Noise-cancelling reduceert de ander tot ruis

Stilte Heerlijk stil, met zo’n nieuwe koptelefoon met ruisonderdrukking. Maar hij sluit je ook op in je eigen wereld.

Foto Thomas Nondh Jansen

Na het bestellen van een cappuccino op het station vraag ik me ineens iets af. Heb ik mijn draadloze oortjes nou net ingehouden toen ik de medewerkster aansprak? Heb ik vriendelijk geknikt zonder dat ik hoorde of ze ‘fijne dag verder’ of ‘val dood met je AirPods’ zei? Ja dus. Maar ik heb wel mooi weer een extra half minuutje podcast meegepakt.

Later, op kantoor, vol in de focusmodus met m’n nieuwe noise-cancelling koptelefoon op. Een collega spreekt me aan, gewoon voor een vraag. Hoeveel duidelijker wil je het hebben dat ik even met rust gelaten wil worden? Ik zeg het niet hardop maar reageer kortaf, bits. Niet oké, eigenlijk.

Al een tijd ben ik bijna vergroeid met mijn draadloze AirPods en sinds kort ben ik ook aan de automatische ruisonderdrukking. De techniek dempt geluiden van buiten, creëert met behulp van ‘antigeluid’ actief stilte. Eerst was de nieuwe koptelefoon een opluchting. De ochtendspits werd draaglijker, de flexplek rustiger. Maar ik merk ook dat het me ook op andere manieren verandert. En niet per se positief.

In het moderne leven hoefde je ook vóór de doorbraak van ruisonderdrukking en draadloze oordopjes nog maar weinig te maken te hebben met vreemde mensen. Verdwalen is allang weggeïnnoveerd, net als de toevallige ontmoetingen. Mensen brengen sowieso al veel tijd door in door algoritmes op maat gemaakte sociale omgevingen. Maar noise-cancelling zorgt ervoor dat het totaal buitensluiten van het geluid van andere mensen nog makkelijker is geworden.

Klinkt heerlijk, ís soms ook heerlijk, maar het is wel de vraag wat het betekent als we het massaal gaan doen. Sluiten we onszelf niet steeds verder op in ondoordringbare audiobubbels, reduceren we niet elk geluid van de ander tot ruis die onderdrukt moet worden?

De tech-hype verplaatst zich snel van het scherm naar het oor. Noise-cancelling is een groeimarkt, de techniek wordt snel beter en goedkoper, past in steeds kleinere koptelefoons en oortjes. Apples nieuwste AirPods Pro hebben ingebouwde ruisonderdrukking, net als Amazons Echo Buds. Bose en Sony zijn verwikkeld in een wedloop voor steeds betere en goedkopere geluidswerende koptelefoons.

De zorgen over de gevolgen van de hype voor het sociale leven klinken sinds kort steeds luider. „Wat voor de één klinkt als herrie, klinkt voor de ander als gemeenschap, veiligheid, thuis. Of als een feestje”, mijmerden schrijvers Nina Polak en Zeno Siemens-Brega laatst in een stuk over de oortjeshype in De Correspondent. Zorgt het totale afsluiten van geluiden er niet voor dat vreemde tonen juist irritanter worden als je ze dan een keer hoort? Maakt noise-cancelling mensen prikkelbaarder voor geluiden van buiten en uiteindelijk asocialer?

Bij de opkomst van nieuwe technologieën is de nostalgie naar het romantische, gezellige, échte leven van vóór die technologie werd uitgevonden, nooit ver weg.

Steeds drukker, steeds hectischer

Het klinkt misschien een beetje als voorspelbaar gepruttel over nieuwe gadgets en die onbeschofte jeugd van tegenwoordig. Terwijl mensen al sinds mensenheugenis de stilte opzoeken, we hebben daar blijkbaar behoefte aan. En vind je het gek, met steeds drukker openbaar vervoer, steeds meer stress en een hectischer kantooromgeving. „Lawaai is een marteling voor intellectuele mensen, het is de meest indringende manier van onderbreking”, schreef de 19de-eeuwse Duitse filosoof Arthur Schopenhauer al. „Het is niet zomaar een onderbreking, het is een onderbreking van je gedachten.” Daar had Schopenhauer een punt, weet iedereen die wel eens op een flexplek zit.

Kritiek op nieuwe koptelefoons is bovendien van alle tijden. Kranten schreven bij de opkomst van de walkman opvallend dezelfde dingen als nu met ruisonderdrukking. „Sommigen zien de koptelefoonbeweging als sociaal vervreemdend en destructief voor relaties”, schreef The New York Times in 1981. De krant interviewde een vrouw die op een parkbankje naast haar man met een walkman op zijn hoofd zat. „Hij is totaal van de wereld”, zei ze. „Hij heeft niet eens door dat we over hem zitten te praten.” Ook zonder noise-cancelling was dat blijkbaar al een probleem.

Toch lijkt er wel iets wezenlijk anders te zijn aan noise-cancelling dan aan eerdere technologische ontwikkelingen in en om het oor.

