Reportage

De koto is zo veel meer dan een rok

Klederdracht De koto is de Afro-Surinaamse klederdracht. Een tentoonstelling in het Klederdrachtmuseum maakt de waarde van het kledingstuk voelbaar.

Vrouwen in koto’s tijdens de opening van Kotomisi. Vooraan een vrouw in een moderne variant die voor de expositie werd ontworpen.
Vrouwen in koto’s tijdens de opening van Kotomisi. Vooraan een vrouw in een moderne variant die voor de expositie werd ontworpen. Foto Paul Enkelaar

Het is opmerkelijk hoe goed het bij elkaar past: de Spakenburgse klederdracht en de koto’s die ernaast zijn geplaatst. De koto, die alleen wordt gedragen door vrouwen, is de Afro-Surinaamse klederdracht. De koto’s zijn gedeeltelijk gemaakt van dezelfde soort fris geruite katoen die is gebruikt voor de Spakenburgse outfits. Een ogenschijnlijk vrolijke overeenkomst die een wrang deel van de geschiedenis van Suriname blootlegt. Katoenen stoffen, met ingeweven ruiten (het ‘Brabants bontje’) en de handbeschilderde gebloemde sits, kwamen in Nederland via de handel met India. De stoffen werden vervolgens ook naar de westkust van Afrika gebracht, waar ze werden geruild voor goud, ivoor en tot slaaf gemaakten. Die tot slaaf gemaakten werden onder meer naar Suriname gebracht, vaak weer samen met textiel.

Kotomisi, heet de expositie in het Klederdrachtmuseum in Amsterdam waar de koto’s te zien zijn naast Nederlandse streekdrachten. Dat die gelijktijdig is met de Grote Suriname Tentoonstelling in De Nieuwe Kerk in Amsterdam, waar ook vijf koto’s staan opgesteld, is toeval. Klederdrachtmuseum-directeur Jolanda van den Berg was al in overleg met Christine van Russel-Henar, de directeur van het Koto Museum in Paramaribo, toen ze hoorde dat de expositie in De Nieuwe Kerk eraan kwam. Het bijt elkaar niet. In De Nieuwe Kerk is de koto maar een van de vele traditionele drachten van Suriname. In het Klederdrachtmuseum wordt er, ondanks dat er maar zeventien staan opgesteld, dieper op ingegaan. Dat is voor een groot deel dankzij de gefilmde interviews met vijftien draagsters en makers, zij maken de waarde voelbaar die de koto tot op de dag van vandaag heeft voor veel Surinamers en Surinaamse Nederlanders. In tegenstelling tot de Nederlandse klederdrachten, wordt de koto nog altijd gedragen. Bij Keti Koti, de jaarlijkse viering op 1 juli van de afschaffing van de slavernij, en andere feestelijke gelegenheden, ook door jonge vrouwen. Het is prettig om eerst de Grote Suriname Tentoonstelling te hebben gezien voor je naar Het Klederdrachtmuseum gaat, vanwege alle achtergrondinformatie die je daar opdoet, al is dat geen must.

Bollend schootje

Kotomisi betekent letterlijk een dame met een rok. Maar de koto behelst veel meer dan alleen een rok. Net als de Nederlandse klederdrachten is de traditionele ‘big koto’ een gecompliceerde outfit, waarvoor veel stof wordt gebruikt en waarvan een aantal onderdelen gesteven wordt.

De rok is extra lang – hij hoort van kruin tot enkels te komen. De overtollige lengte wordt gebruikt om in de taille een kotobere te maken, een bollend schootje. Soms wordt onder de ondrokoto, de onderrok, nog een worstvormig kussentje (koi) geplaatst om de taille nog breder te maken. Boven de rok komt een kort jasje (yaki), op het hoofd wordt een geknoopte doek (angisa) gedragen. Dan komt er nog een pangi bij (een als tussenrok gedragen geruite lendendoek) een empi (hemd), saron (kleurrijke, over de schouders gedragen doek), ondobruku (lange onderbroek) en tapuskinpanji (doek die over één schouder wordt geslagen). Het is bijna onmogelijk zo’n big koto zonder hulp aan te trekken. Bij moderne koto’s is de rok korter, de kotobere vervangen door een strook aan de taille, mist de yaki de linten op de rug en is de angisa wat kleiner en wordt ’ie compacter gevouwen.

