Recensie

Recensie Beeldende kunst

Een unieke mix van Griekse, Romeinse en vooral Perzische stijlen

Archeologie De antieke stad Palmyra is door de oorlog in Syrië ernstig beschadigd. Een voorbeeldige tentoonstelling in Kopenhagen vertelt nu over de geschiedenis en de rijkdommen van de oasestad.

De tentoonstelling inmuseum Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. Foto Anders Sune Berg
De tentoonstelling inmuseum Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. Foto Anders Sune Berg

In 2015 vielen de ruïnes van Palmyra, de beroemde antieke oasestad in de Syrische woestijn, in handen van islamitische opstandelingen. Al snel daarna waren er videofilmpjes in omloop waarop te zien is hoe de in zwarte gewaden gehulde militanten inhakten op de eeuwenoude standbeelden. Op internet circuleerden Amerikaanse luchtfoto’s en heimelijk gemaakte opnames van verwoeste tempels en opgeblazen graftorens.

De Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen wijdt nu een tentoonstelling aan Palmyra die laat zien dat, ondanks de enorme verwoestingen die er zijn aangericht, Palmyra en haar bijzondere geschiedenis niet voorgoed verloren zijn. „Wij willen hier opnieuw dat bijzondere verhaal vertellen”, zegt Anne Marie Nielsen, de samenstelster van The road to Palmyra.

Dat een tentoonstelling over Palmyra juist hier plaatsvindt, is minder vreemd dan het in eerste instantie lijkt. Want dit aan het einde van de negentiende eeuw door de eigenaren van de Carlsberg Brouwerij gestichte museum bezit al sinds het begin een grote collectie voorwerpen uit Palmyra.

Stenen grafportretten

Net als elders in het Westen raakte ook Denemarken in de negentiende eeuw in de ban van het classicisme. Rijke Denen begonnen in die tijd met het aanleggen van verzamelingen van klassieke sculpturen. Zo ook Carl Jacobson, stichter van de Carlsberg brouwerij. Dankzij zijn contacten met Julius Løytved, Deens consul in Aleppo, wist Jacobson tussen 1880 en 1910 een grote hoeveelheid sculpturen uit Palmyra te verwerven. Die verzameling is later uitgebreid met beelden die de Deense archeoloog Harald Ingholt tijdens zijn opgravingen in Syrië tussen 1920 en 1930 heeft verzameld. Sommige van zijn stukken heeft Ingholt op grond van de toen bestaande verdelingsregeling – buitenlandse expedities mochten na afloop van hun opgravingcampagnes een bepaald percentage van de gevonden objecten mee naar huis nemen – verkregen, andere heeft hij ter plekke bij antiekhandelaren gekocht.

Lees ook: Wie gaat Palmyra restaureren?

Zowel Jacobson als Ingholt schaften vooral de voor Palmyra zo karakteristieke stenen grafportretten aan: afbeeldingen van overledenen die waren aangebracht in graven of opgesteld stonden op belangrijke plekken in de stad. De collectie van de Ny Carlsberg telt nu 136 van dergelijke grafportretten. Daarnaast bezit het museum nog een verzameling stucco portretten en tientallen tesserae (vierkante of ronde plaatjes die dienden als toegangsbewijzen voor de vele religieuze plechtigheden die ooit in Palmyra werden gehouden). Dat is buiten Syrië de grootste collectie van dit soort stukken in de wereld.

Het hele verhaal

„Hoewel wij dus veel materiaal in onze collectie hebben – en dat laten we in deze tentoonstelling allemaal zien – is er weinig variatie in het soort objecten”, zegt Anne Marie Nielsen. „Onze grootste opgave was om daarmee toch het hele verhaal van Palmyra te vertellen.”

Daarin zijn de samenstellers goed geslaagd. Zo laten de grafportretten een unieke mix van Griekse, Romeinse en vooral Perzische stijlen zien, wat de neerslag is van Palmyra’s bijzondere positie aan de karavaanroute waarlangs de kostbare goederen uit het Oosten (tot China aan toe) in de richting van Rome werden getransporteerd. De geportretteerden dragen bovendien grote sieraden en luxe gewaden waardoor je in een oogopslag kan zien dat die handel grote welvaart bracht.

Teksten op de grafbeelden vertellen over het belang van de dodencultus in Palmyra. In een van de zalen is te zien hoe de verschillende beelden in een graf waren opgesteld. Grote foto’s tegen de achterwand laten ook de torens zien waarin dergelijke graven zich bevonden. Die foto’s zijn genomen voor 2015, want de meeste daarvan zijn daarna door IS opgeblazen.

Autonomie

Die grafteksten zeggen ook iets over de taal die men gebruikte. De meeste waren in het Grieks of het Palmyreens/Aramees. Ruim de helft was zelfs tweetalig. Opvallend is dat Latijnse teksten vrijwel ontbreken. Dat alles wijst weer op de grote mate van autonomie die Palmyra had binnen het Romeinse rijk.

De tessarae, die in enorme hoeveelheden zijn opgegraven in Palmyra, en waarvan de Ny Carlsberg Glyptotek er 71 bezit, geven een mooi inzicht in de religieuze verscheidenheid die er in Palmyra was. Er worden op deze 71 schijfjes maar liefst 24 verschillende goden afgebeeld.

„Het moeilijkste was nog om op een voor iedereen begrijpelijke manier het ontstaan van de stad midden in de woestijn en haar historische ontwikkeling te laten zien”, zegt Anne Marie Nielsen, zonder dat we daarvoor ellenlange teksten hoefden te gebruiken.”

De grote bak met zand waarop in zwart-wit, als in een soort strip, de geschiedenis van Palmyra wordt geprojecteerd. Foto Anders Sune Berg

Ook dat probleem is voorbeeldig opgelost. Aan het begin van de tentoonstelling staat een grote bak met zand (de woestijn) waarop in zwart-wit, als in een soort strip, de geschiedenis wordt geprojecteerd. Je ziet als het ware de stad uit het zand opkomen en langzaam groeien. Ook de vernietigingen en veranderingen die de stad in de loop der eeuwen onderging, eerst door de Romeinen, later door de Christenen en de Moslims en ten slotte door IS, worden grafisch weergegeven. Je ervaart de ontploffingen en ziet de rookwolken bijna opstijgen.