Recensie

Recensie Boeken

Die vent, haar vader, blijft een knagend vraagteken

Simon van der Geest In de Surinaamse jungle gaat de hoofdpersoon van Van der Geests nieuwe kinderboek op zoek naar haar biologische vader. Het levert een plotgedreven verhaal op, waarin diepgang niet ontbreekt.

‘Tot mijn middel sta ik in het kolkende water, mijn handen om het touw geklemd. […] Nog één keer kijk ik om. Aan een tak hangt mijn rugzak met mijn telefoon en mijn werkstuk waar het een paar weken geleden allemaal mee begon. Als ik een ander onderwerp had gekozen, had ik nu niet hier gestaan.’

Het is een slimme zet van Simon van der Geest om zijn nieuwe boek te openen met deze spannende vooruitblik. Dat de zoektocht van Eva Loks (12) naar haar biologische vader haar naar de Surinaamse jungle voert, werkt als een geweldige smaakmaker: wie heeft er geen zin om Het werkstuk achter elkaar uit te lezen? Maar het echt slimme zit ’m in het laatste wat Eva daar zegt. Eigenlijk zegt Van der Geest: toeval bestaat, en het is bovendien richtingbepalend voor je leven. Met zo’n uitgangspunt wordt ongeloof bij voorbaat opgeschort en ga je mee in Eva’s meeslepende, soms onvoorstelbare avontuur.

Dat begint alledaags, op school. Eva worstelt met haar onderwerpskeuze voor haar biologie-opdracht. Na enige twijfel (van de juf), opteert ze voor ‘Biologische Vaders’. Daar weet ze namelijk niks van: haar moeder, een bekende zangeres, heeft haar nooit veel meer verteld dan dat ‘die vent’ (lang dacht Eva dat hij zo heette: ‘Dievent’) voor haar geboorte is teruggekeerd naar Suriname. Al researchend bijt Eva zich vast in haar onderwerp. Wanneer ze een cassettebandje vindt met een door haar vader ingezongen slaapliedje, realiseert ze zich dat hij misschien minder ‘kindblind’ is dan ze dacht: ‘De waarheid, die mis ik.’ Impulsief schakelt ze een Spoorloos-achtig tv-programma in en vertrekt naar Suriname.

Dat Het werkstuk een actie- en plotgedreven verhaal is, betekent niet dat het diepgang mist. Van der Geest zet Eva levensecht neer: ondernemend, dapper, maar ook kwetsbaar, met een lichtvoetige vertelstem die een twaalfjarige op de rand van de puberteit past. Hoe meer ze over haar vader leert, hoe onzekerder ze wordt. Waarom wilde hij weg, terwijl hij wist dat ze geboren zou worden, vraagt ze haar moeder: ‘Dat is toch een soort cadeautje?’ Eenmaal in Suriname – fraai zijn de natuurbeschrijvingen, in samenspel met Karst-Janneke Rogaars suggestieve jungle-illustraties – groeit het besef dat ze haar leven lang wellicht met ‘een knagend vraagteken’ achterblijft. ‘Met een gat in mijn hart.’ Eva weet: ‘Iets in mij is Surinaams. Maar wat?’ Wat maakt haar vader haar vader? ‘Kun je een bloedband voelen? […] Kan een bloedband groeien?’ En hoe moet ze beste vriend Luuk dan zien?

Net als in Van der Geests Spinder (Gouden Griffel 2013), waarin een insectenverzameling de inzet van een broederstrijd is, speelt biologie een wezenlijke rol in Het werkstuk. De speelse werkstukfragmenten, verluchtigd met Rogaars tekeningen in passende kinderstijl, verhelderen subtiel de gebeurtenissen. Eva’s uiteenzetting van de erfelijkheidsleer en haar inzicht dat haar tenenaantal de sleutel tot haar vader is, is een originele vondst die Van der Geest subtiel inzet bij het spelen met de grens tussen fantasie (Eva dicht haar elfde teen krachten toe) en werkelijkheid (tenen tellen helpt vinden). Uiteindelijk begrijpt Eva dat meten-is-weten te beperkt is voor de zoektocht die het leven is: ‘Als ik iets heb ontdekt […], is het dat ik niet mijn vader moet zoeken, maar… iets anders. Ik heb alleen geen idee wat.’ Een mooie uitkomst van een heerlijk leesavontuur.