Foto Tessa Posthuma de Boer

Interview

Nieuwe directeur Van Gogh: ‘In het museum wordt het nooit meer stil’

Van Gogh Museum Emilie Gordenker was directeur van het Mauritshuis en wordt directeur van het Van Gogh Museum, een van de drukstbezochte musea van Nederland. Een gesprek over de toekomst van populaire musea: hoe om te gaan met groeiende stroom bezoekers? En met discussies, zoals over de ‘Gouden Eeuw’?

Wat ze het meest zal missen aan het Mauritshuis? In haar kantoor, dat uitkijkt over het Binnenhof, hoeft Emilie Gordenker (54) niet lang na te denken over die vraag. „Dat is de unieke collectie. In geen ander museum ter wereld is die zo geconcentreerd als hier, met heel veel zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderijen van topniveau. En dat gepaard met de waanzinnige wetenschappelijke kennis die we in huis hebben. Het Mauritshuis heeft alle voordelen van een groot wereldmuseum, maar dan met een kleine, flexibele organisatie.”

Twaalf jaar was Emilie Gordenker directeur van het Haagse museum. Toen ze aantrad, in 2008, had ze nog nooit een museum geleid. Ze was conservator bij de National Gallery of Scotland toen ze door een headhunter werd gebeld of ze naar Den Haag wilde komen. „Ik wilde het eigenlijk niet. Conservator is zo’n beetje de ultieme baan als je kunsthistoricus bent. Bij het directeurschap denk je aan vage missiestatements, fondsen werven, wat moest ik daarmee? Maar ik ben toch komen praten en de eerste vraag was: wat zou je aan het Mauritshuis willen veranderen? Ik zei: de ingang. Dat maakte indruk, want het Mauritshuis had twee weken eerder net gehoord dat het pand ernaast, en dat nu bij het museum is getrokken, beschikbaar zou komen.”

Gordenker leidde de verbouwing en uitbreiding van het Mauritshuis, die 30 miljoen euro kostte en op tijd – binnen drie jaar – en binnen budget werd afgerond. Ze voegde zestien schilderijen aan de collectie toe, waaronder een prachtig stilleven van Clara Peeters. Onder haar groeide de organisatie naar 75 fte en 150 vrijwilligers, en namen de bezoekersaantallen toe van 260.000 in 2011, het jaar van de sluiting, tot 500.000 dit jaar. Maar ze had ook steeds meer het gevoel dat haar „houdbaarheidsdatum” dichtbij was. „Op een gegeven moment weten je collega’s precies wat je gaat zeggen. In die zin gun ik het museum dat er nu een frisse wind gaat waaien.”

Ondertussen werd ze regelmatig door headhunters gebeld voor andere functies. „Je staat op lijsten, ik word echt vaak gebeld. Vanuit Amerika, Engeland. Maar ik wilde graag in Europa blijven en Engeland trok mij niet, for obvious reasons.” Toen kwam de vraag of ze het Van Gogh Museum wilde gaan leiden, een museum dat gespecialiseerd is in de negentiende eeuw, die volgens Gordenker niet bepaald haar „comfortzone” is. „Eerst zeg je: dat weet ik niet. Dan ga je de stukken lezen, met de mensen in het Van Gogh praten. En dan denk je: ik kan hier iets toevoegen.” Ze grijnst. „Het is ook wel wat voor mij, om een sprong te maken die toch wat onverwacht is.”

En dus staat Emilie Gordenker per 1 februari aan het roer van het Van Gogh Museum, een van de twee drukstbezochte musea van Nederland, dat onder de vorige directeur Axel Rüger groeide van 1,5 naar 2,2 miljoen bezoekers per jaar. „Het is inderdaad een veel grotere organisatie, qua management gaat het wel een sprong worden.” Bij het Van Gogh zijn meer dan 300 mensen in dienst, 260 fte.

Over groei willen we het graag hebben, zeggen wij. Axel Rüger zei dit jaar in zijn afscheidsinterview in NRC over die 2,2 miljoen bezoekers dat de capaciteit vanwege veiligheidsredenen zijn maximum wel bereikt had. „We moeten zorgen dat de ervaring van de bezoekers goed blijft”, zei hij ook.

Zelf noemde u in het jaar van de heropening van het Mauritshuis 450.000 bezoekers ‘de kritische grens’. Dit jaar is het ruim een half miljoen geworden. Is het maximum bereikt?

„Bij 450.000 bezoekers is het gezellig druk, dan loopt de winkel goed en hebben we dankzij de kaartverkoop genoeg middelen om te doen wat we willen. Maar kom je meer richting 500.000 en daarboven, zoals nu met het Rembrandtjaar, dan beginnen we vooral tijdens vakantieperiodes klachten te krijgen dat het te druk is. Voor dit jaar zijn we iets gaan doen als er een rij ontstaat, zoals een video afspelen wanneer mensen moeten wachten. We proberen ook uit te leggen dat als het te vol wordt, het niet goed is voor de schilderijen.”

