Schilder George Stubbs voelde mee met een ongelukkig paard

Expositie george stubbs Het Mauritshuis brengt in februari voor het eerst het werk van de fenomenale Engelse paardenschilder George Stubbs naar Nederland.

George Stubbs, Eclipse (1769, olieverf op doek, 64,7 x 78 cm).
George Stubbs, Eclipse (1769, olieverf op doek, 64,7 x 78 cm). Foto Royal Veterinary Collegeca.

Je hoort hem haast snuiven, de steigerende voskleurige hengst die bijna levensgroot vanaf het schilderij op je neerkijkt. Hij oogt verschrikt: zijn neusgaten zijn wijd opengesperd, zijn lippen strak gespannen en zijn glanzende ogen tonen een randje wit. Zijn oren wijzen iets naar elkaar toe en verraden zijn voorname Arabische bloedlijnen. Het is een majestueus en extreem realistisch paard, dat zijn gelijke in de schilderkunst niet kent.

Whistlejacket, rond 1762 geschilderd door George Stubbs, is een van de bekendste kunstwerken van Engeland. In de National Gallery in Londen, waar het paardenportret al jaren in de vaste collectie hangt, hoort het tot de top-10 van publiekslievelingen. Nu is het in bruikleen gegeven aan de MK Gallery in Milton Keynes, ten noordwesten van Londen, voor de eerste grote Stubbs-tentoonstelling in 35 jaar. Vanaf februari komt Whistlejacket, samen met nog een dozijn andere geschilderde paardenportretten en evenzoveel tekeningen, naar het Mauritshuis voor de tentoonstelling George Stubbs – De man, het paard, de obsessie.

George Stubbs, Whistlejacket (ca. 1762, olieverf op doek, 292 x 246,2 cm)
Foto The National Gallery, Londen
George Stubbs, Whistlejacket (ca. 1762, olieverf op doek, 292 x 246,2 cm)
Foto The National Gallery, Londen

„In Groot-Brittannië is Stubbs een fenomeen”, vertelt Mauritshuis-conservator Lea van der Vinde, die de expositie samenstelde. Na Turner, Freud en Bacon is hij de duurste Britse kunstenaar, met een veilingrecord van meer dan 22 miljoen pond. Duurder dus dan Constable, Reynolds en Gainsborough. „Maar in Nederland is hij nog vrij onbekend. Er is in ons land nog nooit een Stubbs-tentoonstelling geweest. Er zitten ook geen schilderijen van hem in Nederlandse collecties.” Veel van de schilderijen die straks naar Den Haag komen, hangen normaal gesproken in voorname Britse landhuizen.

Whistlejacket was een renpaard van een van Stubbs belangrijkste opdrachtgevers: de vooraanstaande politicus Charles Watson-Wentworth, de tweede markies van Rockingham. Hij was geen bijzonder succesvol paard op de renbaan, maar hij was wel een directe afstammeling van de Arabische hengst Godolphin, een van de drie stamvaders van het Engels volbloedras. Dat maakte hem in het paardengekke Engeland van de achttiende eeuw tot een geliefde dekhengst.

Wat het werk zo uniek en tijdloos maakt is niet alleen de grootte, 2,92 meter hoog en 2,42 meter breed, maar vooral dat het paard tegen een lege achtergrond is geschilderd. Dat was tot dan toe nog nooit eerder gedaan. De levade, de pose waarbij het paard zich opricht en op de achterbenen hurkt, zie je vaker bij koninklijke ruiterportretten van bijvoorbeeld Velázquez of Rubens. Maar hier ontbreekt de ruiter. Hier draait alles om de schoonheid van het paard.

„Lang is gedacht dat het werk onaf was, en dat er nog een ruiter op zijn rug moest komen”, zegt Van der Vinde. „Misschien was het oorspronkelijk inderdaad het plan om een ruiterportret te maken, maar dit veranderde tijdens het schilderen. Het is zonder twijfel een voltooid werk. Stubbs gaf de achtergrond kleur en hij schilderde schaduwen rond de hoeven.”

