Foto Katrijn van Giel

Interview

Timmermans: ‘Kernenergie? Niet duurzaam en bovendien hartstikke duur’

Interview | Frans Timmermans Zijn ‘Green Deal’ moet Europa in 2050 klimaatneutraal maken. „Een gigantische opgave”, maar noodzaak, vindt Europees commissaris Timmermans. En Nederland moet beslist een tandje bijzetten. „Welk land roept hier nu de hele tijd ‘iedereen moet zich aan de afspraken houden’?”

Frans Timmermans twijfelt heel even als hem wordt gevraagd welk land zijn grootste zorgenkind op klimaatgebied is. Nee, Polen niet, dat land is volgens hem gewend om hervormingen door te voeren. „Laat ik het zo formuleren: als we Duitsland meekrijgen, dan hebben we al een hoop gewonnen.”

Duitsland? Het land dat met zijn Energiewende lange tijd vooropliep in Europa? „Duitsland moet nu echt uit z’n comfortzone komen. De noodzakelijke veranderingen in de autoindustrie zullen grote effecten hebben op de hele economische structuur. Het land wordt door de klimaatproblematiek voor het eerst in een generatie geconfronteerd met fundamentele veranderingen. En dat is denk ik nog ingrijpender dan de Duitse hereniging was.”

Die ingrijpende transformatie realiseren is nu de dagelijkse taak van Eurocommissaris Timmermans. De 58-jarige sociaal-democraat kwam afgelopen maand met de ‘Green Deal’ die in 2050 tot een klimaatneutraal Europa moet leiden. „Alleen op die manier kunnen we nog voorkomen dat de aarde met meer dan 1,5 graad opwarmt. Ja, mijn bezorgdheid is de afgelopen maanden zeker gegroeid. Hoe meer je er over weet, hoe groter je zorgen worden.”

Veel politici delen zijn bezorgdheid, maar dat wil niet zeggen dat er geen verzet is tegen de klimaatvoorstellen die nu in Brussel worden uitgewerkt. Van kilometerheffing tot massale isolatie van huizen. Van bomenaanplant tot sluiting van kolencentrales. Nogal wat lidstaten aarzelen en willen eerst garanties, in de vorm van compensatiefondsen. Timmermans: „Voor sommige landen wordt het een gigantische opgave. Die gaan het alleen redden als landen waarvoor het makkelijker is wat extra bijdragen.”

Volgende week presenteert de Europese Commissie de contouren van een compensatiefonds. Via dit Just Transition Mechanism kunnen landen of sectoren een „extra steuntje in de rug” krijgen. Tegelijk benadrukt Timmermans dat het geld vooral uit andere bronnen zal moeten komen. „Deze transitie kost 260 tot 300 miljard euro per jaar. Als je denkt dat dit allemaal via Europese fondsen geregeld kan worden: vergeet het maar. Een groot deel zal door nationale overheden en de markt worden gedaan. En veel zal tot stand komen door veranderend consumentengedrag.”

Nogal wat politici vrezen dat Europa zichzelf mondiaal op achterstand zet.

„Als je ervoor kan kiezen je wel of niet aan te passen, loop je als Europa een risico. Maar als je de wetenschap volgt, weet je: wat er ook gebeurt, we zullen hier iets aan moeten doen. En dan is de businesscase interssanter voor degene die dit het snelste doet. Bij het doorvoeren van de interne markt in de jaren tachtig werd ook gezegd: Europa prijst zich uit de markt. De realiteit was dat de rest van de wereld op die Europese markt actief wilde zijn en zich dus conformeerde aan de hoge Europese normen. Dat werden vervolgens mondiale normen. Die Europese markt is nog steeds geweldig interessant voor de rest van de wereld.”

Wat wordt de definitieve doelstelling voor 2030 als het om reductie van broeikasgassen gaat? Het was 40 procent voor de Europese Unie, maar u wilt in de richting van 55 procent ten opzichte van 1990.

