Reportage

‘De ene laat een pannetje op het vuur vlam vatten, de ander blaast zijn woning op’

Verwarde huurders Woningbouwcorporaties hebben steeds meer huurders die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Dat leidt geregeld tot brand. „Sommige mensen zíjn niet zelfredzaam.”

De flats in Rotterdamse wijk Bospolder/Tussendijken hebben de goedkoopste sociale huurwoningen.

De flats in Rotterdamse wijk Bospolder/Tussendijken hebben de goedkoopste sociale huurwoningen.

Foto’s Dieuwertje Bravenboer

De bewoners van deze flats, heeft Femke Sybrandi (manager ‘Wijken en Beleid’) net verteld, hebben samen een huurachterstand van 90.000 euro. Dit is de Rotterdamse wijk Bospolder/Tussendijken en dit zijn de goedkoopste sociale huurwoningen die er zijn. Je betaalt 400 euro voor zestig vierkante meter. Daar gaat meestal huursubsidie af.

Het zijn vijf grijze flatgebouwen. Er ligt een grasperkje vóór en dan staat er nog zo’n flatgebouw, en nog een. Op een bord staat: ‘Bewoners groeten elkaar. Helpen elkaar. Houden de galerij schoon. Verwelkomen nieuwe buren. Houden de flat veilig.

Sybrandi en haar collega’s bij woningbouwcorporatie Havensteder, (45.000 sociale huurwoningen in Rotterdam en Capelle) hebben het steeds drukker met ingewikkelde huurders. De corporatie heeft het aantal ‘woonconsulenten’ in 2019 uitgebreid van 16 naar 20, wegens die drukte. 80 procent van hun tijd gaat op aan het begeleiden van huurders die niet voor zichzelf kunnen zorgen en regelmatig ‘verward gedrag’ vertonen. Zichzelf verwaarlozen, het huis verwaarlozen, de buren hinderen.

Elke week woedt er wel een brand in een van de woningen van Havensteder. Sybrandi: „Er is een enorme toename in branden de afgelopen jaren. Dat is gevaarlijk voor bewoners, omwonenden en onze medewerkers. Omdat wij monitoren wat de oorzaak is, weten we dat branden steeds vaker ontstaan door huurders met ‘verward gedrag’. Dat varieert van een pannetje op het vuur dat vlam vat, omdat een dementerende oudere het vergeet, tot een bewoner die wanhopig zijn woning opblaast omdat hij geen hulp krijgt van de ggz.”

64 procent heeft een urgentie

De afgelopen tien maanden, vertelt Sybrandi, is 64 procent (1.280) van de vrijgekomen woningen van Havensteder met voorrang verhuurd aan mensen met een ‘urgentie’. Mensen die uit instellingen komen, zoals oud-gevangenen, chronische psychiatrisch patiënten, mensen met een fysieke beperking (rolstoel bijvoorbeeld), statushouders of vrouwen uit het blijf-van-mijn-lijfhuis. „Dat geeft niet bij iedereen problemen. Maar het risico dat die ontstaan is wel groter. Dat merken we aan het aantal incidenten zoals flinke overlast en brand”, zegt Sybrandi.

En dan zijn er bij Havensteder maar 2.000 woningen van huurder gewisseld in 2019, want de huurmarkt zit ramvast. „Alles in de lage vrije sector, tussen 720 en 950 euro per maand, zit vol. Iedereen blijft zo veel mogelijk zitten, want verhuis je, dan krijg je meteen een flinke huur.” Zes jaar geleden wisselden er nog 3.500 woningen van huurder.

Wie de huur wél betaalt, mag de deur dichthouden

Er is veel veranderd de afgelopen tien jaar, vertelt een woonconsulent bij Havensteder, Hedwig van den Nieuwenhuijzen. Vooral dit: mensen moesten ‘zelfredzaam worden’. „Vroeger werkte ik bij de sociale dienst. We haalden de huur van de uitkering af. Dat gebeurt niet meer. Men vond dat werklozen te veel werden gepamperd, ze moesten zélf hun leven gaan organiseren. Maar sommige mensen worden nooit zelfredzaam, ze betalen de huur gewoon niet. Kortetermijnuitgaven, zoals boodschappen, gaan vóór.”

Achterstallige huur is nog een relatief klein probleem. Corporaties zetten ook bijna niemand meer op straat om die reden. Sterker, ze zien betalingsproblemen als een ingang om contact te krijgen met sommige huurders. Want wie de huur wél betaalt, maar verder geïsoleerd leeft, mag de deur dichthouden. Van den Nieuwenhuijzen: „Soms bellen we herhaaldelijk aan en zien we iemand telkens achter de bank vluchten.”