Het verhaal gaat dat Stubbs het werk naar het leven aan het schilderen was in de stallen van de markies en dat Whistlejacket het doek wilde aanvallen omdat hij er een rivaal in zag. Van der Vinde: „De markies zou toen gezegd hebben: als het paard dit herkent, is het een perfect schilderij.”

Stubbs schilderde in totaal twaalf paardenportretten voor de markies van Rockingham, waarvan er vier in Den Haag te zien zullen zijn. Sommige daarvan hebben net zo’n monochrome, haast abstracte achtergrond, waardoor de dieren optimaal tot hun recht komen. Je ziet nerveuze dekhengsten, maar ook luierende fokmerries met doorgezakte ruggen, de een nog drachtig, de ander met een zogend veulen. Het kan niet anders dan dat Stubbs uren in de weilanden heeft gezeten om het gedrag van de paarden te observeren. Op zijn schilderijen zie je hoe de interactie in zo’n kudde is, met merries die bij elkaar buurten, met een voetje op rust staan, of elkaar wegjagen, de oren plat in de nek. Stubbs had oog voor hun sociale gedrag, hij zag hoe paarden op elkaar reageren als ze gevoerd worden. Of hoe neuzen elkaar voorzichtig aftasten.

Dode paarden

Als kind was George Stubbs (1724, Liverpool - 1806, Londen) al mateloos gefascineerd door de anatomie van mens en dier. Hij ging nooit naar een kunstacademie, maar was kortstondig in de leer bij de Liverpoolse kunstenaar Hamlet Winstanley. Vervolgens verhuisde hij naar York, waar hij in het plaatselijke ziekenhuis van een bevriende chirurg les kreeg in menselijke anatomie. Tot Stubbs’ vroegste werken horen diverse etsen van de stadia van een foetus in de baarmoeder.

George Stubbs, tekening voor ‘The Fourth Anatomical Table of the Muscles of the Horse’ (1756-1758, 36,2 x 49,5 cm).
Foto Royal Academy, Londen
George Stubbs, tekening voor ‘The Fourth Anatomical Table of the Muscles of the Horse’ (1756-1758, 36,2 x 49,5 cm).
Foto Royal Academy, Londen

In 1756 begon Stubbs aan een even wonderlijke als ambitieuze onderneming. Op een afgelegen boerderij in Lincolnshire hield hij zich achttien maanden lang bezig met de dissectie van een dozijn dode paarden. Op de tentoonstelling is zijn werkwijze stapje voor stapje te volgen op de anatomische tekeningen die hij van iedere fase maakte. Eerst sneed hij huid en vet weg, vervolgens de spieren, pezen en ingewanden, tot alleen het skelet overbleef. De schetsen publiceerde hij in 1766 in een wetenschappelijke publicatie: The Anatomy of the Horse. Het leverde hem de bijnaam ‘Liverpool Leonardo’ op.

Stubbs was een excentrieke man, die vrij teruggetrokken leefde, weinig at, alleen water dronk en nooit trouwde. Al had hij wel een levensgezel, Mary Spencer, met wie hij samenwoonde en kinderen kreeg. Rond 1759 verhuisde hij naar Londen in de hoop daar meer opdrachtgevers te vinden. Dankzij de bekende portrettist Joshua Reynolds kwam hij in contact met rijke lords en dukes, die maar al te graag hun duurste paarden wilden laten portretteren. De rensport was groot in het achttiende-eeuwse Engeland. Er werd door de Britten ook toen al hevig gegokt. Binnen de kunstmarkt had Stubbs een niche gevonden waarmee goed geld te verdienen was. In 1763 kon hij zich een huis veroorloven in de chique Londense wijk Marylebone, waar hij tot zijn dood woonde.

Stamvader Eclipse

In het Mauritshuis zal straks een parade van prijswinnende paarden voorbijtrekken. Een daarvan is Eclipse (1764-1789), het beroemdste renpaard dat ooit heeft geleefd. Op de schilderijen die Stubbs van hem maakte, oogt hij schraal en klein en kijkt hij steeds wat chagrijnig. Hij had een botte neus en platvoeten, maar zijn longinhoud was fenomenaal en zijn lange benen bleken superefficiënt. Eclipse won alle races waaraan hij meedeed, totdat er in 1770 geen tegenstander meer was die het tegen hem op durfde te nemen. Vanaf dat moment werd hij ingezet als dekhengst.