„We kijken nu wat het feitelijk betekent als je op 50 of 55 procent reductie wilt uitkomen. Dan zien we hoe groot de uitdaging wordt. Zoals de wetenschappelijke kennis zich nu ontwikkelt, lijkt een hogere doelstelling voor de hand te liggen. Maar dan kom je natuurlijk ook met de politieke realiteit in aanraking. In de zomer komen we met de doelstelling.”

Is dat op tijd om de neuzen één kant op te krijgen voor de volgende VN-klimaatconferentie, in Glasgow in december?

„Dat gaan we zien. De enige belofte die ik kan doen is dat de Europese Commissie op tijd klaar is, zodat de lidstaten vóór Glasgow een positie kunnen innemen. De urgentie van die top is heel groot, daar kunnen we ons geen flop veroorloven. En als we van Glasgow een succes willen maken, moet de Europese Unie met één duidelijke positie komen.”

Een groot twistpunt binnen Europa is de rol van kernenergie. Bent u voor méér kerncentrales?

„Ik heb ideologisch niets voor én niets tegen kernenergie. Het is een energievorm die niet tot emissies leidt en emissies zijn het grote probleem. Maar het is natuurlijk niet duurzaam. Je hebt er brandstof voor nodig én je hebt vervolgens ook nog afval dat generaties lang voor problemen zorgt. Bovendien is het hartstikke duur. Laten we het ontdoen van de morele component en er heel zakelijk naar kijken. Gelet op de prijsdaling van duurzame energiebronnen als wind en zon, vind ik de businesscase voor kernenergie gewoon niet sterk. Ik hoop dat de voorstanders van kernenergie er even weinig ideologisch en even zakelijk naar kijken als ik nu doe.”

Nederland richt zich vooral op stroom uit wind en zon. Maar dat kost tijd. De Europese eis van 14 procent duurzame energie in 2020 gaan we zonder kunstgrepen niet halen. Is dat een probleem?

„Dat betekent dat er een tandje bij moet. Ik heb ook tegen minister Wiebes [Economische Zaken en Klimaat, VVD] gezegd: de Europese Commissie wil graag helpen om het toch te bereiken. Bijvoorbeeld door behulpzaam te zijn bij investeringen. Maar we zullen geen oogje dichtknijpen op dit punt. We moeten er wel voor zorgen dat we onze doelstellingen waarmaken. Zeker landen met zo’n duidelijke politieke ambitie als Nederland. Want vergis je niet: ik ben heel blij dat dit kabinet ambitie heeft, maar dan moeten ze ook laten zien dat ze echt wat willen doen. Er is ook veel maatschappelijk draagvlak om dit mogelijk te maken.”

Wiebes kijkt naar de mogelijkheid om groene stroom uit het buitenland over te nemen. Adoptie van buitenlandse windparken is in elk geval niet aan de orde schreef hij dit najaar aan de Kamer.

„Het moet uit de lengte of uit de breedte komen. Welk land roept hier nu de hele tijd ‘iedereen moet zich aan de afspraken houden’? Nederland is altijd heel goed in anderen aan hun afspraken houden, dan moet je dat zelf ook doen.”

Wat kunt u doen?

„Zoals gezegd, we kunnen helpen. We kunnen ook straffen, we kunnen een ingebrekestelling starten. Ik denk dat de Europese Commissie op dat vlak wel een verantwoordelijkheid heeft; ook naar andere lidstaten. We zullen jullie aan de afspraak houden.”

In het verleden bleek de Commissie weinig effectief in handhaving van milieu- en klimaatbeleid.

„Niet altijd, nee, maar we hebben als Commissie ook uitgesproken strenger te worden, preciezer te gaan worden. Ik zal ervoor zorgen dat we op dit punt streng blijven. Zoals Nederland dat zelf ook graag wil.”

