Opinie

Waarom Iran de beurzen koud liet

Maarten Schinkel

Wel, dat duurde kort. Ga in gedachten een week terug en stel je het puur theoretische horrorscenario voor: de VS schakelen met een droneaanval de tweede man van Iran uit in Irak. Iran vuurt een barrage van ballistische raketten af op Amerikaanse bases in Irak. En en passant stort een verkeersvliegtuig bij Teheran neer onder nog onduidelijke omstandigheden, met 176 doden als gevolg.

De reactie op de financiële markten zou fel zijn, niet? Maar in de afgelopen week speelde het scenario zich daadwerkelijk af, en op de beurzen gebeurde hoegenaamd niets. De olieprijs liep op, maar bleef onder 70 dollar hangen. Goud kreeg er wat bij. De aandelenkoersen gingen een procent of wat omlaag. Er was geen sprake van een vlucht in veilige obligaties. De AEX sloot donderdag, vlak voor het allemaal begon, op nog geen 613 punten. De woensdag vlak na de raketaanval stond hij op ruim 610.

Markten drijven op verhalen. Dat geldt voor beurzen die maar omhoog blijven gaan, zoals tijdens de Moeder aller Zeepbellen rond het jaar 2000. Er zou een nieuwe economie komen, waarin alles anders en beter zou worden, Een Dow Jones van 100.000. Een long boom, volgens de OESO, met voortdurende gunstige welvaartsgroei. Beurscrashes hebben hun eigen narratief. Er zijn bibliotheken volgeschreven, van Galbraith tot Kindleberger over speculatiegolven die fout liepen. En het laatste woord over de financiële crisis van 2008 is ook nog niet gezegd – al is Crashed van Adam Tooze (2018) tot nu toe de beste poging.

Op de financiële markten heerst, wat het narratief betreft, een horror vacui – een angst voor het Niets. Elke marktbeweging dient een verhaal te hebben, ook al moet het er aan de haren worden bijgesleept. Want willekeur en toeval zijn onverdraaglijk. Maar wat als er een koersval is zonder verhaal? De econoom Hyman Minsky omschreef dat al: zo’n moment dat iedereen wakker lijkt te worden, voor het eerst eens goed om zich heen kijkt en in paniek de markt verlaat. Meestal als het een tijd, eveneens zonder verhaal, erg goed ging. Een goed voorbeeld stamt van twee jaar geleden. Destijds ging begin februari, in anderhalve week, bijna tien procent van de koersen af. Een uit de hand gelopen handel in volatiliteit (beweeglijkheid) van de beurzen zou de oorzaak kunnen zijn geweest. Maar helemaal opgehelderd is dat nooit. Ook al omdat de beurzen daarna gewoon weer doorstoomden alsof er niets was gebeurd.

Een crash zonder aanleiding is griezelig. Het wijst beleggers erop dat niet alles rationeel is, dat massapsychologie letterlijk onberekenbaar is. Dat er geen model is dat er iets mee kan. Maar wat als er, zoals nu, wél een aanleiding is, maar géén reactie? Dan verzinnen we wel wat. Dat de markt stressbestendig is omdat China en de VS volgende week een handelsakkoord tekenen. Omdat de economie eigenlijk best goed blijft gaan en dat de Amerikaanse centrale bank best nog wel ruimte over heeft om op te treden als dat niet het geval blijkt. En dan is er nog Fomo, de fear of missing out, nadat de beurzen het vorig jaar al zo goed deden. En Tina: there is no alternative.

Met een rente die laag is, nul, of zelfs negatief, groeit de balans van de samenleving. Méér lenen, méér sparen en, omdat dat laatste weinig helpt, méér beleggen. Beleggingsfondsen stromen vol, de onroerendgoedmarkt is op veel plekken witheet, en veel ‘private equity’-investeringsfondsen weten nauwelijks waar ze met hun inleg naartoe moeten. Mocht Minsky nog hebben geleefd, dan zou die misschien wel hebben gedacht dat het een perfecte tijd aan het worden is voor een correctie zonder aanleiding.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.