NRC checkt: ‘Grootste deel van 16.000 Sandd-medewerkers verliest baan’

Dat schreef de NOS op 8 januari. NRC zocht uit of dat klopt.

Een sorteercentrum van postbedrijf Sandd.
Een sorteercentrum van postbedrijf Sandd. Foto Bart Maat/ANP

De aanleiding

Op 1 februari komt er een einde aan de concurrentie op de Nederlandse postmarkt, met de definitieve overname van Sandd door PostNL. De fusie van de postnetwerken heeft grote gevolgen voor Sandd-personeel. PostNL neemt hen niet automatisch over. De NOS schreef woensdag dat „nu al duidelijk is dat minder dan de helft van de ongeveer 16.000 Sandd-medewerkers zeker is van een baan bij PostNL”. De kop van het artikel luidde: ‘Grootste deel van 16.000 Sandd-medewerkers verliest baan’. Die laatste bewering, die we interpreteren als in ieder geval meer dan de helft, checken we.

Waar is het op gebaseerd?

De auteur, NOS-redacteur Thom Opheikens, legt uit dat hij de rekensom dat het grootste deel van de 16.000 medewerkers zijn baan verliest zelf heeft gemaakt. Hij baseerde zich daarbij op gesprekken met betrokken partijen en tientallen reacties van Sandd-medewerkers op een oproep.

En, klopt het?

Bij Sandd werkten 10.400 postbezorgers. Zij hebben allemaal een aanbod gekregen van PostNL, en tot nu toe hebben 6.900 mensen gereageerd. De NOS schrijft dat de Bond van Post Personeel (BVPP) signalen heeft dat „een groot gedeelte van de bezorgers niet op het aanbod ingaat”. Reden is dat de verschillen tussen het werk bij PostNL en Sandd groot zijn. Bij de eerste wordt bijvoorbeeld vijf dagen per week post bezorgd, bij de tweede alleen op dinsdag en vrijdag.

In een reactie op het NOS-bericht schrijft PostNL dat ‘duizenden’ Sandd-postbezorgers wel ja hebben gezegd op het aanbod. Voor de bonden is het ‘nattevingerwerk’ om op dit moment een inschatting te geven van de aantallen die niet ingaan op het aanbod, zegt Etienne Haneveld van de FNV. De BVPP zegt tegenover NRC geen precieze aantallen te weten.

De 4.900 mensen die nog niet hebben gereageerd, hebben daar nog drie weken de tijd voor. De BVPP heeft PostNL verzocht om in de laatste weken actiever contact te zoeken met deze groep. „Onbekend maakt onbemind merken we. Dat is doodzonde”, aldus bestuurder Gerard van Rijn. „Er moeten veel functies ingevuld worden. Als dat niet lukt, komt er juist extra druk op het huidige personeel.”

Al bij de aankondiging van de fusie maakte PostNL bekend geen aanbod te doen aan de 1.800 ondersteunende personeelsleden, zoals vrachtwagenchauffeurs en personeel van het hoofdkantoor van Sandd in Apeldoorn. Zij krijgen wel voorrang als ze solliciteren bij PostNL, bijvoorbeeld op het PostNL-hoofdkantoor in Den Haag. „Maar dat is moeilijk te overbruggen als je in het oosten woont”, zegt FNV’er Haneveld.

Voor zowel het ondersteunend personeel als de postbezorgers die bij PostNL geen baan krijgen, is er een sociale regeling afgesproken met de ondernemingsraad van Sandd. Daarin is begeleiding naar andere banen opgenomen. Volgens PostNL hebben verschillende werkgevers interesse getoond.

Lees ook: De sorteerders van Sandd heeft PostNL niet nodig

In het NOS-artikel wordt ook personeel van franchisenemers die voor Sandd opdrachten uitvoeren meegerekend. Hier werken zo’n 3.450 mensen. PostNL en de franchisers zijn op dit moment niet in gesprek, omdat PostNL met de individuele bedrijven afspraken wil maken en de franchisenemers gezamenlijk willen praten.

Conclusie

Van de 16.000 bij Sandd betrokken mensen is voor het ondersteunend personeel, in totaal 1.800 mensen, zeker te zeggen dat ze hun baan verliezen, ook al kunnen ze wel solliciteren op een PostNL-functie. De toekomst van de 3.450 franchisewerknemers is uiterst onzeker, maar dat ze hun baan zeker kwijt zijn na 1 februari is nog niet bekend. Van de 11.800 bezorgers die een aanbod hebben gekregen zijn nog geen precieze cijfers bekend; alleen dat 6.900 mensen gereageerd hebben, wat zowel positief als negatief kan zijn. We beoordelen de bewering dat een groot deel van de Sandd-medewerkers hun baan verliezen daarom als niet te checken.

Correctie (9 januari 2020): aanvankelijk werd melding gemaakt van de BPP en BBP. In beide gevallen moest daar BVPP worden gebruikt. Dit is aangepast [red.].