Opinie

Tsaar Peter is in Rotterdam op zijn plaats

Kunst in de publieke ruimte stuit steeds vaker op weerstand, schreef NRC vorige week. Zo ook het beeld van Peter de Grote aan de Maas. Ten onrechte, schrijft Henk Slechte. Tsaar Peter stichtte met Sint-Petersburg een Russisch venster op Europa.

Op de omslag van de Rotterdam-bijlage kijkt de Russische tsaar Peter de Grote (1672-1725) uit over de Nieuwe Maas (Publiek kunst- en vliegwerk, NRC 04/01). Het artikel waarnaar de paginavullende foto van zijn standbeeld verwijst, gaat over de kunst in de Rotterdamse openbare ruimte en de beweging naar een ‘frictievrije publieke sfeer’ voor die kunst. Die kan worden geschapen door geen beelden te plaatsen van figuren die spanningen oproepen, zoals Piet Hein. Over het prachtige beeld van de tsaar zegt het artikel alleen dat „sommigen” vinden dat het weg moet. Wie die sommigen zijn en wat hun redenen zijn, wordt niet vermeld. Daarom een paar argumenten om het te laten staan.

De Russische Federatie schonk het beeld in 1997 aan Rotterdam, de zusterstad van Sint-Petersburg, ter gelegenheid van 300 jaar Russisch-Nederlandse betrekkingen. 1997 verwijst naar de komst van tsaar Peter naar Zaandam en Amsterdam in 1697. Hij wilde het geïsoleerde Rusland moderniseren door aan de monding van de rivier de Neva een nieuwe stad te stichten: die zou niet onderdoen voor de andere grote steden in Europa, contact met heel Europa mogelijk zou maken, en de hoofdstad van Rusland worden in plaats van Moskou. Om dat te realiseren had hij mensen nodig met kennis en kunde die in Rusland niet beschikbaar was. Daarom maakte hij in 1697 en 1698 een reis door West-Europa. Hij woonde een half jaar in Zaandam, werkte als timmerman op de werf van de VOC in Amsterdam, en ontmoette veel Nederlandse bouwmeesters en scheepsbouwers.

De tsaar had een warme verstandhouding met de Nederlandse bouwmeesters, timmerlieden en schepsbouwers

Dat het beeld niet in Zaandam of Amsterdam staat, is omdat Zaandam al voorzien was en Amsterdam voor de eer bedankte. In 1717 was Peter weer in Nederland, en verbleef hij vier dagen in Rotterdam. Dat is geen reden voor een standbeeld, maar die redenen zijn er wel.

Peter de Grote heeft met de stichting van Sint-Petersburg in 1703 Rusland een economisch en cultureel venster naar Europa gegeven, wat toen voor Nederland belangrijk was en ook is gebleven. Dat Sint-Petersburg een architectuurhistorische combinatie is van 18de-eeuwse Europese steden, en dus feitelijk de eerste ‘Europese’ stad, is te danken aan Peters verblijf in Nederland en in de Europese steden, waar hij bouwmeesters aantrok. Die kwamen graag voor hem werken, omdat hij in 1702 in een decreet had bepaald dat buitenlandse bouwmeesters en ambachtslieden hun eigen godsdienst openlijk mochten uitoefenen, wat elders in Rusland verboden was.

‘Aanstootgevende’ kunst heeft het moeilijk in Rotterdam

Aan het werk van de vele Nederlanders aan de stad in aanbouw en op de scheepswerven dankt Sint-Petersburg de Hollandse kerk. Die is in 1717 gesticht in de tuin van een Nederlandse-Noorse admiraal aan de rivier de Neva, maar zetelt sinds 1834 in een monumentaal neoclassicistisch gebouw aan de Nevski Prospekt, de belangrijkste avenue van de stad. In die kerk zetelt de Nederlandse Stichting Vrienden van Sint-Petersburg. De bouwers uit andere Europese landen hebben in Sint-Petersburg ook kerken gesticht. Die hadden tot de Revolutie in 1917 niet alleen godsdienstig maar ook sociaal een belangrijke functie in de stad.

De tsaar had een warme verstandhouding met de Nederlandse bouwmeesters, timmerlieden en scheepsbouwers, en was zelfs peetvader van Nederlandse kinderen. Dat Sint-Petersburg opvallend Nederlands oogt, is ook te danken aan de grachten en de bruggen daarover. Een pikante bijzonderheid is dat die bruggen zijn ontworpen door Harmen van Bol’es uit Rotterdams buurstad Schiedam, die vanaf 1713 een belangrijke bouwkundige adviseur van Peter de Grote was.

De tsaar maakte van zijn nieuwe stad een belangrijke havenstad met scheepswerven waar Nederlandse scheepsbouwers werkten. In Sint-Petersburg ontstond zo een levendige Nederlandse kolonie, waarin later in de 18de eeuw en in de 19de eeuw de zogenoemde Ruslui uit Vriezenveen een hoofdrol speelden. Zij verkochten in Sint-Petersburg hun kwalitatief hoogwaardige textiel, waren de stichters van belangrijke handelshuizen, en hebben in 1834 de nieuwe kerk gefinancierd.

Dankzij Peter de Grote hebben Nederland en Sint-Petersburg al 300 jaar belangrijke contacten. Omdat het door hem gemaakte venster economisch en vooral cultureel nog altijd open staat, doet het standbeeld van deze tsaar aan de Nieuwe Maas in zusterstad Rotterdam recht aan drie eeuwen geschiedenis.

is historicus en publicist