In Nederland bestaat, ook binnen de regeringscoalitie, nog wel eens het idee dat op klimaatgebied al veel gebeurt en dat we niet te ver voor de troepen uit moeten lopen.

„Wanneer zal Nederland zich nou eindelijk eens van de illusie bevrijden dat wij het allemaal zoveel beter doen dan andere landen? Vergelijk bijvoorbeeld de cijfers van duurzame energie van Nederland met die van andere landen, dan doet Nederland het helemaal niet zo goed. Er is heel veel waar Nederlanders anderen op kunnen wijzen dat ze goed doen. Maar ze hebben af en toe ook een niet heel realistische kijk op wat ze niet goed doen. En ik vind: dat moeten ze ook durven onderkennen.”

In het Europees Parlement oogstte Timmermans onlangs kritiek van het CDA nadat hij zijn teleurstelling had uitgesproken over boeren die protesteren en vooral aan het oude systeem willen vasthouden. De kritiek verbaasde hem, zegt hij. „Mijn punt is juist: als wij de Green Deal willen laten slagen en wij mensen gezonde voeding willen bieden op lange termijn, in harmonie met de natuur, dan hebben we de boeren morgen nog meer nodig. Niet minder! Alleen, ze moeten dan wel anders boeren. Minder massaproductie, minder pesticiden. We moeten die transformatie interessant maken voor de boeren. Dat is toch beter dan blijven zitten op wat je hebt, in de hoop dat je dat nog wat langer vol kan houden?”

Lees ook: Staat in 2020 de stoep in Brussel vol met tractors?

De boeren in Nederland zeggen: we doen al decennia precies wat van ons wordt gevraagd, springen door alle hoepels en houden ons aan steeds meer regeltjes. En het is nooit genoeg.

„Dat raakt de kern, en de kern is: transformatievrees. Die is niet onrealistisch. Voor niemand is gezegd dat hij of zij hier succesvol of onsuccesvol uitkomt. Wat kun je daar als politiek aan doen? Samen met de boeren kijken: welke plek heb jij in de duurzame toekomst? Of samen kijken: hoe kun je eruit zonder dat je aan de bedelstaf geraakt? Ik heb de indruk dat dit ook het signaal is dat de boeren in Nederland afgeven. Help ons aan een betere, duurzame toekomst. Of help ons aan iets anders. En ik vind dat geen onterechte vraag.”

Veel boeren ontkennen deel van het probleem te zijn, bijvoorbeeld door het RIVM onder druk te zetten.

„Ja, maar ik vind dat menselijkerwijs een logische reactie op het gevoel niet serieus genomen te worden of geen perspectief te hebben. Bovendien: dit zou niet van de rechter hebben moeten komen, zoals nu rond de stikstofproblematiek in Nederland gebeurt. De overheid heeft een taak om aan de Nederlandse burgers uit te leggen wat de consequenties zijn van Europese wet- en regelgeving.”

U was Spitzenkandidat van de sociaal-democraten en bent nog steeds de Europees leider van die fractie. Belemmert dat uw positie als klimaatcommissaris niet?

„Ik zie daar geen problemen. Dit is binnenkort geen links-rechtsonderwerp meer. De discussie zal niet meer zijn: er is wel of geen klimaatcrisis. De discussie zal zijn: hoe gaan we die crisis aanpakken en hoe gaan we de beschikbare middelen herverdelen?

„Dit project kan vooral mislukken als mensen in de middenklasse het gevoel krijgen dat zij alleen betalen en er niet van profiteren. Dat is voor ons sociaal-democraten een existentieel onderwerp. En met alle waardering die ik voor de Groenen heb, als ik kijk naar de coalities die ze nu aangaan in Oostenrijk en in sommige deelstaten in Duitsland: het is wel groen, maar het is niet zo sociaal. En daar denk ik dat wij een bijdrage kunnen leveren. Ook in Nederland. Ik ben zoals u weet een voorstander van een zo nauw mogelijke samenwerking tussen GroenLinks en de PvdA.”