Opinie

En wat na het einde van de geschiedenis?

Luuk van Middelaar

In sommige hoofden stonden we even aan de vooravond van de Derde Wereldoorlog, maar toen liep het, in een ander cliché, alweer met een sisser af. De moord op generaal Qassem Soleimani vormt zonder meer een grote gebeurtenis in alle vijandigheden tussen de VS en Iran sinds 1979, met nog onvoorspelbare gevolgen. Maar er werd wel erg rap geredeneerd. De Duitse pers vergeleek de liquidatie per drone in Bagdad gretig met het op 28 juni 1914 in Sarajevo geloste fatale pistoolschot op de Oostenrijkse troonopvolger, dat tot de Eerste Wereldoorlog leidde. Een ‘Sarajevo-effect’, zou het?

Deze overspannen reactie kun je wijten aan de moderne mediadynamiek van snelle duiding en 24-uursnieuws. En uiteraard is het Midden-Oosten een heksenketel, wat in combinatie met de impulsieve Amerikaanse president verrassingen oplevert. Maar onder de mateloze lezing van de Soleimani-aanslag zit ook diepere onzekerheid over onze positionering in de tijd. We weten sinds enkele jaren niet meer in welk tijdperk we leven, naar welke toekomst we op weg zijn. Voor ons vooral veel mist. En zo kan één gebeurtenis ons tijdskompas al ontwrichten, ligt de Apocalyps steeds om de hoek.

Een remedie tegen deze collectieve kortademigheid vraagt om een ruimere blik in de tijd, een geloofwaardig pad naar de toekomst. Dat begint met een afscheid van de comfortabele plek die we er sinds 1989 innamen: het ‘einde van de geschiedenis’ (Fukuyama). Oftewel het idee dat wij in West-Europa en Amerika het historisch eindpunt hadden bereikt en de rest van de wereld – Oost-Europa, Afrika, Azië – ons vanzelf in welvaart en vrijheid zou willen volgen.

Eén decennium, misschien één generatie konden we van deze temporele behuizing genieten. Maar deze ligt inmiddels al een poos onder de sloophamer, van krachten als een zelfbewust en autocratisch China, de opkomst van sterke mannen buiten en binnen Europa, het jihadisme, en Trump in het Witte Huis. We snappen het nu: het einde van de geschiedenis is voorbij. Maar wat komt na dat einde? Dat weten we niet; zeker in West-Europa niet.

Dus valt het gematigde politici zwaar om in de nieuwe, hardere wereld maatschappelijke krachten voor verandering te mobiliseren. Dat lukt momenteel alleen inzake klimaat – niet toevallig een onderwerp dat wel beschikt over een scherp toekomstbeeld en een eigen, geologische tijdsdimensie.

Onze worsteling met toekomstprojectie laat haar sporen ook na in de populaire cultuur. Bestsellerauteur Robert Harris – bekend van Fatherland en zijn Cicero-trilogie – kwam vorig najaar met The Second Sleep, een intelligente post-apocalyptische thriller. Het verhaal speelt in de Middeleeuwen, zo denk je als lezer bij aanvang, een wereld zonder elektriciteit of medicijnen, met priesters en ketters, wreedheid en een enkel weefgetrouw.

Maar algauw blijken we ons in de toekomst te bevinden, acht eeuwen na de instorting van de technologische beschaving van ‘de Ouden’ – wij dus – in omgerekend 2025. Tegen het kerkelijk verbod in onderzoeken de hoofdpersonen deze Apocalyps, wellicht geen straf van God maar mensenwerk – computerstoringen, voedselschaarste, burgeroorlogen?

Harris’ boektitel verwijst naar de eens gangbare praktijk van ’s nachts een poosje wakker zijn alvorens terug in bed te gaan, tussen eerste en ‘tweede’ slaap. Een sterk beeld, dat ons huidige, verlichte tijdperk van wetenschap, comfort en vrijheid plaatst tussen uitgestrekte Dark Ages achter en voor ons. Een effectief pleidooi om onze eigen tijd toch wat op te rekken.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.