Moskee overweegt boycot parlementaire ondervraging: ‘een aanfluiting’

Moskeefinanciering De Tweede Kamer wil inzicht in buitenlandse geldstromen naar moskeeën. Een islamitische bestuurder noemt het onderzoek „een show”.

Een bijeenkomst in de As Soennah-moskee na een actie van anti-islambeweging Pegida in maart vorig jaar.
Een bijeenkomst in de As Soennah-moskee na een actie van anti-islambeweging Pegida in maart vorig jaar. Foto Laurens van Putten/Hollandse Hoogte

De parlementaire commissie die onderzoek doet naar ongewenste moskeefinanciering heeft bestuurders van verschillende islamitische organisaties opgeroepen voor een verhoor onder ede. Zij zullen in een publiekelijke ondervraging openheid moeten geven over buitenlandse geldstromen. Onder meer de controversiële As Soennah-moskee in Den Haag moet verschijnen, maar die noemt het onderzoek van de Tweede Kamer „een aanfluiting” en overweegt niet te komen.

De parlementaire ondervraging is ingesteld na berichtgeving van NRC en Nieuwsuur in 2018 over miljoenen euro’s die uit Koeweit en Saoedi-Arabië naar Nederlandse gebedshuizen vloeien. Golfstaten zouden hiermee de fundamentalistische variant van de islam, het salafisme, willen verspreiden. Met de parlementaire ondervraging wil de Tweede Kamer meer inzicht krijgen in de geldstromen en wat hiertegen gedaan kan worden. De ondervraging is het zwaarste onderzoeksmiddel na een parlementaire enquête en wordt pas voor de tweede keer ingezet. De Kamer heeft nog een derde instrument: een parlementair onderzoek. Maar daarbij worden getuigen niet onder ede gehoord.

Koeweitse liefdadigheid

De As Soennah-moskee is een van de organisaties die door de Kamercommissie is opgeroepen voor verhoor. NRC en Nieuwsuur meldden in 2018 dat deze moskee geld ontving van een Koeweitse liefdadigheidsinstelling die in verband wordt gebracht met terrorisme. In een persbericht noemt As Soennah de oproep om voor de commissie te verschijnen „onrechtmatig”.

Het onderzoek is volgens de moskee „vooringenomen” omdat er alleen gekeken zou worden naar financiering van islamitische instellingen. „Evangelistische (sic) christenen, rooms-katholieken en joden hebben allemaal hun internationale financiële relaties. [...] Maar de aanjagers van de parlementaire ondervraging hebben alléén moslims in het vizier.” De moskee stelt in het persbericht zich te beraden op deelname aan het onderzoek.

Een woordvoerder van de ondervragingscommissie wil niet reageren op de uitlatingen van As Soennah.

Lees ook Het dubbele gezicht van de Haagse As Soennah-moskee

Verschijnen is verplicht

Mensen die door de commissie worden opgeroepen, zijn verplicht te verschijnen en vragen te beantwoorden, volgens de Wet op de parlementaire enquête waar ook de parlementaire ondervraging onder valt. Getuigen die weigeren te verklaren, kunnen in het uiterste geval via de rechter in gijzeling worden genomen totdat zij verklaren. Wel maakt de wet een uitzondering voor ambtenaren, ministers en colleges en hoeft er geen bedrijfsvertrouwelijke informatie worden verstrekt. De vraag is of de financiering van een moskeestichting onder deze uitzonderingspositie valt.

Onder de opgeroepen getuigen bevindt zich ook bekeerling Jacob van der Blom. Hij leidde verschillende moskeeën die vanuit de Golfregio zijn gefinancierd. „Ik ben verbaasd over de uitnodiging”, laat hij weten. „Wat is dit voor show? Waarom zijn deze politici in de afgelopen tien jaar niet gewoon langsgekomen om te praten? Wij hebben nooit een geheim gemaakt van de wijze waarop wij worden gefinancierd.” 

Ook Saïd Bouharrou, die zich als voorzitter van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland vaak kritisch heeft uitgelaten over buitenlandse moskeefinanciering, zal voor de commissie verschijnen.

Niet alleen financiering

De commissie onder voorzitterschap van Tweede Kamerlid Michel Rog (CDA) heeft zich tot nu toe voorbereid door vertrouwelijke gesprekken te voeren en is al tot de conclusie gekomen dat buitenlandse beïnvloeding van gebedshuizen niet alleen via financiering plaatsvindt, maar ook via het leveren van goederen en diensten. „Voorbeelden zijn het betalen van salarissen, financieel ondersteunen van studenten, faciliteren van panden, aanbieden van studies, studiemateriaal, (ir)reguliere onderwijsprogramma’s, lezingen/conferenties, vertalingen of bijvoorbeeld afgevaardigden in een moskeebestuur krijgen”, meldde de commissie eerder aan de Kamer.

De publieke verhoren beginnen vanaf 10 februari. Dan zal de commissie ook bekend maken welke andere getuigen en deskundigen zijn opgeroepen. De verhoren duren naar verwachting twee weken. In april biedt de commissie haar eindverslag aan de Kamer.