Opinie

Hoelang blijft Australië dweilen terwijl het de kraan opendraait?

Bosbranden

Commentaar

‘Alsjeblieft, niet vandaag”, zei Gladys Berejiklian, premier van de Australische deelstaat New South Wales, in november op een persconferentie. Dit was niet het moment om te praten over de relatie tussen de opwarming van de aarde en de bosbranden die in de omgeving van Sydney een ‘catastrofale’ omvang hadden aangenomen. Misschien heeft ze gelijk. Als je huis in brand staat, wil je redden wat er nog te redden valt. Pas daarna is er gelegenheid voor bezinning.

Maar dat is nou net het probleem in Australië. Het politieke debat over klimaatverandering komt en gaat met de bosbranden. Dat die de afgelopen jaren in omvang, duur en heftigheid toenemen, lijkt weinig uit te maken. En dat wetenschappers al jaren met toenemende urgentie waarschuwen dat de kans op bosbranden groeit en de kracht van het vuur in het toch al kurkdroge Australië groter wordt, al evenmin.

Natuurlijk bestaan er nog onzekerheden. Maar de wetenschap is duidelijk: de relatieve vochtigheid daalt als het warmer wordt (het continent is in een eeuw gemiddeld met één graad opgewarmd) en het groeiseizoen duurt langer, waardoor het bos meer ‘brandstof’ bevat.

Toch weigert de conservatief-liberale regering van premier Scott Morrison, die veel hele en halve klimaatsceptici telt, het verband te leggen. Volgens vicepremier Michael McCormack heeft Australië altijd bosbranden gekend. Zorgen over klimaatverandering noemt hij fratsen van „razende linkse stedelingen”. Oud-premier Tony Abbott, een partijgenoot van Morrison, denkt dat de zwakte van de westerse wereld „wordt versterkt door nieuwe religies zoals de klimaatcultus”. Morrison zelf kwam in 2017, als minister van Financiën, naar het parlement met een stevige brok steenkool. Zijn boodschap: dit is geen eng spul, hierop drijft de Australische economie.

Het gevolg is dat Australië amper serieus klimaatbeleid kent – ook al beweert Morrison graag iets anders. De klimaatdoelen (een reductie van broeikasgassen met ruim een kwart in 2030 ten opzichte van 2005) stellen weinig voor. En dat weinige wil Morrison ook nog eens afkopen met waardeloze emissiecertificaten – iets waar de internationale gemeenschap op de klimaattop in Madrid in december voorlopig gelukkig een stokje voor heeft gestoken. Tegelijkertijd staat de regering op het punt om een vergunning te geven voor een van de grootste kolenmijnen ter wereld.

Het is te gemakkelijk om alleen politici de schuld te geven. Volgens het Lowy Institute maakt 60 procent van de Australiërs zich zorgen over klimaat. Ze achten ingrijpende maatregelen nodig, ook als die geld kosten. Maar bij de parlementsverkiezingen in mei vorig jaar, net na de warmste zomer sinds het begin van de metingen, wisten kiezers heel goed op wie ze stemden. Toen het erop aankwam, gaf de economie de doorslag en kozen ze opnieuw voor Morrison, die had gewaarschuwd dat het klimaatbeleid van de linkse oppositie 167.000 banen zou kosten en 162 miljard euro.

Stevig klimaatbeleid zal bosbranden niet meteen voorkomen. Maar hoelang blijft Australië dweilen terwijl ze de kraan verder opendraaien? Waarschijnlijk nog een hele tijd. Ook al komt er ook voor Australiërs een moment dat de kosten van klimaatverandering hoger worden dan de baten van een laks klimaatbeleid.

Tegen die tijd is Vanuatu misschien wel onder de zeespiegel verdwenen. Nu schenkt dit straatarme eilandstaatje zijn grote buur ruim 150.000 euro, ten bate van slachtoffers van de bosbranden. Een mooi gebaar, maar het zou Australië met schaamte moeten vervullen.