Kunt u zich voorstellen dat een museum een maximum per jaar vastlegt? Dat verdeelt over de maanden en that’s it?

„We denken dat het nu nog wel te doen is. Maar die discussies beginnen wel, ook met de raad van toezicht: wanneer is het te veel? Je moet een balans vinden. Je wilt natuurlijk iedereen welkom heten. Maar hoe lang duurt het voordat mensen geen zin meer hebben om te komen? Je moet goed nadenken over wanneer het niet meer fijn is voor de bezoeker. En dan moet je creatief zijn. Je kunt denken aan gevarieerde prijzen. Aan het verruimen van je openingsuren. Online reserveren, met timeslots. Het Mauritshuis is nu tot zes uur open. Mijn aanbeveling aan iedereen is: kom om half vijf of vijf uur, dan is het hartstikke rustig.”

De tijd dat je als bezoeker nog romantisch in je eentje tussen de Rembrandts en Vermeers kon dwalen, komt nooit meer terug, zegt Gordenker. „We zijn slachtoffer van ons eigen succes. Maar dat siert de musea ook. We zijn erin geslaagd de drempel te verlagen. Veel meer mensen vinden het nu normaal: je gaat een weekend ergens naartoe – en dan ga je daar naar het museum. En ja, dat heeft een nadeel: alleen zijn met een schilderij, dat zit er niet meer in.”

Het hoogtepunt van haar twaalf jaar bij het Mauritshuis, zegt ze, was het moment dat na de verbouwing de hekken van het voorplein opengingen. „Het was de fysieke manifestatie van een idee dat ik had. Van een museum dat best een gesloten bolwerk was, naar een open museum.”

En het dieptepunt?

„Het allerslechtste moment was dat ik in 2011 een telefoontje kreeg van het ministerie dat de Raad voor Cultuur ons slecht had beoordeeld. We zaten op dat moment middenin de voorbereidingen voor een bouwproject, we hadden niet op alles wat ze vroegen een antwoord. Ik kon geen educatief programma schrijven omdat ik nog niet wist wat voor faciliteiten ik zou hebben. We waren nog veel aan het opzetten, hadden plannen die nog niet klaar waren. En daar werden we toch op beoordeeld.”

Hoe bent u daarmee omgegaan?

„Het was een heel harde klap. En dat middenin de economische crisis. Bedrijven zeiden: we moeten mensen ontslaan, we kunnen nu even niet ons logo op jullie poster hebben. Ik heb toen een paar tentoonstellingen moeten omgooien, of uitstellen of annuleren. En ik was nieuw hè, ik moest nog heel veel leren. Ik had als kind één jaar in Nederland gewoond, ik kende wel wat conservatoren, maar een netwerk had ik niet. En dan die crisis. En dat harde oordeel. Joop Daalmeijer van de Raad voor Cultuur die op tv riep dat het Rijksmuseum en het Mauritshuis het niet goed deden. Dat was heel moeilijk.”

Lees een reconstructie van de Johan Maurits-affaire: Hoe de ophef rond een buste ontstond

En dan was er nog de kwestie rondom Johan Maurits, de naamgever van het museum en omstreden vanwege zijn slavernijverleden. Toen zijn buste in 2018 uit de entreehal werd verplaatst, noemde premier Rutte dat „een gekke stap”. En, zei hij: „Als je het beeld van de oprichter weghaalt, verander dan ook de naam.” Wat hij vergat te vermelden, was dat het Mauritshuis elders in het museum een ruimte had ingericht om de stichter te contextualiseren. Gordenker wees Rutte vervolgens in het programma Buitenhof fijntjes op die misser.

„Het was pijnlijk”, zegt ze nu. „Het Mauritshuis wil altijd het beste jongetje van de klas zijn. Achter de schermen waren we al langer bezig met de vraag hoe we om moesten gaan met dat slavernijverleden. En toen kregen we plotseling al die kritiek over ons heen.” De Telegraaf sprak van een ‘beeldenstorm’, VVD-Kamerlid Antoinette Laan twitterde: „Wat is dit slecht, verkeerd en on-Nederlands.”

Gordenker: „Gelukkig kreeg ik in Buitenhof de kans om goed repliek te geven. En ik vind ook dat Mark Rutte heel sportief was, door te zeggen dat het een slecht voorbeeld was geweest. Maar goed, toen zeiden mensen tegen mij: goed gedaan, dan kun je het nu laten rusten. En toen dacht ik: nee, dit is het moment. Nu moeten we echt wat gaan doen.