De hele belofte van de techniek is het totaal buitensluiten van de wereld, het volledig maskeren van alle geluiden van anderen. Het is ook niet zo dat onder een noise-cancelling koptelefoon uitsluitend stilte te horen is. Internetdiensten en streamingapps vullen die stilte met liefde weer op: van Spotify tot podcasts en audioboeken. En anders dan een cassette in een walkman, krijg je het internet nooit uit. Het is een onuitputtelijke bron.

De oortjes- en noise-cancelling-hypes zijn ideaal voor tech- en mediabedrijven, die er massaal op inspringen. Als jij opgesloten zit in je eigen stille geluidsbubbel, hebben zij altijd nog wel wat leuke, nieuwe, gepersonaliseerde audiocontent voor je. Audio-assistenten zoals Siri, Google Assistant en Alexa zijn in opmars, al werken ze nu nog niet altijd naar behoren. De stem – die steeds beter werkt als bediening van oortjes, speakers en digitale assistenten – wordt een waardevolle databron. Oogbollen werden de laatste jaren al effectief getarget via het scherm, nu zijn het oor en de stem aan de beurt. Een op maat gemaakte audiobubbel is een lucratief verdienmodel. Je vraagt aan je nieuwe Amazon-oortjes wat je voor Kerst moet kopen, en krijgt een mooie persoonlijke aanbieding. Stel een vraag voorafgegaan door ‘Hey Google’, en je krijgt een pasklaar antwoord toegediend. Gebruikers krijgen daar maar één antwoord op hun vragen in plaats van een lijst van opties op de smartphone. Als er nu al zorgen zijn over filterbubbels, manipulatie en beïnvloeding – hoe zit het dan met de techmacht in het oor?

Foto Thomas Nondh Jansen

Aan de hand van stemgeluid is steeds beter iemands identiteit vast te stellen, en er is zelfs data uit te oogsten over iemands emotionele gesteldheid. Klink je boos of verdrietig? Handig om te weten om in te schatten op welke advertentie je het best reageert. De Chinese app WeChat vraagt bij aanmelding aan gebruikers om een stukje stemgeluid op te nemen ter verificatie. Wat er precies gebeurt met die honderden miljoenen opgeslagen stemmen, weet niemand. Voor Big Tech zijn het groenere weides: nu de rek uit de smartphone is, richten ze zich op het oor. Het is een potentiële miljardenmarkt.

Een schrikbeeld van de toekomst is te zien in Her. In die film uit 2014 praten mensen tegen oortjes met perfect op hun – seksuele – voorkeuren afgestemde assistenten terwijl ze hun medemensen vrijwel volledig negeren. Dat maakt de hoofdpersoon van de film zo eenzaam dat hij verliefd wordt op zo’n geavanceerde kunstmatige assistent, helemaal aangepast aan zijn smaak, een supercharmante Siri 2.0. De virtuele assistent is in die dystopische toekomst de enige die nog echt naar hem luistert en hem begrijpt. Mensen leven in die film volledig geïsoleerd van elkaar, ze praten bijna alleen nog met computers. Science fiction, maar hoever staat het af van hoe mensen nu al met technologie omgaan?

‘Pretty please’

Spraakassistenten zorgen nu al voor andere interacties tussen mensen, bleek in 2018 uit een Brits onderzoek. Onderzoeksbureau Childwise constateerde dat kinderen onbeleefder werden als ze Alexa, Siri of Google Assistant in huis hadden. Ze gaven de assistenten korte commando’s, zonder alsjeblieft of dankjewel te zeggen, en dat gedrag kopieerden ze tegen mensen. Onderzoeksleider Simon Leggett vroeg zich bij de publicatie af: „Zullen kinderen gewend raken om alles maar te kunnen zeggen en doen tegen digitale assistenten? ‘Doe dit, doe dat.’ Leert het ze dat ze agressief en onbeschoft kunnen zijn zonder dat dat gevolgen heeft?”

Als reactie voegde Google de functie ‘Pretty please’ toe, om kinderen met twee woorden tegen de assistenten te leren praten.

Hoe meer mensen zich opsluiten in audiobubbels, hoe sneller de ontwikkelingen in digitale assistenten zal gaan. En de omgang van mensen met nieuwe gadgets blijkt wel vaker een hellend vlak. Het doet denken aan dat andere onlinefenomeen dat ooit nieuw en raar was: de selfie. Dat vond ik eerst ook een belachelijk egocentrisch en narcistisch fenomeen - totdat ik ze zelf ook ging nemen.

Lees ook: Hebben smartphones een generatie verwoest? Nou nee

Ik schamperde tot voor kort zelf over mensen die met hun oortjes in zwijgend naast elkaar zaten, die hun koptelefoons ophielden tijdens een gesprek, of bedienend personeel aanspraken terwijl ze – superasociaal – hun koptelefoon nog op hadden. Juist ja.

Noise-cancelling en audiobediening staat vlak voor de grote doorbraak. Willen we er wel een extra microfoon van techbedrijven bij? Is nog meer afscherming, nog meer isolatie in op maat gemaakte bubbels echt wat nu nodig is? Als de omgeving zo stressvol, lawaaiig en druk is geworden dat we die met steeds geavanceerder technologie willen ontvluchten: is het dan niet eens tijd om die omgeving wat fijner te proberen te maken? Als je iemand niet hoort, kun je ook niet naar hem luisteren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.