Van den Nieuwenhuijzen – een vrolijke vrouw die dit werk al twintig jaar doet – voelt zich zeer betrokken bij huurders met problemen. „Maar het blijft zo dat ik een woning verhuur, ik ben géén hulpverlener. Ik kan adviseren, mensen koppelen aan instanties. Ik voel me verantwoordelijk voor de huurder, maar óók voor zijn buren op de galerij. En voor de woning.”

Foto Dieuwertje Bravenboer
Foto Dieuwertje Bravenboer
Foto Dieuwertje Bravenboer
Flats in de Rotterdamse wijk Bospolder/Tussendijken
Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Een leven buiten de instelling

Ze geloven bij Havensteder echt in de opdracht om kwetsbare huurders – patiënten, ouderen, statushouders – een plek te geven in de woonwijken. Een leven buiten een instelling. Ze zoeken actief naar buddy’s, vrijwillig of professioneel, die huurders helpen. Zo was er was een man, zes maanden geleden, die zijn huis vreselijk had laten vervuilen. Van den Nieuwenhuijzen: „Alles was vies, de vloer, de muren, zijn matras, alles. Hij was totaal verwilderd. Bevuilde de deuren van de buren. Om ze te beschermen tegen demonen, bleek later. Maar de buren waren inmiddels heel bang. Er kwam een rechterlijke machtiging – hij zou opgenomen worden. Maar ik dacht: ik wil het tóch proberen met deze man. Hij liet iemand binnen van de ggz en toen hebben we een vrouw gevonden van het Leger des Heils met wie het klikte. Zij heeft die hele flat met hem schoongemaakt en gaat sindsdien één of twee keer per week langs. Dat wordt betaald, het is thuiszorg. En het gaat echt béter met hem.”

De gemeente Rotterdam heeft dan ook een doel, zegt Sybrandi monter, en dat is om deze buurt in 2028 op de ‘sociale index’ van Rotterdam op het gemiddelde niveau te krijgen. Het gemiddelde is 105, Bospolder zit op 94, Tussendijken op 84.

Het is de vraag hoe veel kwetsbare huurders een buurt, of flatgebouw, aankan, zegt wethouder Sven de Langen (CDA, Zorg) op het Rotterdamse stadhuis. Wat hem betreft moet het „nu echt afgelopen zijn met de ambulantisering”. Rotterdam kan de afbouw van ggz-instellingen volgens De Langen niet meer aan. „Prima dat psychiatrisch patiënten in de wijk wonen en niet in een instelling. Maar er moet wél voldoende begeleiding voor ze zijn. En die is er niet”, zegt hij.

Sinds 2012 ging in Rotterdam 20 procent van de plekken in ggz-instellingen dicht, eind volgend jaar is dat al 33 procent. In het ‘hoofdlijnenakkoord’ – dat kabinet, verzekeraars, gemeenten en ggz-instellingen deze zomer sloten – werd bepaald dat de komende twee jaar landelijk weer 10 procent van de bedden dicht moet. Sven de Langen, die aan tafel zat namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten: „Kabinet, verzekeraars en ggz wílden 20 procent minder maar daar hebben wij nee tegen gezegd. Je kúnt niet alsmaar instellingen sluiten als er in de wijken te weinig hulp is.”

Hij ziet drie oorzaken voor de gebrekkige hulp: de ggz heeft te weinig mensen die ze op pad kunnen sturen – ‘de ambulante hulpverlener’. En bovendien werken zij niet samen met de niet-psychiatrisch geschoolde begeleiders, „de wmo-mensen” die de gemeente betaalt. Het aantal plekken waar mensen de dag kunnen doorbrengen, ‘dagbesteding’ in jargon, is verkleind terwijl de vraag groter is.

Rotterdam heeft een extra complicatie: sinds maart dit jaar geldt in 31 straten de ‘Rotterdamwet’. Dat zijn straten waar zo veel bewoners overlast veroorzaakten, voor elkaar, dat nieuwe huurders er alleen worden toegelaten als ze kunnen aantonen dat ze nooit eerder overlast hebben veroorzaakt. De gemeente wil die straten in sociaal opzicht opkalefateren. Deze mensen komen dus in de net iets minder belaste straten terecht. Zoals die van Bospolder/Tussendijken.

Het hart van Hedwig van den Nieuwenhuijzen gaat vooral uit naar de ‘schrijnende gevallen’ die ze tegenkomt in Bospolder/Tussendijken. „Oude mensen die de trap niet meer afkomen en dus altijd binnen zitten.” Of „gezinnen die op een kale vloer leven, met kinderen.” Ook de psychiatrisch patiënten die hier steeds meer komen wonen, zijn in meerderheid niet vervelend maar eerder ‘schrijnend’. „Ze hebben begeleiding nodig. Ik zie nu te vaak dat ze in een huis worden gezet, ontsporen, in de crisisopvang belanden of weer uit huis worden gehaald. Ik wil dat ook deze mensen kunnen aarden. Hier echt wónen.”