„We hebben met alle medewerkers gepraat: wat is er gebeurd, moet je je verantwoordelijk voelen, hoe ga je om met dit soort opmerkingen? En we hebben een extern adviseur ingehuurd om met ons te praten over diversiteit en inclusie. Alle medewerkers, alle rondleiders, iedereen heeft zo’n sessie gehad.”

Dat is, zegt ze, voor een museum echt een cultuurverandering: „Voorheen had je als museum een autoritaire positie, je wist alle feiten. En opeens is er een kwestie waarvan je onmogelijk kunt zeggen dat er een right en een wrong is. Opeens ben je als museum een plek waar discussie wordt gevoerd, een platform voor politieke discussies. Dat maakt je kwetsbaar. Maar ik denk dat het onvermijdelijk is. Politiek gaat over de maatschappij om ons heen. En als wij als musea in die maatschappij willen staan, gaan dit soort dingen steeds vaker gebeuren. Als museum speel je een rol in die discussie. Je kunt niet meer defensief zijn en zeggen: wij hebben gelijk.”

De discussie over de Gouden Eeuw, die in 2019 oplaaide toen het Amsterdam Museum besloot die term niet meer te gebruiken, is ook zo’n onderwerp waar Gordenker als directeur van het Mauritshuis niet omheen kon. „Toevallig waren wij deze zomer bezig met onze strategie voor de komende jaren. Stap één was: we gaan weer naar onze missie kijken, is die nog gangbaar? Onze missie was: ‘In ons huis delen wij het beste van de Nederlandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw’. Dus wij zeiden, en dat was nog voordat het Amsterdam Museum ermee kwam: we moeten over die term nadenken, hoe voelen we ons hierover? Toen zeiden enkele leden van het managementteam: we hebben eigenlijk nooit zo goed begrepen wat het betekent, die Gouden Eeuw. Voor een bepaalde groep mensen is het dus niet zo’n vanzelfsprekend begrip. We hebben toen gekozen voor ‘de tijd van Rembrandt en Vermeer’. Want dat zegt eigenlijk wat we bedoelen. Onze missie wordt dus, vanaf volgend jaar: ‘Het beste delen van de Nederlandse schilderkunst uit de tijd van Rembrandt en Vermeer.’”

Ook het Mauritshuis doet de term Gouden Eeuw in de ban?

„Nee, we zullen de kreet ‘Gouden Eeuw’ nog best wel gebruiken. Ik denk dat je heel goed kan zeggen over de schilderkunst dat het ‘een Gouden Eeuw’ was. Dus als het toepasbaar is, als we denken: dit is de beste manier om te communiceren, zullen we dat zeker doen. Voor marketingdoeleinden is het superhandig. Het klinkt goed, lekker kort ook.”

U heeft aangegeven dat u het Van Gogh Museum ook inclusiever wil maken? Hoe wilt u dat gaan doen?

„Het Van Gogh is al een voorbeeldig project opgestart over ‘inclusie in Amsterdam’. Het doel is vooral: meer jonge bezoekers uit de stad aantrekken. Ik sta volledig achter dit soort initiatieven. De samenstelling van onze bevolking is aan het veranderen, het is echt belangrijk dat wij daar in mee veranderen.”

Moet je dan buitenlandse toeristen gaan weren?

„Bepaalde groepen weren is weer een andere vraag. Dit gaat over: hoe gaan we mensen bereiken voor wie de drempel te hoog is? Daar is nog veel werk te doen. Je ziet in de perceptie: Van Gogh is voor toeristen.”

Dat is toch ook zo? 85 procent?

„Maar 15 procent van 2,2 miljoen, dat zijn heel veel mensen hè. Zo kan je er ook tegenaan kijken. Maar goed, dat is dus een van de dingen waar ik graag met mijn nieuwe team over wil nadenken: hoe komt dat, wat kunnen we eraan doen?”

Hoe kijkt u zelf aan tegen Vincent van Gogh?

„Een van de grote verschillen met wat ik nu doe, is dat we van hem heel veel als persoon weten. Dat vind ik heel spannend. Als we teruggaan naar het missieverhaal: de missie van het Van Gogh Museum is: ‘Van Gogh en zijn tijd’. Maar hij leeft ook nu nog steeds bij heel veel mensen. Hoe komt dat? Dat vind ik fascinerend om te onderzoeken. Ik denk dat we echt moeten kijken naar hoe we Van Gogh in de toekomst in de markt zetten. Van Gogh is een merk, een brand op zich. Maar wat is de rol van het museum daarin? En die balans te vinden, tussen de commercie en de inhoud, dat is de grote uitdaging.”