Grootste stijging consumentenprijzen sinds 2002

Vooral eten en drinken werden in 2019 duurder. Thuiszorg en mobiele telefonie werden juist goedkoper.
Het interieur van een Lidl.
Het interieur van een Lidl. Foto Sander Koning/ANP

De prijzen van consumentengoederen en -diensten zijn afgelopen jaar met 2,6 procent toegenomen ten opzichte van 2018. Daarmee lag de inflatie in Nederland op het hoogste niveau sinds 2002. Ook in vergelijking met de andere landen in de eurozone stegen de prijzen sterk. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag op basis van nieuwe cijfers. Voornamelijk is de stijging veroorzaakt door de verhoging van het btw-tarief van 6 naar 9 procent, begin 2019.

Volgens het CBS is de stijging vooral het gevolg van de toename van de prijzen van eten en drinken, die 10 procent van alle zogenoemde consumptieve bestedingen opmaken. In 2019 nam de prijs van voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken in de supermarkt gemiddeld 4 procent toe ten opzichte van een jaar eerder. Ook de prijzen in restaurants, cafés en bedrijfskantines namen vorig jaar met 4,6 procent toe.

Eveneens op de energiemarkt stegen de prijzen als gevolg van hogere leveringstarieven en heffingen op gas en elektriciteit. Zo nam de energieprijs in 2019 met 15,7 procent toe en werd gas gemiddeld 10,6 procent duurder. Voor de thuiszorg, mobiele telefonie, audio- en videoapparatuur en muziekinstrumenten is sprake van een tegengestelde ontwikkeling: hier zakten de prijzen juist. In de thuiszorg is met 31 procent de grootste daling waar te nemen.

De vorige inflatiepiek, in 2002, werd evenzeer veroorzaakt door een verhoging van het btw-tarief. Toen werd de btw-belasting op luxegoederen verhoogd van 17,5 procent naar 19 procent. Ook de energiebelasting werd in dat jaar significant verhoogd.

Vergeleken met andere eurolanden was de prijsstijging van consumentengoederen en -diensten in Nederland vorig jaar relatief hoog. Alleen in Slowakije namen de prijzen afgelopen jaar sterker toe. Gemiddeld was in 2019 een prijsstijging in de eurozone waar te nemen van 1,2 procent.

Consumentenprijzen in de eurozone worden vergeleken met de Europees geharmoniseerde prijsindex (HICP). De HICP houdt geen rekening met woonkosten, waardoor er een klein verschil bestaat met de Consumentenprijsindex (CPI) waaruit de andere cijfers in dit artikel voortvloeien.