Migratiedebat toont scheidslijnen in EU

Europese Unie Klagen over migratie gebeurt overal in de EU. Maar veranderingen in het beleid komen er slechts mondjesmaat.

Een „structureel” en „existentieel” probleem, dat zijn land in toenemende mate onder druk zet. Precies een week vóór Hugo de Jonge in NRC zijn zorgen uitte over toenemende migratiecijfers in Nederland, luidde de Kroatische premier Andrej Plenkovic in de Financial Times de noodklok. Zijn zorg: de snel slinkende populatie van Kroatië. „We verliezen jaarlijks een stad van 15 à 16.000 mensen”, zei Plenkovic. „Voor een land van 4 miljoen inwoners is dat veel.”

Lage geboortecijfers zijn een van de oorzaken van de dalende bevolking. Maar, benoemde Plenkovic expliciet: ook het vrije verkeer van personen binnen de EU draagt bij aan de daling. Kroatië is het jongste lid van de Europese Unie (EU) en zag sinds haar toetreden in 2013 ongeveer vijf procent van zijn bevolking naar andere lidstaten vertrekken.

Vrij verkeer van personen behoort tot de kern van de EU. Het is een van de ‘vier vrijheden’ waarop de interne markt steunt: goederen, diensten, kapitaal – en dus mensen. Aan dat kwartet morrelen is uitgesloten, zo bleek de afgelopen jaren ook in de Brexit-onderhandelingen. Steeds weer benadrukte de EU dat het Verenigd Koninkrijk niet kan ‘shoppen’ in de EU-regels: zonder vrij verkeer van personen ook géén wrijvingsloze handel in goederen en diensten.

Toch staat arbeidsmigratie, onder andere door Brexit, wel degelijk op de Europese agenda. Maar het is een uiterst gevoelige discussie, waarin spanningen tussen Oost- en West- en Noord- en Zuid-Europa aan de oppervlakte komen. Bijvoorbeeld in de onderhandelingen over nieuwe Europese richtlijnen voor sociale zekerheid, waaronder de zogeheten WW-export. Onlangs veroorzaakte de Franse president Emmanuel Macron een klein diplomatiek relletje, nadat hij in een interview had gezegd liever legale migranten uit Guinee of Ivoorkust te verwelkomen, dan „illegale netwerken uit Bulgarije” – een EU-lidstaat.

En hoewel er inmiddels oog is voor de negatieve gevolgen, zijn fundamentele aanpassingen in het vrije personenverkeer erg onwaarschijnlijk. Zelfs landen die zuchten onder een vertrekkende bevolking, profiteren fors van de toegang tot de interne markt. Dat Plenkovic de kwestie eind december, vlak voor zijn land het halfjaarlijkse EU-voorzitterschap op zich neemt, aankaartte had dan ook vooral een ander doel. Met zijn pleidooi wilde hij het belang van cohesiefondsen agenderen: extra geld voor leegstromende regio’s in de nieuwe EU-begroting die het komend jaar wordt vastgesteld.

De discussie over migratie van buiten de EU is een andere zaak – maar die zit al even vast. Onder andere vanuit Frankrijk en Oostenrijk klinken de laatste tijd ferme geluiden over een restrictiever Europees migratiebeleid, terwijl Griekenland steeds vaker aan de bel trekt over de situatie aan zijn grens. Komend jaar wil de Europese Commissie het dossier weer hoog op de agenda zetten. Maar over de kans op nieuwe afspraken is niemand optimistisch.