Drie vrouwen in koto’s, vermoedelijk begin vorige eeuw.

In de interviews op de schermen in Het Klederdrachtmuseum hoor je vertellen dat de koto uit de tijd van de slavernij stamt – Nederland schafte de slavernij af in 1863, later dan bijvoorbeeld Engeland (1833) en Frankrijk (1848). Vrouwelijke tot slaaf gemaakten liepen met ontbloot bovenlijf, en dat zou de jaloezie wekken van de Nederlandse vrouwen van de slavenhouders. De koto werd bedacht om niet alleen hun borsten te bedekken, maar ook hun andere vormen te verhullen. Dat verhaal is historisch nooit hardgemaakt, maar voor veel vrouwen wel de reden om hem niet te dragen. Vrouwelijke marrons, nazaten van gevluchte tot slaaf gemaakten, hebben helemaal nooit koto’s gedragen. In 1874 werd het vrouwen in Suriname verboden met ontbloot bovenlijf te lopen, ook binnenshuis.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Het culturele erfgoed van Suriname is in gevaar

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

De koto is hoogstwaarschijnlijk pas na 1873 ontstaan, al zijn de invloeden uit de slavernijtijd er nog in terug te vinden, toen de Afro-Surinaamse vrouwen om de heupen geknoopte doeken, rokken, schouderdoeken en hoofddoeken droegen. Ook de koperen ‘bekkens’ die soms op het hoofd worden gedragen verwijzen naar de slavernij, toen vrouwen van slavenhouders met hun rijkdom pronkten door vrouwelijke tot slaaf gemaakten met de koperen bakken te laten paraderen. Tegelijkertijd zie je het silhouet van de vrouwenmode van de 18de en 19de eeuw in de koto terug.

Maritha Kitaman in een koto.

Foto Patricia van der Does en Paul Enklaar

Er is niet alleen ontzettend veel te vertellen over de koto, de koto vertelt zelf ook ontzettend veel. Er zijn speciale rouwkoto’s, en kortere koto’s voor werkvrouwen. Met de linten die op de rug van de yaki hangen, kunnen vrouwen aangeven of ze verloofd, getrouwd of anderszins niet beschikbaar zijn (in een harmonicavorm geperst) dan wel ‘beschikbaar’ (gladde linten). Een vrouw met een schouderdoek over de rechterschouder is vrij, een doek over de linkerschouder zegt ‘bezet’. Er zijn verjaardagskleuren voor elk kroonjaar, een gangmaakster op een feest draagt meerdere rokken en hoofddoeken tegelijk. Ook de stoffen vertellen een verhaal, dat lang niet altijd direct uit de dessins is af te leiden.

‘Ik ben een gouden munt, ik ga door vele handen maar ik verlies mijn waarde niet’, is de betekenis van een abstract dessin met rode gekartelde rechthoeken met een rondje erin.

Maar niets vertelt zoveel als de angisa. Niet alleen door de stoffen – er zijn vrouwen die honderden doeken hebben – maar ook de manier van dragen. Met de manier waarop ze haar angisa draagt, kan een vrouw duidelijk maken hoe ze zich voelt. Ze kan ermee ruzie zoeken, afspraakjes maken, laten zien of ze iets te vieren heeft. Al hebben sommige manieren van vouwen ook een minder emotionele achtergrond. De eerste auto’s in Suriname maakten zo’n indruk, dat er meteen een manier van vouwen werd bedacht die de angisa de vorm van een bumper gaf.

Kotomisi, t/m 1 juni in het Klederdrachtmusem, Amsterdam. Zie: hetklederdrachtmuseum.nl