Wie gaat Palmyra restaureren?

Archeologie De verwoestingen die IS-strijders in de Syrische archeologische stad Palmyra aanrichten waren groot. Hulp bij herstel van het cultureel erfgoed is moeizaam, bleek onlangs op een congres.

De door IS-strijders vernielde Tetrapylon, een groep Romeinse pilarenpoorten, in Palmyra, bijgenaamd de Stad van Duizend Zuilen.
De door IS-strijders vernielde Tetrapylon, een groep Romeinse pilarenpoorten, in Palmyra, bijgenaamd de Stad van Duizend Zuilen. Foto Youssef Badawi

Het museum van Palmyra ligt in puin. De neergestorte plafondplaten zijn opgeruimd en de ingeslagen vitrines in één zaal bij elkaar geschoven. De grote beelden liggen met kapotgeslagen gezichten en handen nog steeds op de grond. Teams van UNESCO en Poolse archeologen hebben in 2015 de schade oppervlakkig geïnventariseerd, een aantal beelden is inmiddels gerestaureerd, maar veel meer is er niet gebeurd.

De stad en de woestijn zijn nu militair gebied. De inwoners van het moderne stadje naast de ruïnes, die leefden van het toerisme en van de olijf- en dadelgaarden in de oase, zijn niet teruggekeerd. In de ingangshal van het museum van Palmyra valt het licht door een groot gerafeld bomgat in het dak. De wachter, een medewerker van het museum en een paar soldaten zitten rond een lage salontafel in bij elkaar gesleepte crapauds en stoelen en bespreken de dingen van de dag. Er heerst een mismoedige sfeer. Er lijkt weinig uitzicht op verandering.

Geen geld voor herstel

Mahmoud Hamoud, de directeur van het Syrische Directoraat-Generaal van Oudheden en Musea (DGAM), neemt elke officiële gelegenheid en elk interview te baat om te zeggen dat buitenlanders welkom zijn een opgravings- op restauratieproject te beginnen. Het is duidelijk dat het Syrië ontbreekt aan de gelden om de grootschalige beschadiging en vernietiging het hoofd te bieden. De zorg van de directeur is overigens niet alleen het herstel van het Syrische erfgoed, maar ook de bevordering van het buitenlands toerisme dat voor de oorlog goed was voor 8 miljard dollar, 14 procent van het bruto binnenlands product. Nu volgens Bashar al-Assad de oorlog door het regime is gewonnen, zou elke samenwerking de situatie bovendien verder normaliseren. Wat zijn de kansen dat buitenlandse partners ook inderdaad gaan samenwerken en hun expertise en geld in het herstel van de monumenten steken?

Archeologisch symposium

Een goede indicatie daarvoor gaf het tweedaagse internationale symposium Aleppo, past, present and future, dat eind oktober in Aleppo werd gehouden. Het symposium was georganiseerd in het kader van de feestelijke heropening van het Nationaal Museum door het ministerie van Toerisme en het ministerie van Cultuur, waaronder DGAM ressorteert. Mocht het symposium een poging zijn geweest om bredere internationale interesse te wekken voor het herstel van dit erfgoed, dan maakte die poging vooral duidelijk hoe problematisch dit is.

In 2012 hebben de VS en de EU de diplomatieke banden met Syrië verbroken en hun ambassades in Damascus gesloten. Banken en wapenhandel worden geboycot en er zijn sancties ingesteld tegen personen die aan het regime zijn gelieerd. Ook Mohammed al-Ahmed, de minister van Toerisme, staat sinds zijn aanstelling in 2016 op deze lijst. Ondernemen wordt ontraden. De website van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken vat het Europese beleid kort en krachtig samen: „Reis niet naar Syrië. In Syrië is een burgeroorlog. Bent u in Syrië? Verlaat het land dan zo snel mogelijk. De meeste Europese universiteiten en musea volgen dit beleid.

Het beschadigde Romeinse theater bij Palmyra. Foto EPA/YOUSSEF BADAW

De in Aleppo aanwezige experts komen uit drie ‘dissidente’ landen: Hongarije, Polen en Italië. Hongaarse architecten doen sinds 2007 bouw-historisch onderzoek in de middeleeuwse kruisvaardersburcht Marqat aan de kust. Na de herovering in 2014 door het Syrische leger werken zij in de grote burcht van Krak des Chevaliers. Twee Poolse archeologen zijn als waarnemer naar het symposium gekomen. Een Poolse missie werkt al sinds 1959 in Palmyra. Ook de universiteiten van Rome en Florence hebben de banden met de Syrische Oudhedendienst nooit verbroken. Italiaanse experts waren in 2018 betrokken bij de herinrichting van het Archeologisch Museum van Damascus en bij de restauratie van meerdere grafbeelden uit Palmyra.

