Opinie

Moeten

Ellen Deckwitz

Zoals met ieder nieuw jaar moest ik opeens van alles van mezelf, en in de eerste januariweek had ik er nog meer last van dan normaal. Ik had nog geen boek uitgelezen, geen kilo eraf gesport, geen bejaarde gered. Wat ook niet helpt, was dat het ook nog eens een nieuw decennium was, wat de druk om snel iets te presteren alleen maar verhoogde. Zo snelwandelde ik gisterochtend opgefokt rondjes door mijn woonkamer, op de gezondheidsmeter bijhoudend of ik al aan mijn tienduizend stappen zat.

„Je wilt alles weer veel te efficiënt doen”, zuchtte mijn zus toen ik haar na 5.657 stappen al opbelde, „je lijkt ma wel, die baseert haar zelfwaarde ook op haar prestaties”.

God, ja. Als ik onze moeder bel en vraag hoe het gaat, begint die meteen op te sommen welke taakjes ze die dag allemaal heeft kunnen afstrepen op haar to-dolijst. Hoe het met haar gaat, is evenredig aan hoeveel vierkante meter ramen ze heeft gelapt en aan hoeveel dyslectici ze bijles Nederlands heeft gegeven. Nobel maar vermoeiend.

Nadat ik eenmaal de telefoon had opgehangen, struinde ik verder door mijn huis, en besefte opeens dat mijn woning uitpuilde van de moetjes: een vaat die moest worden opgeborgen, gympen die ik tot pulp moest sporten, een fruitschaal die ik moest leegeten.

Doodop schoot ik de deur uit en eenmaal op straat ging het beter, wat me verontrustte. Je huis zou een bunker moeten zijn tegen een wereld die van alles van je wil, maar nu was ik zelfs thuis niet veilig voor verwachtingen. Natuurlijk, het lag deels aan de veel te hoge eisen die ik aan mezelf stelde. Waarom zou ik eigenlijk ieder jaar de prestaties van het vorige moeten evenaren, laat staan overtreffen? Dat brengt je in een constante staat van zelfcompetitie, wat nergens op slaat want eenmaal volwassen komt vroeg of laat toch het moment dat je niet meer kunt ontkennen dat je aan het aftakelen bent.

Dat was een op zich nuttige gedachte maar hij hielp natuurlijk geen fluit.

En zo sjokte ik door de straten, een thuis mijdend dat niet meer een schuilplek vormde tegen de hardnekkige overtuiging dat ik incompleet was. Een huis dat van een rustpunt was veranderd in een 3D-takenlijst, dat ik zag als iets om af te strepen in plaats van iets om in te verdwijnen om even geen last meer te hebben van de wereld, laat staan van mezelf.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.