Vrij zijn is...strijd leveren op miniatuurformaat

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur?

Een paar mannen buigen zich over een tafel met kastelen, houten uitkijktorens, bosschages en draken. Decorateurs? Maquettebouwers? Nee, dit zijn ‘the Rose Valley Reapers’. Samen spelen ze om de twee weken in een buurtcentrum in Roosendaal het spel Warhammer. „De grim reaper is de man met de zeis”, vertelt Erik van Nijnatten (30), oprichter van de groep en senior design engineer bij Fokker. „In ons logo is zijn oog een roos.”

Via oproepen als kaartjes in de supermarkt bracht hij dit gezelschap tweeënhalf jaar geleden bij elkaar. Onder anderen een student aan de hotelschool, een fabrieksarbeider en een universitair onderzoeker dragen samen de huur van deze ruimte, en schaffen soms een battle mat aan.

In totaal zijn er vier tafels. De spelers stellen hun legers op, wapentuig en monstrosities. Ook liggen er boeken en handleidingen met spelregels. Warhammer is een ingewikkeld spel, waar door het moederbedrijf in Engeland steeds nieuwe elementen aan worden toegevoegd. Met dobbelstenen worden zetten en tegenzetten bepaald. Voor de leek heeft het iets weg van Risk, met zijn legers en territoriumdrift.

Ondanks dat het erom gaat elkaars legers te vernietigen, is de sfeer gemoedelijk. De deelnemers willen wel winnen, maar nemen ook de tijd om met een Leffe Blond informatie uit te wisselen. Mark van Overveld (44, onderzoeker Marketing Management) laat een model zien dat hij onlangs aangepast heeft: een draak die de generaal van zijn leger draagt, de Sorcerer on Black Dragon. De anderen kijken belangstellend hoe hij de draak op een stokje heeft bevestigd. Van Overveld: „Oorspronkelijk stond hij rechtop, maar ik wil hem laten vliegen.”

Van Overveld speelt Age of Sigmar, een variant die uit de fantasiewereld van Tolkien lijkt te komen. Op de andere tafels is het landschap grimmiger. Daar wordt ‘40.000’ gespeeld, dat zich volgens de bedenkers afspeelt in de eenenveertigste eeuw: „In the grim darkness of the far future, there is only war.”

Er zitten nog geen vrouwen bij de groep. Van Overveld: „Misschien komt het door het oorlogvoeren. Bij de ‘painters’ [degenen die alleen schilderen] zie je veel vrouwen, hele goede. Kijk maar op Youtube.”

Van Nijnatten schat dat hij zo’n acht uur per week aan Warhammer besteedt. Hij doet ook toernooien, één tegen één, als duo of met een team. „Ik ben vooral van het spelen, maar met alleen grijs plastic kan dat niet.” Dus schildert hij ook. Zijn trots is Magnus the Red, een gevleugelde demon met horens. De kosten? Van Nijnatten: „Ik tel het liever niet op aan het einde van het jaar.”

Altijd tijd tekort. Tegen half elf pakken ze vlug hun schatten in: alle gemuteerde ratten, orks en demonen gaan in dozen met purschuim. Terug naar de Warhammerzolders.