Bezoekcijfers

Museumkaarthouders in 2019 goed voor ruim negen miljoen museumbezoeken

Ongeveer 1,4 miljoen Museumkaarthouders bezochten in 2019 gemiddeld zes musea. Daarmee zijn ze volgens de organisatie samen goed voor ruim 9 miljoen bezoeken aan Nederlandse musea. Dat waren zo’n driehonderdduizend bezoeken meer dan in 2018. Het aantal Museumkaarthouders is hetzelfde als in 2018. Dat betekent dat de veranderde voorwaarden om de kaart te behouden, geen invloed hebben gehad op het aantal gebruikers.

Dat laat de Museumvereniging deze donderdag weten. Tot vorig jaar werd een abonnement op de Museumkaart stilzwijgend elk jaar met opnieuw een jaar verlengd, tussentijds opzeggen was dan niet mogelijk. Nadat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de vereniging hierop had aangesproken, is dat veranderd. De Museumkaart heeft nu de looptijd van één jaar, daarna wordt de houder gevraagd of die het abonnement wil verlengen.

„Kaarthouders zijn de musea – groot of klein – jaar na jaar trouw. Daaraan heeft het stopzetten van het stilzwijgend verlengen van de kaart niets veranderd”, stelt directeur Mirjam Moll van de Museumvereniging.

Lees ook: Met columns bereik je niks

Volgens de vereniging wordt het gebruik van de kaart „steeds breder”. Met 16 procent is de leeftijdscategorie van 65 jaar en ouder weliswaar nog steeds het sterkst vertegenwoordigd, maar: „Opmerkelijk is dat de Museumkaart bij kinderen ook veel voorkomt – zo’n 7 procent [van de Museumkaarthouders, red.] – zelfs ondanks de gratis toegang die musea vaak bieden aan kinderen tot en met 12 jaar.” Gezinnen met een Museumkaart gaan iets vaker dan gemiddeld naar musea: zo’n zeven keer per jaar.

De Museumkaart (voorheen Museumjaarkaart) bestaat sinds 1981 en geeft gratis toegang tot ruim 400 musea (die per kaartbezoek een vergoeding krijgen). De kaart kost nu 64,90 euro voor volwassenen en 32,45 voor jongeren tot en met achttien jaar.