet op verhalen die zijn gebaseerd op anonieme bronnen. Dat is clubbeleid.” Andere betrokkenen wilden niet reageren.