Recensie

Recensie Theater

Zielloze theateradaptatie van Hendrik Groens tweede boek

Toneel In de theaterbewerking van Hendrik Groens Zolang er leven is, is precies de ziel uit het bronmateriaal gesneden. In de kermis aan karikaturen zorgen alleen Beau Schneider en Mike Weerts nog voor enkele momenten van oprechtheid.

Scène uit de voorstelling ‘Zolang er leven is’ met Mike Weerts (links) en Beau Schneider. Foto Raymond van Olphen
Scène uit de voorstelling ‘Zolang er leven is’ met Mike Weerts (links) en Beau Schneider. Foto Raymond van Olphen

Het leven in een verzorgingshuis wordt hapklaar opgediend, volgens Hendrik Groen. „Zonder klontjes.” Dat is zeker ook van toepassing op deze voorstelling. De gelijknamige theaterbewerking van het tweede dagboek van Hendrik Groen kruipt traag en zonder enerverende momenten voorbij.

Allereerst: de kwaliteit van de boeken van Hendrik Groen zit niet zozeer in de anekdote. Integendeel, juist uit Groens afwisselend scherpzinnige, nuchtere en prettig sentimentele reflecties op al die dagelijkse niksigheid, tekent zich een grote schoonheid.

Plotgedreven drama

Opvallend genoeg is juist daarvoor in deze adaptatie nagenoeg geen ruimte gemaakt. Bewerker Léon van der Sanden werpt voortdurend allerlei verhaallijntjes op – de maandelijkse uitjes van de Oud-Maar-Niet-Dood-club, de aanstaande sloop van het tehuis, de rouw om overleden geliefdes – maar brengt geen focus aan. Daardoor krijg je niet de kans om je echt met het leven en de personages in het verzorgingstehuis te verbinden. Door het boek vooral te benaderen als een plotgedreven drama, snijdt hij precies de ziel uit het bronmateriaal.

Net als in de theaterbewerking van Hendrik Groens eerste boek, koos regisseur Gijs de Lange uitsluitend jonge acteurs voor de bejaarde personages. Dat resoneert slim met het subjectieve perspectief van waaruit de dagboeken geschreven zijn: Groen focust juist op de jeugdigheid in zichzelf en zijn lotgenoten van de Omanido-club, met wie hij vol goede moed de beslommeringen in het verzorgingshuis te lijf gaat.

Scène uit de voorstelling ‘Zolang er leven is’ met (v.l.n.r.) Rufus Hegeman, Diewertje Dir, Anne-Marie Jung, Britte Lagcher en Mike Weerts. Foto Raymond van Olphen

Vooral in de intieme dialogen tussen Groen (Beau Schneider) en zijn hartsvriend Evert (Mike Weerts), zorgt dat nog voor enkele momenten van oprechtheid. Dat is met name te danken aan het liefdevolle spel van deze twee acteurs, die ingetogen durven te spelen tussen de kermis aan karikaturen om hen heen.

Nauwelijks reliëf

Want de andere personages krijgen van Van der Sanden per saldo nauwelijks reliëf. De eigenzinnige performance-kunstenares Eugenie Lacroix (Britte Lagcher) is zo oppervlakkig als wat en ook de stotterende Edward (Rufus Hegeman) krijgt streven noch geschiedenis te spelen. Het vertrek van de aan alzheimer lijdende Grietje (Diewertje Dir) lijkt de groep nauwelijks in de gaten te hebben, zo druk zijn ze met zichzelf en hun tripje naar Brugge. En tijdens een onnodig overdreven ontknoping wordt directrice Stelwagen (Anne-Marie Jung) op de valreep nog op volstrekt ongeloofwaardige wijze door de club ‘geroast’.

Lees ook: Een jonge Hendrik Groen op toneel zonder leeftijdsverwijzingen

De makers houden qua opzet behoorlijk vast aan hun adaptatie van het eerste boek. Zo neemt ook nu weer in elke stad waar de voorstelling speelt, een ander regionaal bejaardenkoor aan de voorstelling deel. Dat zit voornamelijk op het achtertoneel, half verstopt achter het decor, maar mag zich zo nu en dan ook plichtmatig op de speelvloer melden. Het levert geen oorspronkelijke momenten op. Door zo stug vast te houden aan het vorige concept, maakt Zolang er leven is al met al een tamelijk inspiratieloze indruk.