Het was de tijd waarin het Engels volbloedras net was ontstaan, zo’n vijftig jaar eerder, doordat Arabische hengsten uit het Midden-Oosten gekruist werden met Engelse merries. Stambomen werden belangrijk in de paardensport. En Eclipse was een geliefde stamvader. Tot op de dag van vandaag lopen er wereldwijd volbloeden met Eclipse-bloed op de renbanen – 95 procent van de huidige volbloeden stamt van hem af. Hoe populair hij was, blijkt wel uit het feit dat van zijn hoeven dure inktpotjes zijn gemaakt, waarvan er gek genoeg negen in omloop zijn. Het skelet van Eclipse werd na zijn dood onderdeel van de collectie van het Royal Veterinary College, dat het voor deze gelegenheid uitleent aan het Mauritshuis.

Levensecht

Doordat Stubbs de anatomie van het paard zo goed bestudeerd had, kon hij de dieren realistischer schilderen dan welke tijdgenoot ook. Haarfijn wist hij de edele jukbeenderen en scherpe kaaklijn van een Arabische hengst te treffen. Hij had oog voor de opgezwollen aderen van een paard dat net had gekoerst, hij zag de appeltjes op de billen van een schimmelmerrie.

George Stubbs, tekening voor ‘The Thirteenth Anatomical Table of the Muscles of the Horse’ (47 x 29,2 cm)
Foto Royal Academy, Londen
George Stubbs, tekening voor ‘The Thirteenth Anatomical Table of the Muscles of the Horse’ (47 x 29,2 cm)
Foto Royal Academy, Londen

„Stubbs had echt gevoel voor het karakter van de paarden die hij schilderde”, zegt Van der Vinde. „Hij keek goed naar hun fysieke kenmerken en hun temperament. Daardoor waren die portretten voor de eigenaren van de paarden ook echt herkenbaar.” Ze wijst naar een schilderij van Blank, een hengst die door zijn verzorger nauwelijks in bedwang kan worden gehouden. „Dat was ook echt een vurig paard. Je ziet dat hij op het punt staat om te gaan steigeren.”

Vooral in stilstand, stap en draf zijn de paarden van Stubbs zo levensecht dat ze wel gefotografeerd lijken. Alleen de galop bleef ook voor hem een probleem. De fotografie was nog niet uitgevonden, en het zou nog ruim een eeuw duren voordat Eadweard Muybridge in 1878 als eerste een paard in vliegende galop op foto vastlegde. En dus ogen Stubbs’ rennende paarden nogal stijfjes.

Met mensen had Stubbs duidelijk minder op. Je ziet het aan de jockeys die de paarden berijden, of de stalknechten die ze verzorgen: ze zijn allemaal nogal karikaturaal en flets – als wassen beelden. Zijn sympathie lag altijd bij de paarden. Stubbs had ook oog voor de minder fraaie kanten van de paardensport. Hij zag hoe uitgeput en uitgemergeld veel paarden op de renbaan waren.

Uit een schilderij als Molly Long-Legs with her Jockey uit 1762 spreekt diep medelijden. De bruine merrie, die net een race heeft gewonnen op de renbaan Newmarket, ziet er doodongelukkig uit. Haar rug vertoont witte drukplekken op de plek waar het zadel gekneld heeft, haar staart is gecoupeerd volgens de gangbare mode van die tijd. Met opengesperde mond en treurige, bijna tranende ogen, kijkt ze voor zich uit. En Stubbs zag dat.

„Die glanzende ogen, daaraan herken je Stubbs uit duizenden”, zegt Van der Vinde. „Zijn paarden worden menselijk. Later zie je dat gevoel ook terug in de dierenportretten van bijvoorbeeld Eugène Delacroix. Maar Stubbs was de eerste.”