‘Terroristen Parijs en Brussel kregen wapens via Nederland’

Wapenhandel Een dossier van het Franse OM noemt namen van mogelijke Nederlandse wapenleveranciers. Maar hen vervolgen is complex.

De wapens die gebruikt zijn bij de aanslag in concertzaal Bataclan in Parijs, op 13 november 2015, komen wellicht uit Nederland.
De wapens die gebruikt zijn bij de aanslag in concertzaal Bataclan in Parijs, op 13 november 2015, komen wellicht uit Nederland. Foto Christian Hartmann/Reuters

Het „staat vast” dat de terroristen van de aanslagen in Parijs en Brussel „hun toevlucht hebben genomen tot de Nederlandse route” om aan wapens te komen. Dat stelt het Franse Openbaar Ministerie in zijn dossier over de aanslagen van 2015 en 2016, die honderdzestig mensen het leven kostten. Vermoedens over een Nederlandse link met de aanslagen waren er al langer, maar in het Franse dossier worden nu verschillende nieuwe namen genoemd van mogelijke Nederlandse wapenleveranciers. Hun zaken krijgt het OM vooralsnog niet rond.

De wapens zouden door leden van de terreurcel zijn verkregen tijdens een bezoek aan Nederland in oktober 2015, vlak voor de aanslagen in Parijs op concertzaal Bataclan en andere plaatsen.

Voor het bezoek vraagt een van de terroristen aan zijn neef in Amsterdam hoe hij aan „Clio’s” kan komen – waarmee hij volgens justitie wapens bedoelt. De neef geeft het nummer van de Amsterdamse kickbokser Youssef B. („Dit is waar de Clio is”) en zegt dat hij het nummer één keer moet bellen als hij in Rotterdam is. Youssef B. werd in 2012 in zijn nek en rug geschoten na een ruzie in de Marokkaanse onderwereld, maar overleefde de liquidatiepoging.

Lees ook: De Nederlandse wapenroute voor terroristen uit Parijs

Eenmaal in Rotterdam navigeren de terroristen, volgens de door hen gebruikte TomTom die de politie later analyseerde, naar een reinigingsbedrijf aan de Wolphaertsbocht. Dat is het bedrijf van Richard van G. (59), die drie keer eerder met de politie in aanraking is gekomen in verband met wapenhandel, vermeldt het Franse dossier. Hierna navigeren de terroristen naar een ander Rotterdams adres dat pal tegenover de woning van Richards zoon ligt, Rick van G. (32). De zoon is in 2017 veroordeeld voor wapenhandel en kreeg een maand cel en tweehonderd uur taakstraf opgelegd, bevestigt de Rotterdamse rechtbank.

Automatische geweren

Ook in een ander onderzoek, naar een verijdelde aanslag van dezelfde terreurcel, duikt deze Rick van G. op. Na de Brusselse aanslagen in 2016 werd in een voorstad van Parijs een wapenarsenaal aangetroffen vol automatische geweren en explosieven, bestemd voor een nieuwe aanslag. De terrorist die de opslag beheerde, Reda Kriket, droeg het nummer van Rick van G. bij zich – opgeslagen als ‘Rick de Serviër’. Aan de binnenkant van de wapens bleken later dna-sporen van drie Nederlanders te zitten, van een vierde Nederlander werden sporen gevonden op het hengsel van de sporttas waar de wapens in zaten.

De Franse bevindingen hebben in Nederland nog niet geleid tot veroordelingen van de vermeende wapenleveranciers. De Nederlanders die hun vingerafdrukken hebben achtergelaten op de wapens zijn vorig jaar gearresteerd, maar werden door de rechter al snel naar huis gestuurd. De rechter zag alleen in een dna-match onvoldoende reden hen langer vast te houden. Er wordt nog besloten of de zaak überhaupt wordt voortgezet.

Kickbokser B. geldt als verdachte in de zaak, bevestigt het OM. Hij is eerder aangehouden maar mocht snel naar huis vanwege ernstige gezondheidsproblemen. Over de betrokkenheid van vader en zoon Van G. wil het OM niets kwijt. De twee zijn onbereikbaar voor commentaar. Hun reinigingsbedrijf is in de zomer van 2016 opgeheven, het telefoonnummer werkt niet meer. Het bedrijfspand waar de terroristen op bezoek zouden zijn gekomen, is inmiddels in gebruik bij de gemeente Rotterdam. Voor de ruit hangt een bordje: ‘Koffie met de wijkagent? Loop even binnen’. De neef die de terroristen in contact zou hebben gebracht met de Rotterdamse wapenhandelaren is wel voor de rechter gebracht. Deze verdachte, Anass A., is vrijgelaten in afwachting van het verloop van de zaak.

Volgens Monique Bruinsma, die al bijna twintig jaar onderzoek doet naar wapenhandel, laat de zaak zien hoe complex het vervolgen van wapenhandelaren is. „Zie achteraf maar eens aan te tonen dat iemand daadwerkelijk wapens heeft geleverd. Een vingerafdruk zegt niet zo veel, omdat vuurwapens vaak al in vele handen zijn geweest.”

Via Slowakije naar Nederland

Lees ook: De Slowakijeroute en het terrorisme

Bruinsma deed in 2017 voor het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoek naar een partij wapens die via Slowakije in Nederland terechtkwamen. Justitie denkt dat de terroristen van Brussel en Parijs gebruikmaakten van juist deze wapenlijn. Bruinsma, die voor haar studie toegang kreeg tot de vertrouwelijke politiesystemen, ontdekte connecties tussen verschillende wapenhandelaren en terrorismeverdachten. Zo bevonden zich in het netwerk rond de Slowaakse wapenlijn „meerdere personen” die door de politie werden gevolgd wegens radicalisering. Het betekent volgens Bruinsma dat „vuurwapens in de nabijheid van terrorismeverdachten aanwezig zijn”.

Hoe eenvoudiger een potentiële terrorist aan een wapen kan komen, hoe groter de kans op een aanslag. Volgens Bruinsma zou de politie haar wapenhandelteam nauw moeten laten samenwerken met de terrorisme-eenheid, om meer zicht te krijgen op de verwevenheid tussen terrorismeverdachten en ‘gewone’ criminelen.