Opinie

Oorlog rond Iran: een rad van fortuin voor Poetin

De reizen naar Syrië, Turkije en Israël illustreren dat Rusland in het Midden-Oosten posities van de VS overneemt en vrienden maakt, ziet Hubert Smeets.

Hubert Smeets

Donald Trump bezorgt Vladimir Poetin handenvol werk. Steeds moet hij alert zijn, omdat zo onvoorspelbaar blijft uit welk vaatje Trump nu weer zal tappen.

Na de liquidatie van de Iraanse generaal Soleimani gooide Poetin zijn agenda dus meteen om. In plaats van een kerstmaaltijd in het Kremlin – dinsdag vierde de orthodox christelijke wereld de geboorte van Jezus – vloog hij onverwachts naar Syrië. President Assad bedankte hem in gebroken Russisch voor de levensreddende militair-politieke steun uit Rusland.

Een dag later was Poetin in Istanbul. Protocollair was hij er voor een plechtigheid rond TurkStream, de gaspijpleiding door de Zwarte Zee die Rusland en Turkije economisch verder verknoopt. Poetin en Erdogan spraken er vooral ook over hun beider ambities in Syrië en Irak.

Dit weekeinde is Poetin weer paraat. Na de aanslag op de Iraanse generaal heeft hij in allerijl bondskanselier Merkel in het Kremlin uitgenodigd voor een gesprek over Iran en het Midden-Oosten. Later deze maand gaat hij ook nog naar Israël.

De reizen naar Syrië, Turkije en Israël en de ontvangst van Merkel illustreren dat Rusland in het Midden-Oosten her en der Amerikaanse posities overneemt en er nieuwe vrienden maakt. Moskou, dat geen lastige vragen stelt aan hardvochtige heersers, is een minder veeleisende bondgenoot dan Washington, waar moraaltheologie en militaire actie snel hand in hand gaan.

Simpeler wordt het er voor Moskou desondanks niet op. De nieuw verworven macht mag zelfvertrouwen schenken, de politieke en financiële verantwoordelijkheid die nu eenmaal bij macht hoort, is ook lastig. Vooral voor de manoeuvreerruimte van Poetin tijdens de confrontatie tussen VS en Iran.

Moskou mag in Syrië tot zijn eigen tevredenheid hebben opgetrokken met Soleimani en zijn liquidatie hebben veroordeeld, Iran zelf blijft een verhaal apart. Sinds de islamitische revolutie van 1979 heeft Moskou een complexe relatie met de ayatollahs. Angst voor contaminatie naar de moslimregio’s van het Russische Rijk was indertijd een der redenen voor de Sovjetinvasie in Afghanistan. Tegelijkertijd bood anti-Amerikanisme van de Iraanse mollahs ook aantrekkelijke perspectieven. Zo dubbel is het nu al veertig jaar.

In de reddingsoperatie van Assad in Syrië komt deze ambivalente relatie tot volle wasdom. De aanwezigheid van Iraanse troepen en geallieerde milities was onontbeerlijk voor de Russische interventie. Zij haalden de kastanjes uit het vuur, zodat Rusland werd gevrijwaard van al te veel lijkzakken op zijn kerkhoven thuis. Maar die positieve rol van Iran mag er niet toe leiden dat Rusland nu van de weeromstuit in het conflict met Amerika wordt getrokken.

Vandaar dat Poetin dit weekeind probeert Merkel bij het diplomatieke bluswerk te betrekken. Hij wenst niet afhankelijk te worden van Iran, zoals hij ook niet wil dat Assad als kleine maar onontbeerlijke bondgenoot onevenredig veel vingers in de pap krijgt. Geen zetdwang voor Moskou is het parool.

Poetin wordt zo steeds meer geconfronteerd met een nieuwe taak. Jarenlang was Rusland de runner up die andere mogendheden dwars kon zitten. Nu zijn de rollen omgedraaid. Trump is de man van de onverwachte manoeuvres geworden, de man die eerst het schaakbord omkiepert en vervolgens toch terugkeert aan tafel. Poetin moet daarom zijn script herschrijven: van ’s wereld dwarsligger nummer 1 naar een (bruggen)bouwer.

Komend jaar zal blijken of het economisch kwakkelende Rusland dat kan betalen en wat de geopolitieke prijs is van die nieuwe rol.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.