Lees ook: Een unieke mix van Griekse, Romeinse en vooral Perzische stijlen

Hongarije en Polen maakten in november 2019 deel uit van een groep landen die aandrong op herstel van de diplomatieke banden met Syrië. „We kunnen niet om Bashar al-Assad heen, Syrië moet worden opgebouwd en de vluchtelingen moeten kunnen terugkeren” was het argument.

De nationaliteiten van de aanwezige experts lijken een afspiegeling te vormen van het politieke beleid van hun regeringen. Hoewel de Duitse regering het officiële EU-beleid volgt en het Deutsches Archäologisches Institut (DAI) de Syrische culturele instellingen boycot, zijn er toch een paar Duitse archeologen. Zij blijken echter allen gepensioneerd te zijn en op persoonlijke titel het symposium bij te wonen. Kay Kohlmeyer, een van hen, gevraagd naar de reactie van het thuisfront, antwoordt dat hij „massieve tegenwerking” ontmoette.

De kans dat archeologen en erfgoedwerkers uit de VS en Europese landen als Duitsland, Frankijk, Engeland en ook Nederland, vaak met een jarenlange ervaring in de Syrische archeologie en monumentenzorg, zullen ingaan op de uitnodiging van de directeur van DGAM, is dus klein. Laat staan dat zij met het benodigde geld over de brug komen.

Rusland als redder

Rusland heeft zich nu opgeworpen als redder van Palmyra. Het land heeft geen archeologische ervaring in Syrië. Toch tekenden het Hermitagemuseum en de Russische Academie van Wetenschappen op 26 november 2019 een overeenkomst met de Syrische Oudhedendienst, waarin zij zeggen te streven naar herstel van het museum in Palmyra. In samenwerking met UNESCO en de Aga Khan Stichting zou een internationale groep van erfgoedexperts gevormd moeten worden die gaat nadenken over hoe de restauratie van het zogenaamde ‘buitenmuseum’, de ruïnes van de antieke stad, aan te pakken. Dit klinkt nogal voorzichtig en directeur Mikhail Piotrovsky van het Hermitagemuseum geeft toe dat „de planning niet voor morgen, maar voor overmorgen is”.

Sheichmous Ali, oprichter van de Association for the Protection of Syrian Archaeology (APSA), een platform van Syrische archeologen in het buitenland, dat schade aan Syrische monumenten inventariseert, reageert op zijn Facebookpagina sceptisch: „Palmyra restaureren om er een Russisch Disneyland van te maken … Wie gaat het financieren? En hoe?”

Scepsis ten aanzien van de bedoelingen van Rusland is niet zo vreemd. Het land wierp zich al eerder op als redder van Palmyra. Kort na de verdrijving van Islamitische Staat in maart 2016 organiseerden de Russen een concert om de verovering te vieren. Het orkest van het Mariinskitheater gaf een uitvoering in het antieke theater van Palmyra, waar een jaar daarvoor twintig Syrische soldaten door IS in het openbaar waren geëxecuteerd – een beladen plek. Op het toneel stond prominent het portret van Poetin opgesteld. De triomfantelijkheid was voorbarig. IS kwam eind 2016 terug om een paar maanden later ten tweede male te worden verdreven. Het theater was op de valreep kapotgeschoten, alsof de strijders van het kalifaat er zeker van wilde zijn dat het niet nog een keer als decor voor een overwinningsfeestje kon dienen.

Zolang het Syrië-beleid van de EU en de VS niet verandert, zal het moeilijk zijn de internationale groep van erfgoedexperts voor het nieuwe project bij elkaar te krijgen. De ruïnes van Palmyra zullen dus voorlopig nog wel even (Russisch) militair gebied blijven.

Theo de Feyter is kunstenaar en archeoloog en schreef Syrië, een geschiedenis in ontmoetingen en plaatsen, Amsterdam 2011. In mei en oktober 2019 bezocht hij Syrië.