Recensie

Recensie

De hybride Subaru is een grenzeloos capabel sieraad der beschaving

Autotest De Forester e-Boxer is een even klunzig vormgegeven als intelligent en nuttig voertuig vindt .
De Subaru Forester e-Boxer
De Subaru Forester e-Boxer Foto Merlijn Doomernik

Eindelijk heeft het weerbarstige Subaru een hybride, de Forester e-Boxer. Een vurige bekering werd het niet. Aan de bekende viercilinder boxer is een minuscuul elektromotortje gekoppeld, dat met nauwelijks waarneembare hand-en-spandiensten het verbruik met 10 procent moet terugdringen naar een niet-overrompelende 1 op 15.

Op zijn fiscale status heeft Subaru’s inhaalslag helaas een contraproductief effect. De staat rekent hem sinds nieuwjaarsdag onwrikbaar af op een anachronistisch E-milieulabel. Had ik hem vorig jaar besproken, dan had u hem bij gebleken belangstelling voor drie mille minder kunnen aanschaffen. Toch ga ik de vermeende smeerpijp schoonwassen. Dit wordt een ongemakkelijk verzoeningsverhaal in de post-kerstsfeer.

In de media werd de Forester als suv geframed. Dat lijkt me onjuist, al is hij er met zijn hoog opgetaste buikvet iets meer op gaan lijken. Sinds 1997 is dit een vierwielaangedreven mpv-achtige met behoorlijke terreinkwaliteiten. Zoals alle Subaru’s is hij enig in zijn soort. Je moet hem zien als een opgehoogde stationcar met de ziel van een padvinder. De Randstad is ver weg in deze Forester. Een trekgewicht van 1.870 kilo is in Subaru-stijl geoormerkt voor rurale ballast als een paardentrailer of een caravan. Aantrekkelijker nog is zijn totale onverschilligheid voor esthetica en marktconforme prestaties. De motor heeft geen turbo en de automaat is van het traploze DAF-type – duf maar deugdelijk. Hij is niet langzaam en niet snel, bezadigd stipt. Toerenteller en snelheidsmeter zijn weldadig analoog en van de modernistische beeldschermen hoef je je als Subaru-digibeet niks aan te trekken. Hij is zo walgelijk sympathiek en anticyclisch onsportief dat ik haast smolt van genegenheid. Dit is een even klunzig vormgegeven als intelligent en núttig voertuig. Daarom ga ik hem, om ongewenste associaties met zinledig opgehoogde Skoda’s en Hyundais weg te nemen, een nieuwe naam geven.

Aandachthonger

Ik doop hem ENA, Extreem Normale Auto. Het adjectief beklemtoont zijn uitzonderlijke nuchterheid. Het nieuwe normaal is in de autosector immers abnormaal en abnormaal een synoniem van design, het paraplubegrip voor alle modevormen die logica en ruimte uitverkopen aan de aandachthonger van een suv-verslaafde boomergeneratie.

De Forester herstelt het functionele rij- en zitgemak dat vroeger zo gewoon was. Hij heeft een achterbank waarop je vet kunt loungen zonder je hoofd te stoten aan een aflopend designdak of je knieën klem te zetten tussen de voorstoel en je zitting. Er zitten grote, hoge ruiten in waar je van voor naar achter echt doorheen kunt kijken, terwijl de designers van de concurrentie er een ziekelijk genoegen aan beleven om je uitzicht te belemmeren met onverantwoord brede raam- en C-stijlen. De Forester-bestuurder kan zonder camera’s of dodehoekverklikkers, al zitten ze erop, zelfstandig fietsers, voetgangers en overige medeweggebruikers waarnemen. Op de achteruitrijcamera die bij andere auto’s bij regen of sneeuw altijd vuil en dus onbruikbaar wordt, zit een sproeier. De dorpels onder de achterdeuren zijn verbreed ten bate van de recreant die op zijn gemak een dakkoffer wil monteren. Het is geen hightech, maar het maakt het leven zoveel prettiger. Dat geldt onverkort voor wat er wel modern is aan de Forester, zoals de Reverse Automatic die ook in de achteruitversnelling tot rem-ingrepen overgaat bij een dreigende clash met de boze buitenwereld.

Correct, de duurste versie is niet helemaal ontkomen aan de touchscreen-Welle. Het leren interieur is een beetje premium, terwijl Subaru nooit de neiging had het Hilton uit te hangen. Er lopen wat chroomlijntjes en er groeit leer tot op het dashboard. Toch is de Forester liever beschermheer dan verleider. Subaru’s eigen EyeSight-systeem houdt via een stereocamera achter de voorruit de wegen in de gaten. Een verstopt boos oog, dat via gezichtsherkenning ook de elektrisch verstelbare stoelen automatisch in jouw favoriete stand zet, scant of je bij de les blijft en berispt via het boordcomputerdisplay voor jouw bestwil streng signalen van onachtzaamheid: ‘Kijk naar de weg!’, ‘blijf alert!’ Of, zodra er iemand naast je rijdt: ‘Controleer de weg op andere voertuigen’. En inderdaad, daar rijdt dan altijd echt een voertuig, zij het dat je dat reeds had gezien. Wat ik helaas ook zie, is een verbruik van bijna 1 op 12. Wanhopig liefdevol zeg ik: ‘Maar het is toch minder erg dan het was!’ Dit is het riante familiehuis dat boze middelbare mannen doet verlangen naar een tweede leg, een echt gemeenschapsleven; een grenzeloos capabel sieraad der beschaving.