Arrestanten uit 1944 in Rotterdam in beeld door openbaarheidsdag

Foto Stadsarchief Rotterdam
Foto Stadsarchief Rotterdam

De jaarwisseling is voor veel archieven een opwindende gebeurtenis, ook zonder vuurwerk. Dan worden er documenten vrijgegeven voor publieke toegang, die eerder slechts beperkt en op speciaal verzoek in te zien waren.

Dat is in Stadsarchief Rotterdam niet anders, zegt Marie-Christine Engels. Zij is coördinator dienstverlening, en zorgt ervoor dat vragen beantwoord worden van mensen in de studiezaal, of vragen die per e-mail of social media binnenkomen.

Engels bladert door de lijst documenten die dit jaar op de zogeheten openbaarheidsdag zijn vrijgegeven: archieven van bedrijven als het warenhuis Ter Meulen, distilleerderij Johs. De Kuyper & Zoon en koffie- en tabaksfabrikant Van Nelle, maar ook diverse kerkelijke archieven uit Rotterdam, Bergschenhoek, Poortugaal en Barendrecht, en archieven van families zoals Duthil en Mees.

Van archieven met een openbaarheidsbeperking van 75 jaar komen nu de stukken uit het oorlogsjaar 1944 vrij. Daar zitten onder meer ruim 8.000 arrestantenkaarten bij uit het archief van de Rotterdamse gemeentepolitie, met gegevens van mensen die in een Rotterdamse politiecel hebben gezeten. Engels: „Het valt op dat er in dat jaar relatief veel mensen zijn gearresteerd. Daar zitten ongetwijfeld ‘gewone’ criminelen bij, maar ook veel mensen die zich in de hongerwinter gedwongen zagen eten en brandstof te stelen.”

Er werd door de Duitse bezetter toen steeds harder opgetreden, zegt Engels. Die ontwikkeling is goed te zien aan de Rotterdamse arrestantenkaarten: in 1944 werden 9.838 mensen opgepakt, veel meer dan in de eerste oorlogsjaren en vaak op verdenking van een of ander vermogensdelict, zoals diefstal, verduistering, oplichting of heling. En wie veroordeeld werd, liep groot risico naar Kamp Amersfoort te worden gestuurd: meer dan duizend Rotterdammers kwamen daar in 1944 terecht.

Die informatie is interessant voor onderzoekers die meer willen weten over het verloop van de oorlog in Rotterdam, zegt Engels. Maar ook voor familie kan het belangrijk zijn om te weten wat er gebeurd is met iemand die is opgepakt. In het archief zit ook allerlei correspondentie over arrestanten, waaruit is af te leiden wanneer ze zijn doorgestuurd, waarheen, en soms wanneer ze zijn gefusilleerd.

Een van de arrestanten was de 17-jarige kelner Johannes Klaverkamp, die op 20 november 1944 door de Duitse Sicherheitsdienst (SD) naar politiebureau Haagseveer werd gebracht. Na een maand haalde de SD hem weer op. Waarvoor Klaverkamp was opgepakt, vertellen de kaarten in het politiearchief niet, maar uit andere bron is bekend dat hij met zes andere mannen naar de Schietbaan Kralingen is gebracht, waar ze vlak voor Kerst zijn gefusilleerd. Na de bevrijding zijn ze begraven op het Ereveld Loenen.